Noodgedwongen stellen meer bedrijven zich nationalistisch op

General Motors, Citigroup en Royal Bank of Scotland (RBS) kunnen worden toegevoegd aan de lijst van bedrijven die zich hebben bekeerd tot een vorm van economisch nationalisme.

Alle drie genoemde ondernemingen moeten aantonen dat de aanzienlijke bedragen aan overheidshulp die ze hebben ontvangen, of waar ze nog steeds op hopen, in eigen land worden besteed. Dat heeft ertoe geleid dat ze een paar buitenlandse activiteiten in de kou moeten laten staan.

RBS, dat nu voor het grootste deel in handen is van de Britse regering, zou bijvoorbeeld hebben besloten (een deel van) zijn Aziatische activiteiten te koop aan te bieden. De betreffende bedrijfsonderdelen draaien prima en de bank hoopt er zo’n 10 miljard pond (11,3 miljard euro) voor te kunnen krijgen.

Maar in Scandinavië liggen de zaken anders. Citigroup heeft zijn divisie voor consumentenleningen in Denemarken voorlopig opdracht gegeven geen nieuwe kredieten meer te verstrekken. En autoproducent Saab, onderdeel van General Motors, heeft uitstel van betaling aangevraagd.

Beide ondernemingen moesten wel iets doen. Zij lijden immers grote verliezen. En in eigen land zijn ze ook aan het saneren – General Motors ontslaat personeel en stoot merken af in de VS, en Citigroup verkoopt het meerderheidsbelang in zijn beursmakelaardij.

Maar in deze beide gevallen proberen General Motors en Citigroup tenminste manieren te vinden om wat van de activiteiten overblijft gaande te houden, in plaats van de steun volledig in te trekken.

De behandeling van Saab door General Motors lijkt daarentegen bijzonder wreed – met name omdat functionarissen van General Motors altijd hardnekkig aan het bedrijf hebben vastgehouden, ondanks het feit dat mensen als Jerry York, een voormalig lid van de raad van commissarissen, erop stonden dat het geen kernactiviteit was en in die zin een onnodige afleiding.

Deze stappen komen uiteraard eerder voort uit noodzaak dan uit vrije wil. Maar de gevolgen zijn net zo zorgelijk. Hoe meer bedrijven hun buitenlandse activiteiten in de steek laten om zich op hun activiteiten in eigen land te kunnen concentreren, des te meer internationale initiatieven die economisch levensvatbaar zijn het tij tegen zullen krijgen – en des te groter uiteindelijk het risico is dat concurrerende firma’s en overheden terug zullen slaan.

Antony Currie