Een meerkampster met meer dan 'hefbomen'

Meerkampster Jolanda Keizer (23) wil zich dit jaar testen. Is ze goed genoeg om te pieken op drie grote toernooien? Aan haar ‘hefbomen’ zal het niet liggen.

Als kenners naar een karakteristieke eigenschap van de meerkampster Jolanda Keizer wordt gevraagd noemen ze de ‘hefbomen’. Wat klinkt als koeterwaals, blijkt een term waarmee trainers de biomechanische mogelijkheden van atleten bedoelen. Keizer heeft lange benen en lange armen, de ‘hefbomen’ die helpen om hoog en ver te springen, speren en kogels ver weg te gooien en hard (over horden) te lopen. Ze dankte er gisteren in Apeldoorn haar eerste Nederlandse indoorkampioenschap op de meerkamp aan.

Gemakkelijk die ‘hefbomen’ voor een meerkampster, maar Keizer zou tekort worden gedaan als haar opmerkelijke vooruitgang van de laatste jaren aan de lengte van haar armen en benen wordt toegeschreven. Insiders noemen de ‘goede kop’ als een ander belangrijk kenmerk voor haar succes. Met ander woorden: Keizer is ambitieus en heeft een instelling die aan de normen voor topsport voldoet.

Peter Verlooy, technisch directeur van de Atletiekunie, herinnert zich als horden- en sprinttrainer van de Amsterdamse club AAC nog de kennismaking met Keizer. „Ze zal een jaar of zestien zijn geweest toen ze me op een goede dag vroeg: ‘Meneer, mag ik bij uw selectie meetrainen? Ik wil graag goed worden.’ Nou, die vraag krijgt een trainer niet vaak. Naast de ‘hefbomen’ viel me onmiddellijk haar gedrevenheid op.”

Haar open sollicitatie was voor Keizer de enige manier de aandacht van goede trainers te trekken; ze blonk nergens in uit. Keizer is het prototype van de meerkampster: ze kan alles goed, maar niks geweldig. Ook Verlooy erkent dat ze hem als junior niet was opgevallen. „Ook niet zo vreemd”, zeg hij, „want ze was lang, ongecoördineerd en onhandig. Maar nu zeg ik: ze heeft van alles wat. En bij elkaar is dat een mooi geheel.”

Als Keizer al een minpuntje heeft, is dat haar relatief lage sprintvermogen. Een nadeel, omdat voor zes van de zeven nummers explosiviteit wordt verlangd. „En juist dat onderdeel is moeilijk te verbeteren”, stelt bondscoach Ronald Vetter van de meerkampers met lichte teleurstelling vast. „Maar Jolanda compenseert dat gebrek ruimschoots met haar ‘hefbomen’, die haar in combinatie met haar lengte (1,89 meter) en haar gewicht (69 kg) tot een voortreffelijke meerkampster hebben gemaakt.”

Want Keizer heeft haar sceptici er intussen van overtuigd dat ze veel potentieel heeft. Nadat ze in 2007 tweede was geworden bij de EK onder 23 jaar, maakte ze dat jaar internationaal haar entree bij de senioren met een veertiende plaats bij de WK in Osaka. En de stijgende lijn trok Keizer vorig jaar door bij de Olympische Spelen in Peking, waar ze negende werd. Een klassering waarmee ze tot de fine fleur van de meerkamp doordrong, want dit jaar behoort ze tot tien genodigden voor de EK indoor, die over twee weken in Turijn worden gehouden.

Die eervolle uitnodiging stelde Keizer en haar persoonlijke trainer Guido Bonsen voor het dilemma dat een te grote belasting tijdens het indoorseizoen zich kan wreken tijdens de belangrijke zomerwedstrijden. Uiteindelijk koos Keizer er toch voor zich op beide seizoenen te richten. Enerzijds uit respect voor de eervolle uitnodiging van ‘Turijn’, anderzijds omdat ze intussen een volgroeide meerkampster is en de belasting denkt aan te kunnen. „Maar ook”, zegt Bonsen, „om de simpele reden dat atletiek haar vak is.”

2009 wordt een zwaar jaar, waarvan Keizer en Bonsen benieuwd naar de uitkomsten zijn. Want Keizer wil naast de EK indoor eind mei pieken bij de prestigieuze Hypo Meeting in het Oostenrijkse Götzis en eind augustus bij de WK in Berlijn. Ze ziet het als een experiment waarvoor ze het risico van overbelasting alleen in dit naolympische jaar wil nemen.

Het wordt ook een proeve van bekwaamheid voor Bonsens trainingsmethode, die gebaseerd is op fitheid. „Ik train veel algemeen”, zegt Bonsen. „Fitheid is de basis voor de specialistische training, waarvoor ik per onderdeel ruimschoots de tijd neem. Afraffelen van verschillende nummers op één dag werkt niet; ik wil dat Jolanda in een discipline groeit. En die aanpak werkt, heeft ze de afgelopen twee jaar bewezen. Nu is Jolanda de fitste van Nederland, maar in 2012 bij de Olympische Spelen in Londen moet ze de fitste van de wereld zijn.”

Aan de omstandigheden zal het niet liggen, want Bonsen heeft per 1 maart zijn baan als manager van grote bouwprojecten bij de gemeente Haarlem opgezegd om tot en met 2012 in vaste dienst te treden bij de Atletiekunie. Hij wordt dan bondscoach paralympische sporten en de permanente persoonlijke trainer van Keizer. Hun dagelijkse werkterrein wordt het nationale trainingscentrum Papendal, waar de nationale selecties van de Atletiekunie trainen.

Er is echter een complicerende factor: Keizer en Bonsen hadden ook een privérelatie, die recentelijk is stukgelopen. Staat die breuk een zakelijke samenwerking op weg naar de Spelen in 2012 niet in de weg? Bonsen denkt van niet en Keizer hoopt van niet. De atlete was na afloop van de NK in Apeldoorn optimistisch gestemd: „Ik ben zeer tevreden over mijn prestaties, vooral omdat de emoties over de breuk me de laatste weken veel energie hebben gekost.”