Ook leger wijkt nu voor kartels

Nieuwsanalyse

In de Mexicaanse grensstad Juárez trad de politiechef af na bedreigingen door een drugskartel. Zijn vertrek is tekenend voor de escalatie in Mexico’s drugsoorlog.

Lokale journalisten noemden hem onderling ‘Commandant Pyjama’. Roberto Orduña Cruz, de politiechef van de Mexicaanse grensstad Juárez die vrijdag aftrad op aandringen van een drugskartel, kwam zelden buiten. Na zijn aantreden, maart vorig jaar, liet de majoor b.d. een eigen woon-en-werkvertrek inrichten op het hoofdkwartier van de politie. „Opgesloten in zijn kantoor richtte el Comandante Pijamas zich op het bedenken van ‘projecten ter beveiliging van de stad’”, schreef zaterdag de plaatselijke krant El Mexicano sarcastisch.

Ciudad Juárez is momenteel het centrale front in de almaar escalerende Mexicaanse drugsoorlog. Drugskartels en andere criminele groepen strijden er om doorvoerroutes voor drugs, mensen en andere smokkelwaar naar de VS. Van de 1.003 drugsmoorden die in de eerste 51 dagen van dit jaar gepleegd werden in Mexico, had bijna de helft (496) plaats in Ciuhuahua, de staat waarin Juárez ligt, berekende zaterdag dagblad El Universal.

Orduña nam zulke extreme veiligheidsmaatregelen nadat zijn voorganger na doodsbedreigingen de grens over vluchtte naar het Texaanse El Paso. Vorige week bleek echter dat de politiechef ook in zijn eigen vesting niet onaantastbaar kon blijven voor de narcos. Dinsdag werden in de stad een politiecommissaris en zijn twee lijfwachten vermoord. De dag erna verschenen spandoeken met de waarschuwing dat er elke 48 uur een agent vermoord zou worden, wanneer Orduña niet aftrad.

Vrijdagochtend vroeg werden – bijna gelijktijdig en twee etmaal na de eerste ‘waarschuwing’– een agent en een gevangeniscipier doodgeschoten. Binnen enkele uren had Orduña zijn „onherroepelijke” ontslag ingediend.

Waarom criminelen de oud-majoor weg wilden hebben, is onbekend. Politiechefs in Mexico zijn per definitie doelwit. Wanneer ze corrupt zijn, wil de bende aan wie ze zich niet hebben verkocht, hen dood hebben. Als ze schone handen houden, worden ze vermoord omdat ze hun werk doen.

Orduña zelf verklaarde tijdens een persconferentie: „Ik realiseer me dat ik mijn plichtsbesef niet hoger kan aanslaan dan de veiligheid van mijn mannen.” Hij voegde hier aan toe dat hij „als militair” begreep, dat zelfs tijdens grote veldslagen soms een strategische terugtrekking nodig is teneinde de oorlog te winnen.

Toch kwam Orduña, als militair, niet voor niets aan het hoofd van het korps te staan. Zijn benoeming maakt deel uit van de bredere, door de Mexicaanse president Felipe Calderón ingezette, militarisering van de strijd tegen drugs.

De president besloot bij zijn aantreden eind 2006 tienduizenden militairen in te zetten tegen de kartels en hun corrupte handlangers bij de politie. Het leger, dat in Mexico relatief hoog maatschappelijk aanzien geniet, kreeg de taak de onderbetaalde, slecht opgeleide politie door te lichten. Regelmatig nemen militairen nu de controle over een korps over om te inspecteren of agenten niet op de loonlijst van de narcos staan.

De kartels en hun gewapende milities zijn door de aanhoudende militaire operaties steeds meer gefragmenteerd geraakt. Als gevolg hiervan zijn zij elkaar en de autoriteiten steeds feller gaan bestrijden. Een strijd die vorig jaar alleen al zesduizend levens kostte.

Ondanks groeiende onrust onder de bevolking over deze escalatie, houdt Calderón vol dat inzet van het leger nodig is. „Als we de rechtsstaat herstellen in de gebieden die kwetsbaar zijn voor de georganiseerde misdaad, en als de lokale autoriteiten in staat zijn deze plaag te bevechten, dan pas heeft het leger zijn missie voltooid.”

Tijdens de persconferentie van Orduña vrijdag bleek uit de woorden van burgemeester José Reyes Ferris hoeveel weerbarstiger de praktijk is, zeker in Juárez. „De georganiseerde misdaad wil doen voorkomen alsof zij de politie controleert, maar dat zullen wij niet toestaan. De schoonmaak waarmee we bezig waren in het korps houdt niet op”, zei Reyes. „Ik wil alleen de fysieke integriteit van agenten niet in gevaar brengen.”