Een levenslange fascinatie voor wielrennen

Dernyrijder Bruno Walrave (70) nam gisteren bij de Zesdaagse van Hasselt afscheid van de wielersport. „Hij is een monument.”

Als de Zwitserse baanwielrenner Franco Marvulli (30) moet omschrijven wat de kracht van dernyrijder Bruno Walrave is, maakt hij prompt de vergelijking met seks. „Gangmaken moet je leren, het is geen vak dat je op school leert. Je kunt het of je kunt het niet”, lacht hij. „Het is een gevoel. Als ik met Bruno rijd, heb ik geen woorden nodig als ik ietsje harder wil. Hij voelt die momenten blindelings aan. Daaruit blijkt zijn klasse.”

Eigenlijk is er geen speld tussen te krijgen. Walrave is een vakman, een man met passie voor zijn vak. Hij was ruim vijftig jaar dernyrijder, iemand die als gangmaker fungeert voor wielrenners. Gisteren nam Walrave afscheid tijdens de Zesdaagse van Hasselt.

Het werd een afscheid zoals het bedoeld is. Na zijn laatste optreden als dernyrijder mocht Walrave een ereronde rijden, waarbij alle renners en gangmakers een erehaag vormden, en de Argentijnse coureur Sebastian Donadio ondertussen het lied Happy birthday ten gehore bracht. Walrave werd gisteren zeventig jaar oud.

Het was een fraaie huldiging. Als Walrave zelf had mogen kiezen, had hij het liefst via een zijuitgang de Grenslandhallen van Hasselt verlaten. Aan zijn lijf geen polonaise. Walrave: „Of dit me nog iets doet? Een beetje weemoed, hè. Ik moet ineens denken aan Patrick Sercu [wedstrijdleider]. Hij zei ooit: ‘Je moet altijd zorgen dat andermans problemen niet jouw problemen worden.’ Dat vond ik een mooie uitspraak. Ik laat altijd alles op me af komen.”

Walter Huybrechts, collega dernyrijder, omschrijft Walrave als een nuchter, realistisch persoon, iemand die met zijn kennis van grote waarde is voor de sport. Om Walrave te typeren, hoeft Huybrechts niet eens zo ver terug in de tijd. „Gisteravond [zaterdag] vroeg ik hem of hij het leuk vond om met z’n allen nog iets te drinken in de bar – een soort afscheidsborrel. Bruno wilde niet. Hij ging liever op tijd naar bed, omdat er bij zijn afscheid vrienden en familie zouden komen. Hij wilde goed uitgerust zijn bij z’n afscheid.”

Huybrechts (58) houdt van die beroepsernst. Toen Walrave gisteren voor het laatst z’n koerskledij aantrok, bestudeerde Huybrechts hem nog eens minutieus. „Hij doet alles heel kalm. Dat siert hem. Weet u, roofdieren hebben van nature een jachtinstinct, Bruno heeft het koersinstinct. Ik mocht willen dat ik daar een deeltje van had.”

Walrave lijkt verlegen te worden bij zoveel loftuitingen. Zelf heeft hij z’n ambacht altijd beschouwd als een middel om inkomen te vergaren. Niets meer en niets minder. Mensen die zijn sport een hogere status toebedeelden, heeft hij nooit begrepen. „Sport heb ik altijd rationeel benaderd. In het wielrennen noemen we dat ‘de knop omdraaien’, geloof ik. Ik nam afstand zodra ik klaar was.”

Wedstrijdleider Patrick Sercu, de beste baanwielrenner uit de historie van het cyclisme, heeft door die evenwichtige benadering een ideaal klankbord gehad in de persoon van Walrave. „Kijk, het publiek heeft niets met zo’n man, maar voor ons is hij van grote waarde geweest. Hij was streng, ja. Als hem iets niet aanstond, dan liet hij dat ook blijken. Hij was de ideale figuur om een idee te peilen.”

Huybrechts knikt instemmend als hij geconfronteerd wordt met de woorden van Sercu. „Bruno noemen we in ons groepje het ‘sjefke’. Dat is niet voor niets. Hij is een regelaar, hét aanspreekpunt voor organisatoren. In België zeggen ze dat alle ‘onmisbaren’ op het kerkhof liggen, maar eerlijk gezegd begin ik nu te twijfelen aan die uitdrukking. Bruno is een monument. Als Joop Zijlaard straks stopt, weet ik echt niet wie ons dan moet vertegenwoordigen.”

