'Ik wil mijn breuk met het geloof reconstrueren'

Componist Boudewijn Tarenskeen viel van zijn geloof en probeert nu daarmee in het reine te komen. „Deze Mattheus heeft geen precedent.”

Kasper Jansen

Slechts anderhalf uur duurt de Mattheus Passie van componist Boudewijn Tarenskeen, die donderdag een wereldpremière krijgt in het Amsterdamse Muziektheater. En ook verder is bijna alles anders dan in de Matthäus Passion van Bach, die zo’n twee uur en drie kwartier vergt. Er is geen koor, geen orkest en geen dirigent. Maar de negentien zangers van Cappella Amsterdam hebben wel elk een solistische rol en beelden hun personage uit in een enscenering van Paul Koek.

„Dit heeft geen precedent”, zegt Boudewijn Tarenskeen (56), vooral bekend als componist van theater- en filmmuziek, na een repetitie. „De zangers hebben zonder orkest en dirigent geen houvast, maar ze vinden het leuk. Ze tonen eigen initiatief. ‘Hoe zou het zijn als ik dat zó zou zingen, misschien iets hoger of lekkerder?’ En ze vragen naar de interpretatie. ‘Ben ik dan echt Jezus? Of citeer ik hem?’ ”

Tarenskeen, katholiek opgevoed, heeft gebroken met het geloof, maar wordt er nog wel door geobsedeerd. „Ik ben niet goddeloos, alleen niet langer actief gelovig. Die breuk reconstrueer ik de laatste jaren, door het schrijven van allerlei religieuze muziek, zoals het oratorium Jephta. Het Nederlands Philharmonisch Orkest heeft een Stabat Mater van mij. En ik ben bezig met Luther, een stuk over de beeldenstorm. Dan zet ik er een punt achter.”

In zijn muziek neemt Tarenskeen afstand van de ontroering, het grote lijden. „Bij Bach krijgt je natte ogen, dit stuk is erg zakelijk. Het legt de nadruk op de vertelling. Slechts mondjesmaat hoor je een soort samenzang, die je raakt op een manier die je graag zou willen. Die momenten van extase, daar ben ik erg zuinig mee.”

In deze Mattheus Passie zitten de zangers aan een tafel met de partituur van 200 pagina’s en reconstrueren het lijdensverhaal op basis van teksten van alle vier evangelisten. „Het is een polemiek tussen vier verslaggevers. De tekst van Mattheus alleen is te weinig dramatisch en te kort. Die tekst van Mattheus kan op een bierviltje, daarom heeft Bach die ook opgevuld met al die aria’ s, koren en koralen.”

Om de zangers een individueel profiel en personage te geven hebben ze van Tarenskeen elk een naam gekregen, die voor het publiek geheim blijft. „De Koningin der Nacht, een dienstmeisje, een Bachkenner, een narcist die alles een octaaf te hoog zingt, een hufter, die de Bergrede van Johannes zingt. Zo lijken de negentien stemmen niet op elkaar. De blikrichtingen zijn belangrijk, het is erg minimaal en minutieus geënsceneerd. Anders dan normaal in een oratorium hebben de zangers wel degelijk iets met elkaar te maken. De één heeft een andere insteek dan de ander, ze corrigeren elkaar, ze vullen elkaar aan, ze overlappen elkaar.”

Buitenstaanders worden geweerd bij de repetities, want de zangers van Cappella Amsterdam willen niet dat iemand een eventuele imperfectie hoort. Hoewel Tarenskeen niet kan zingen, wil hij wel een voorbeeld van zijn muziek geven. Met geknepen stem produceert hij een heel lange hoge toon van een sopraan. „Hier zet ze de tijd stil. Het is tekstloos. Na de tekst ‘Und dan sang sie die Dankpsalmen", komen die Dankpsalmen juist niet. Dat is een ijzingwekkend moment.”

Er is een alt die eerst een half uur niets doet en dan besluit het openingskoraal van Bach in haar eentje te resumeren. Tarenskeen zingt hakkelend en stotterend, nauwelijks herkenbaar ‘Kommt ihr Töchter helft mir klagen.’ „Ze zapt er langs, als een autist. Het is heel dramatisch, iedereen herkent het, maar ze moet het in haar eentje oplossen. Daar komt ze niet helemaal uit.

„De vraag die ik me stelde is: ‘Kan je twijfel toonzetten?’ Ik ben heel euforisch als ik geestelijke muziek schrijf, net als Bach en Messiaen. Maar zij gaan ergens naartoe, naar het licht. Omdat ik steeds minder geloof ga ik van het licht af, ik zoek het donker op. Wat is er dan, als je niet gelooft? Vreemd genoeg leidt dat tot dezelfde euforie.”

Mattheus Passie van Boudewijn Tarenskeen: 26/2 20u30 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Res. 020 7882000. Vredenburg Leidsche Rijn Utrecht 2/4 20.15 uur. Res. 030 2314544