Eindelijk EU-lijn in crisisaanpak

EU-leiders waren het in Berlijn eens over strenger toezicht en het aanpakken van belastingparadijzen. Maar over protectionisme bleven ze vaag in Berlijn.

De wil om de oorzaak van de kredietcrisis te bestrijden was groot, gisteren in Berlijn. Maar Europa’s politieke leiders lieten op een topontmoeting vooralsnog in het midden hoe ze een ongewenst gevolg ervan – protectionisme – zullen vermijden.

De verklaringen daarover bleven vaag. Protectionisme is uit den boze. Handelsbelemmerende maatregelen moeten worden voorkomen. Maar meer dan woorden waren dat niet. In crisistijd is de verleiding groot om juist het tegenovergestelde te doen. Het gaat uiteindelijk om tienduizenden banen, weten de politici, en om de stemming in het eigen land.

Los van dit gevoelige dossier was de eensgezindheid opmerkelijk. De financiële markten zullen strenger worden gecontroleerd. Er komt extra geld voor het Internationaal Monetair Fonds. Belastingparadijzen wordt de wacht aangezegd. Daartoe zetten de leiders van een aantal Europese lidstaten, waaronder Nederland, gisteren in de Duitse hoofdstad een eerste, belangrijke stap.

Eindelijk, zo werd in de marge van de bijeenkomst opgemerkt, is er iets van een Europese lijn in de crisisbeheersing te bespeuren. De initiatiefneemster, de Duitse bondskanselier Angela Merkel, zou daar sterk op hebben aangedrongen. Ze wilde „een sterk Europees signaal” afgeven. De leiders voerden overleg over de bestrijding van de kredietcrisis en de mondiale gevolgen ervan. De bijeenkomst was een voorbereiding op de top van de zogeheten G20, de twintig grootste economieën van de wereld, die begin april in Londen wordt gehouden.

Vervolg Europa: pagina 9

Meer geld voor steunacties IMF

In Berlijn verzamelden zich de Duitse bondskanselier, de Franse president en de premiers van Groot-Brittannië, Italië, Spanje, Luxemburg, Tsjechië en Nederland, alsmede hun ministers van Financiën. Ook de voorzitter van de Europese Commissie en de president van de Europese Centrale Bank waren uitgenodigd.

De leiders onderstreepten de noodzaak om van de G20-top een succes te maken. „Er heerst een groot gevoel van urgentie bij deze politici”, heette het gisteren in de wandelgangen van het Kanzleramt van bondskanselier Angela Merkel. De Nederlandse premier Balkenende zei dat ‘Berlijn’ tot „vier belangrijke keuzes” heeft geleid. „Een keuze voor markteconomie met moraliteit, oftewel de sociale markteconomie; een keuze voor solidariteit met zwakke landen; een keuze voor versterking van economische structuren en deugdelijke overheidsfinanciën en een keuze voor vrije wereldhandel.”

Over dat laatste punt zijn de controverses nog niet weggewerkt. Naarmate de crisis verhevigt en in een recessie overgaat, wordt de roep om staatssteun aan wankelende bedrijven groter. In Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje hoort de auto-industrie tot de bedrijfstakken die door de crisis het zwaarst zijn getroffen. Als autoconcerns ten onder gaan, sleuren ze in hun val een keten aan andere bedrijven met zich mee. Overal zijn dan ook protectionistische geluiden te horen.

„Vrijwel ieder land heeft in zo’n situatie de behoefte om de eigen industrie te beschermen. Maar internationaal werkt dat concurrentievervalsend. Nu is de vraag: hoe krijgen we de politiek met dit gevoelige dossier op één lijn”, zei een regeringsfunctionaris in Berlijn. „Het zal op Europees niveau moeten gebeuren. De industrie is vervlochten; er is Europees instrumentarium voor en alleen gezamenlijk zijn we in staat om de Amerikanen te pareren.”

In een verklaring van de leiders na afloop van de Berlijnse top heet het „dat wij voor de acute crisisbeheersing alleen maatregelen nemen die de concurrentie op de geringst mogelijke manier verstoren, dat we dat ook van de andere G20-leden verwachten en dat we verder geen protectionistische maatregelen zullen nemen”.

Minder discussie was er over het IMF, dat wat de EU-leiders betreft extra geld – tot 500 miljard euro – krijgt om lidstaten met betalingsproblemen te helpen. Er komen ook meer regels en scherper toezicht voor de financiële markten en voor riskante bedrijven en hedgefondsen en producten als kredietderivaten. Belastingparadijzen worden aangepakt, desnoods met sancties. Banken moeten grotere reserves opbouwen. En er komen mondiale afspraken voor een duurzame economie.