God bood tegenwicht

Direct bij verschijnen in 1937 stond het belang vast van Ödön von Horváths Jeugd zonder God (Veen, €19,90), over de invloed van totalitaire propaganda op jongeren. Jeugd zonder God is terecht opnieuw uitgebracht, schrijft Marco Kamphuis. ‘De verteller is leraar aan een gymnasium, die met schrik ziet hoe zijn leerlingen verruwen onder invloed van de propaganda die de totalitaire staat over zijn burgers uitstort. Jeugd zonder God is geschreven in een bewonderenswaardige stijl die de zakelijkheid in kunst en vormgeving van de jaren dertig weerspiegelt. De alinea’s bevatten vaak niet meer dan één korte zin – een staccato dat in een lange roman saai zou worden, maar hier uiterst doelmatig is. Von Horváths ervaring als toneelschrijver is zichtbaar in de dynamische compositie. Voor de intrige is hij te rade gegaan bij het detectivegenre, en hij heeft zijn verhaal verluchtigd met jong verdorven meisjes.

Maar wat dit boek vooral zo geladen maakt is de levensbeschouwelijke strekking. Als tegenwicht voor het fascisme grijpt Von Horváth niet terug op de verlichtingsidealen, maar op God.’