Mooi pianomuziekje voor milder oordeel van de rechter

Zowel de officier van justitie als de advocaat maakt er gebruik van. Films of animaties in de rechtszaal. Liever „een samenvatting in een powerpoint”, dan een pleidooi van dagen.

Aaziz el H. stond in oktober 2006 terecht bij de politierechter in Amsterdam, voor diefstal en verduistering. H. weigerde mee te werken aan zijn verdediging, dus pakte zijn advocaat, Jaap Bakker uit Badhoevedorp, het anders aan.

Bakker filmde H.’s vriendin op weg naar het huis van bewaring. Onder de beelden in de bus, op de boot en in de trein vertelt ze in voice-over dat haar vriend vroeger beschadigd is geraakt, dat hij cognitieve vaardigheidstraining nodig heeft, en een veilig thuis dat zij hem kan bieden. Een pianomuziekje klinkt als ze een gevoelig fragment uit een van zijn brieven voorleest. Aan de telefoon zegt H.’s vriendin nu dat ze meewerkte „omdat ik het verhaal achter de persoon wilde laten zien. Anderen zien alleen maar een crimineel”.

Bakker toonde het filmpje tijdens de zitting aan de rechter. Dat werkte, zegt hij. „De rechter kan zeggen: ik veroordeel je, punt. Maar die weet ook wel: dan komt die jongen vrij en is hij zo weer terug. De rechter wil liever iets anders en de vriendin zei dingen waar we wat aan hadden. De uitkomst: een flink deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk, reclassering én een gedragscursus.” 

Jaap Bakker maakt ‘pleitdocumentaires’ voor in de rechtszaal, om de rechter „een breder inzicht” te geven in de situatie van zijn cliënten. Dat mag, het pleidooi is volgens de wet vormvrij.

En hij is niet de enige die beeldmateriaal uit de kast trekt om de rechter te overtuigen. In het proces tegen de Limburgse Hells Angels, die in 2004 drie clubgenoten zouden hebben doodgeschoten, toonde de officier van justitie een digitale 3D-weergave van het clubhuis, inclusief bloedsporen. En in de Groningse hiv-zaak van vorig jaar liet het Openbaar Ministerie beelden zien van het politieverhoor, waarin de verdachte zat te draaien op zijn stoel.

De advocatuur loopt achter op het OM in het gebruik van nieuwe media in de rechtszaal, meent advocaat Bakker. Neem Jan-Hein Kuijpers, advocaat van Willem Holleeder, zegt hij. „Die koos voor het voorlezen van zijn pleidooi en dat duurde twee dagen. Twee dágen? Ik wil niet zeggen dat het slap gelul was, maar hoe effectief is dat? Je kunt zo’n verhaal beter samenvatten in een powerpoint.”

Een advocaat moet een beetje variatie aanbrengen in zijn pleidooi, vindt Bakker, en daarom promoot hij het gebruik van pleitfilms in de pers en op symposia. Sinds 2005 heeft hij zeven filmpjes gemaakt, die hij grotendeels met eigen geld heeft gefinancierd.

Van een veelpleger liet Bakker de christelijke woongroepgenoten voor de camera vertellen dat de verdachte een ander mens was geworden. En bij een asielzaak filmde hij een deskundige vreemdelingenrecht, die voetnoten plaatste bij het handelen van de immigratiedienst IND. De deskundige, die er tijdens de zitting niet kon zijn, deed zijn verhaal via de film.

Het liefst zou Bakker zijn geld willen verdienen met het maken van pleitfilms voor andere advocaten. Na een jaar actief promoten is dat nog niet van de grond gekomen. Advocaten willen niet veranderen, zegt hij. Rechters reageerden volgens hem wél positief op zijn films. In twee gevallen werd de film zelfs genoemd in het vonnis, in het voordeel van zijn cliënt.

Strafrechter Rosa Jansen is terughoudender. Zij is voorzitter van het college van bestuur van de SSR, waar officieren en rechters worden opgeleid, en tevens vice-president van de rechtbank in Utrecht. Ze zegt: „Een pianomuziekje zou bij mij wel wrevel oproepen.”

Filmpjes vindt Jansen prima, mits ingebed in een woordelijk pleidooi. „Anders denk je als rechter toch: kan die man niet praten?” En de video moet passen in de zaak. „Stel, iemand laat op een filmpje de hele straat roepen: dit is een goeie kerel! Dan kun je je als rechter afvragen: is vijftien getuigen niet een beetje veel?”

Dat er meer beeld in de rechtszaal komt, ontgaat niemand, zegt Jansen. In Utrecht zijn een paar zittingszalen standaard uitgerust met beeldschermen. Er wordt daar geëxperimenteerd met het op afstand horen van deskundigen en getuigen. En wat helemaal mooi zou zijn: „Als de advocaat en de officier allebei hun verhaal per podcast af zouden kunnen steken zonder aanwezig te zijn. Dát zou tijd besparen. Maar dan heb ik het wel al over een digitaal proces.” Toch, denkt Jansen, blijft de behoefte aan gezichten. „En ik verwacht dat er altijd wel rechters zullen zijn die allergisch zijn voor filmpjes.” 

Het SSR geeft geen cursussen in hoe officieren hun requisitoir digitaal moeten inrichten, zegt Jansen. Dat zal wel gaan gebeuren, verwacht ze. „Het OM gaat meer gebruikmaken van beeld.”

Het OM bestelt filmpjes en reconstructies nu onder andere bij het Nederlands Forensisch Instituut, dat bewijsmateriaal analyseert en misdrijven reconstrueert. De afdeling digitale technieken en biometrie, waar forensisch expert Arnout Ruifrok werkt, laat „enkele keren per jaar” zo’n filmpje in de rechtszaal zien.

Het NFI maakte samen met het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) een digitale reconstructie van de steiger in de Amercentrale, vertelt Ruifrok. Die stortte in 2003 in: vijf doden. De steiger was ook op schaal nagebouwd, „maar op de 3D-reconstructie waar je omheen kon draaien zag je beter hoe gigantisch die was”. 

Ook maakte de afdeling van Ruifrok een reconstructie van een dodelijke schietpartij, waarbij de vraag was of het slachtoffer op z’n knieën zat of op de schutter afliep. Dat was om te achterhalen of het schot uit zelfverdediging werd gelost of niet. Ruifrok: „We maken filmpjes om scenario’s te testen. Komt de steekrichting overeen met de verklaring? Kwam de kogel echt uit die hoek?” De vraag naar visuals in de rechtszaal groeit, meent Ruifrok. Beeldmateriaal werkt goed, denkt hij. „Ik kan me niet voorstellen dat onze filmpjes niet hebben meegewogen.”

Ruifrok heeft nog nooit gezien dat de verdediging beeldmateriaal gebruikte. Advocaat Bakker denkt dat de terughoudendheid van advocaten ligt aan de aard van hun werk. „De houding van advocaten is vaak ‘tegen’. De advocaat moet zeggen: het overtuigt mij niet. De officier moet de rechter wél overtuigen. Hij moet uitpakken en daar is geld voor. Een advocaat kan meestal hooguit de omstandigheden van zijn cliënt laten zien.”

Dat kan dus heel goed met een documentaire, vindt hij. „Advocaten moeten een andere mind set krijgen. Door het gebruik van multimedia kan hun verhaal meer sprankelen.”

In verband met het reces van de Tweede Kamer deze week geen rubriek Retour Den Haag - Brussel. Komende maandag is de rubriek weer terug.