Hollywood troost zichzelf met acht Oscars voor een underdog

Een goedkope Britse film over kinderen in een Indiase slum won in Hollywood gisteren van miljoenenproducties. De crisis vraagt om troost.

Met de toekenning van acht Oscars aan Slumdog Millionaire heeft Hollywood zichzelf vannacht moed ingesproken. De bekroonde film zingt de lof van een underdog en was ook zelf een underdog, die met relatief bescheiden middelen (15 miljoen dollar) en zonder grote sterren toch het hoogst haalbare heeft bereikt. Dat geeft filmmakers moed in een tijd van economische malaise en onzekerheid, waarin het moeilijker wordt om films gefinancierd te krijgen.

De film van de Britse regisseur Danny Boyle kreeg onder meer de Oscars voor beste film en beste regisseur. Een beetje pijnlijk is het wel dat de Amerikaanse filmindustrie zijn belangrijkste onderscheidingen geeft aan een film die voor zijn spanningsboog grotendeels afhankelijk is van het format van een tv-programma. Slumdog Millionaire gaat over Jamal, die is opgegroeid in de sloppen van Mumbai en die meedoet aan de quiz Who wants to be a millionaire? In terugblikken laat de film zien hoe hij zich met inventiviteit, hard werken en geluk ontworstelt aan de uitzichtloze armoede.

Slumdog Millionaire is een energieke, sympathieke film, maar zeker niet perfect. De vlotte en flitsende stijl doet vaak denken aan die van een muziekvideo; dat effect wordt nog versterkt door de opdringerige soundtrack. Het grootste probleem is echter dat in de film geen uitgewerkte personages voorkomen, alleen sjablonen, die geen diepe indruk achterlaten.

Maar een film die zo samenvalt met de huidige situatie bleek onverslaanbaar. In deze donkere dagen is de bemoedigende boodschap van Slumdog Millionaire voor de filmwereld niet te weerstaan: iedereen die van aanpakken weet, een goed verstand heeft en een zuiver hart, kan zelfs de meest uitzichtloze armoede overwinnen.

Slumdog Millionaire heeft ook trekken van de films van Frank Capra, de succesvolste regisseur uit Hollywood in de vorige periode van diepe recessie, de jaren dertig. Net als veel films van Capra is Slumdog Millionaire een rags to riches-verhaal, waarbij het heerlijk wegdromen is in tijden van nood. Ook Capra nam het in films als Mr. Deeds Goes to Town (1936) en Mr. Smith Goes to Washington (1939) op voor de underdog, die het misschien niet breed heeft, maar die wel humaner en ook wijzer is dan de rijke elite. Een verschil: in Slumdog Millionaire loopt de tegenstelling niet zozeer tussen arm en rijk, maar tussen kinderen en volwassenen. De kinderen uit de Indiase sloppen die in de film meespelen wachten nog op hun geld: dat krijgen ze pas op hun achttiende, maar voorlopig hebben de filmmakers er wel voor gezorgd dat ze naar school kunnen.

Nog een verschil: Capra verhulde zijn afkomst als Italiaanse immigrant door Amerikaanse helden met blauwe ogen te casten, zoals James Stewart en Gary Cooper. In het hedendaagse Hollywood mag de held ook een kleurtje hebben.

Het Oscargala opende zelfs met een crisisgrap – een dansnummer dat zogenaamd met bordkarton en touw in elkaar was gedraaid, door een te krap budget. De (valse) boodschap: in Hollywood draait het niet om geld, maar om het koesteren van dromen.

De crisis was vooral merkbaar door de verminderde vraag naar reclamezendtijd rond de uitzending. De tarieven voor de reclamezendtijd zakten van 1,7 miljoen dollar naar het nog altijd respectabele bedrag van 1,4 miljoen dollar voor dertig seconden.

Vervolg Oscars: pagina 6

Passeren ‘Dark Knight’ is dom

Het Oscargala is de avond bij uitstek waarop Hollywood wil laten zien heus niet van de straat te zijn. Zo gelden films die op romans en toneelstukken zijn gebaseerd bij uitstek als Oscarwaardig. Ook dit jaar was dat weer zo, met nominaties voor middelmatige films als Frost/Nixon en The Reader. Een virtuoze, vernieuwende, maar minder prestigieuze film als The Dark Knight kreeg niet eens een nominatie. Dat is een domme zet, als de Academy tenminste zijn relevantie wil behouden. Heath Ledger ontving wel postuum de Oscar voor beste bijrolacteur, The Joker in The Dark Knight. Het beeldje werd door zijn ouders en zijn zus ingetogen in ontvangst genomen.

Ook geheel in de traditie was dat de film die de Oscar voor beste film het meest verdiende – Milk van Gus van Sant – zonder het beeldje naar huis ging. Sean Penn won wel de Oscar voor beste acteur, voor zijn rol als de vermoorde homoactivist en politicus Harvey Milk. Hij versloeg daarmee de favoriet Mickey Rourke, die genomineerd was voor zijn doorleefde rol in The Wrestler. Daar valt mee te leven, want beide rollen zijn, hoewel totaal anders, magistraal. Kate Winslet was zoals verwacht de beste actrice (in The Reader). Grote verliezer was het lethargische The Curious Case of Benjamin Button, (budget: 180 miljoen dollar) met Brad Pitt als een man die jonger wordt in plaats van ouder; de film wist slechts drie van de dertien nominaties te verzilveren, in categorieën zoals beste make-up.

De presentatie van het gala was voor het eerst jaren niet in handen van een komiek, maar van een acteur, die ook nog aardig bleek te kunnen zingen en dansen. De keuze voor de Australische hunk Hugh Jackman, onlangs nog te bewonderen in het nergens voor genomineerde Australia, sluit bovendien goed aan bij het demografisch profiel van het Oscarpubliek – de meeste kijkers zijn vrouwen.

Penn bedankte de Academy in zijn dankwoord omdat ze „commie, homo-loving sons of guns” (communistische, homolievende boeven) zijn. Milk won ook de Oscar voor het beste oorspronkelijke scenario. Scenarist Dustin Lance Black zei in een emotionele toespraak dat het verhaal van Milk hem de moed had gegeven om uit de kast te komen. Misschien dat zijn mooie film hetzelfde effect heeft op jonge homo’s nu. Milk is meer dan een emancipatievehikel, maar dat is toch mooi meegenomen.

Fotoserie en meer artikelen op nrc.nl/kunst