Even weg uit die Ikea-samenleving

De band Stairs to Nowhere zoekt zijn inspiratie op verlaten plekken.

Fluisterend gaan ze ’s nachts op weg naar Het Object.

Nog anderhalf uur tot middernacht. Tim Mooij en Bram Colijn maken zich klaar om op pad te gaan. Ze hebben donkere kleren aan en er ligt een leren jasje klaar om over het prikkeldraad te leggen. Verder bestaat de voorbereiding vooral uit een wijntje drinken en muziek luisteren. En de route bepalen via Google Earth.

Een paar dagen eerder heeft Mooij de locatie al bekeken, nu laat hij via de messcherpe satellietfoto’s zien waar het hek staat en waar de eigenaar woont, die vooral niet wakker mag worden. Hij heeft ook goed opgelet of er geen honden rondlopen, die zijn misschien nog wel erger dan bewakers.

Tim Mooij en Bram Colijn zijn bandleden van Stairs to Nowhere, een garagerockband die vorige maand de landelijke pers haalde omdat er een filmpje op internet staat waarin zij het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg insluipen en een liedje spelen in de legendarische zaal. Het gebouw staat leeg omdat het wordt verbouwd. Mooij en Colijn zijn urban explorers, ze maken deel uit van een subcultuur van mensen die het leuk vinden om op verlaten locaties rond te lopen. De Vredenburg-stunt viel verkeerd bij de gemeente Utrecht die het gebouw had moeten beveiligen. Een rechtszaak dreigde. Uiteindelijk deed de band de ietwat vage belofte aan de wethouder om „nooit meer in een gebouw van de gemeente in te breken om een liedje te spelen”.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ze gaan weer op pad. Het is deel van hun leven en onderdeel van de muziek van Stairs to Nowhere. De locatie mag niet bekend worden, we noemen het ‘Het Object’. Het Object is een pand dat al jaren niet meer wordt gebruikt. Er woekeren bomen en planten tussen het beton en staal, dat is zelfs op Google Earth te zien. Bram Colijn: „We zoeken de plekken waar niemand meer naar omkijkt.” Mooij: „Urban explorers geven een laatste groet aan zo’n gebouw dat elk moment kan worden gesloopt. We zijn op zoek naar de randen van de samenleving.”

Ze doen het voor de kick. Die komt niet zozeer door de spanning, de kans om te worden gesnapt, maar door te zijn waar niemand is. De stilte van de nacht. De slapende stad onder je terwijl je hoog bovenop een gebouw staat. De sporen die je tegenkomt, zoals de Playboyposters aan de muren van een kazerne, of de bouwplannen in een verlaten fabriek.

Maar ze doen het ook voor de muziek, althans, de inspiratie. In het openingsnummer Roadkill & cigars van hun cd Adieu delicate atheist wilde Mooij het gevoel van „’s nachts in een roze Cadillac met drie wielen door de Nevadawoestijn” overbrengen. Die verlatenheid, die andere wereld willen ze overbrengen in de muziek en daarom gaan ze op pad. „Om het alledaagse te relativeren. Even weg uit de Ikea-samenleving.”

Op een kapotgeslagen bekken waar hij graag op speelt, schreef Mooij: ‘I can climb anything, but they insist on building me stairs’. Het vat samen waarom de twee zo graag gaan waar niemand gaat. Mooij: „Als je legaal op een hoog gebouw staat, is er altijd een hek. Alsof ik niet weet dat je er vanaf kunt vallen. Je wordt dom gehouden.”

Hun cd werd goed ontvangen en ze beginnen een livereputatie op te bouwen. De muziek van Stairs to Nowhere is roestig met soms een vunzig toefje p-funk er doorheen. Op het podium breken ze ook graag de regels door spullen in het publiek te smijten en naast het podium verder te spelen. Tim Mooij krijgt nog weleens ruzie met andere bands als hij op hun drumkit speelt. Hij is iets te enthousiast.

Nog een half uur tot middernacht. In het kraakpand staat muziek van Tom Waits op en van de Zweedse groep The Knife. „Goede urban exploring-muziek.” Ze zijn niet zenuwachtig, zeggen ze. Bram Colijn: „We hebben dit al tientallen keren gedaan en zijn nooit gepakt. Die gebouwen worden nauwelijks beveiligd.”

Pas op de fiets worden de twee stiller. Het is middernacht, maar in de stad is nog volop activiteit. „Het is eigenlijk nog wat te vroeg”, zegt Colijn. Bij elk industrieterrein of flat in aanbouw die ze passeren, bespreken ze de mogelijkheid om ook daar eens in te gaan. Of ze hebben het al gedaan.

Dan is er de woonwijk waarin Het Object ligt. Vanaf nu wordt er alleen gefluisterd. Er brandt licht bij het huis van de eigenaar. Shit. Mooij loopt een rondje en acht de kust toch veilig. Het Object is te bereiken via een parkje, over een slootje, door de bosjes. Daarachter ligt een terrein met afval, roestig ijzer en gras.

„Fietser”, sist Colijn. Als die voorbij is kan de tocht verder, door plassen en langs een oude sleepboot. Ze werpen steeds blikken richting de woonwijk waar de lampen branden. Even denkt Mooij iets te horen. Ze staan doodstil. Het is niets. „En nu het lastige gedeelte”, fluistert hij als ze bij het hek komen. Tot hier had hij de boel al verkend, maar het hek is hoog, de enige mogelijkheid is via containers die veel geluid kunnen maken. Daar achter ligt Het Object.

Mooij gooit een steentje over de schutting. En nog een. Geen honden, geen geluid. Behendig klimmen de twee op het hek. Een vale maan schijnt ze bij. Een paar seconden later zijn ze aan de andere kant. Daar wacht de stilte en de nacht die alleen van urban explorers is.

Meer info over de band op www.stairstonowhere.nl