Wielrenners spreken louter met waardering over de mannen die hen gangmaken tijdens de dernykoersen. „Ze horen bij het hele circus”, stelt Leon van Bon, gisteren tweede met zijn partner Leif Lampater. „Gangmaken lijkt zo makkelijk. Als renner merk je het direct als je achter een beginner rijdt. Bruno voelt exact wat een renner aankan. Hij rijdt een gelijkmatig tempo en weet welke lijn hij moet rijden.” Sercu beaamt dit. „Wat Bruno heeft gedaan, is puur vakmanschap. Hij is een tenger persoon, iemand die met zijn postuur weinig wind vangt – anders dan bijvoorbeeld Joop Zijlaard. Dan komt het puur aan op stuurmanskunsten, techniek en lef.”

„Lef heeft hij zeker”, vindt Franco Marvulli. „Een jaar of vier geleden reed ik met Bruno ergens in Duitsland. Opeens ging zijn motor haperen. Ik riep: ‘Stoppen, stoppen, naar beneden.’ Bruno haalde zijn schouders op en reed keihard door. Kennelijk wist hij precies wat hij deed, want die motor deed het later weer prima.”

Dat een bestaan als dernyrijder gevaren met zich meebrengt, weet Walrave als geen ander. De laatste jaren stelde Walrave zich telkens de vraag: wanneer stop ik? Toen hij zag dat de laatste dag van de Zesdaagse van Hasselt samenviel met zijn zeventigste verjaardag kreeg hij het idee daar afscheid te nemen. „Het is een mooi moment; het seizoen is voorbij, en ik ben in staat om het goed af te maken.” Walrave kampt met een pijnlijke voet, een kwetsuur overgehouden aan een ongeluk op de wielerbaan.

Walrave groeide op in de Stadionstraat in Amsterdam, vlakbij het Olympisch stadion. Tijdens zijn jeugd kwam hij in aanraking met sport, iets waar hij van huis uit niet mee opgegroeid was. Als kind raakte hij gefascineerd door het wielrennen. Het was mystiek voor hem. Zeker op de baan. Ronkende motoren, uitlaatgassen vermengd met frituurlucht en vooral het enthousiaste publiek intrigeerde hem. Nog steeds. „Telkens als ik een wielerbaan op ga, raakt me dat. Ik kijk of dingen zijn veranderd, proef de sfeer. Ik blijf dat nog steeds bijzonder vinden.”

Als kind stapte hij vaak op de bonnefooi op de trein naar België, epicentrum van de wielersport. Daar keek hij naar zijn helden. Peter Post, Frits Wiersma, Bertus de Graaf; het waren mannen die hem mateloos konden boeien om hun kunsten op de fiets. Van die mystiek heeft hij nooit genoeg kunnen krijgen.

De Amsterdammer, vanaf zijn zeventiende in de ban van de derny, bleek talent voor het gangmaken te hebben. Hij werd vijftien keer wereldkampioen, waarvan vijf keer met Gaby Minneboo. Zijn mooiste triomf behaalde Walrave met Bert Boom in Brno, Tsjechoslowakije. Boom en Walrave revancheerden zich voor het WK van een jaar eerder, toen het duo niet mocht starten na een geschil met wielerunie KNWU. Walrave had te doen met Boom, die in Brno revanche nam en de wereldtitel won. Thuis heeft hij nog een zwartwitfoto van die triomf. Walrave – op de schouders van het publiek – lacht breeduit op die afbeelding.

Gisteren werd hij opnieuw gehuldigd, al ging hij dit keer niet op de schouders. Wel waren er bloemen, taart en talloze handdrukken. Walrave onderging het met een grote grijns op zijn gezicht. Na afloop keuvelde hij nog één keer in de kleedkamer met de mensen met wie hij jarenlang opgetrokken is. „Ik ben nog niet verloren voor de wielersport”, stelde Walrave. „Als er om mijn mening gevraagd wordt, zal ik die geven, en ik zal nog regelmatig Zesdaagsen bezoeken.”

Toen Walter Huybrechts de kleedkamer betrad met Belgisch bier, maakte zich een gelukzalig gevoel meester van Walrave. Met een voldane glimlach zei hij: „Het is mooi geweest zo.”