Echec is schuld van de stad zelf

Na het drama met de Oost-Westlijn is er nu de chaos van de Noord-Zuidlijn. Het Rijk moet zijn been stijf houden en er geen cent meer aan besteden, vindt Tjerk Westerterp.

Het moest er van komen. Eindelijk heeft een Amsterdamse bestuurder, PvdA-wethouder Tjeerd Herrema, verantwoordelijkheid genomen voor de trieste gang van zaken bij de aanleg van de Noord-Zuidmetrolijn. Wegens onnodige verzakkingen van historische panden en honderden miljoenen euro’s overschrijding van het budget op een Amsterdamse metrolijn. Het is niet voor het eerst. Ook bij de aanleg van de Oost-Westlijn in de jaren 70 van de vorige eeuw heeft eenzelfde soort drama zich afgespeeld: ook nu te lage ramingen (om met de woorden van oud-wethouder Dales (VVD) van zondag in Buitenhof te spreken: „een krappe begroting”) om de gemeenteraad en het Rijk een rad voor de ogen te draaien bij de besluitvorming. Bij de planning van het tracé voor de Oost-Westlijn waren het ministerie van Verkeer en Waterstaat, onder mijn verantwoordelijkheid, en de Nederlandse Spoorwegen voorstander van het zogeheten Boerenweteringtracé (de Boerenwetering is ooit aangelegd voor de afwatering van het veengebied bij Amsterdam). Niet alleen zou de aanleg via dit ‘grachtentracé’ goedkoper zijn, er zouden ook veel minder huizen hoeven te worden afgebroken en de lijn zou loodrecht op het Amsterdamse Centraal Station eindigen. Zo zou een Noordtak van de metro betrekkelijk goedkoop en technisch gemakkelijk kunnen worden aangelegd. Ook veel Amsterdamse actiegroepen waren destijds voor die oplossing.

Zo niet echter wethouder Han Lammers en burgemeester Samkalden (beiden PvdA). De Oost-Westlijn moest en zou via de Nieuwmarkt worden aangelegd.

Door te kiezen voor zijn tracé kon Lammers een grootscheepse stadvernieuwing in de Nieuwmarktbuurt doordrukken. Toen ik mij als minister in het overleg met Amsterdam bleef inzetten voor het Boerenweteringtracé, bestookte burgemeester Samkalden mij zelfs telefonisch thuis met het dreigement: „Tjerk, als je volhoudt, ontstaat in Amsterdamse een bestuurlijke chaos” (sic!). Nou was ik daarvan niet zo onder de indruk. Ik heb mij echter gewonnen moeten geven voor het formele argument van het Amsterdamse college dat de aanleg van de Oost-Westlijn een gemeentelijke aangelegenheid was, waarbij het Rijk de wil van de gemeenteraad maar had te accepteren.

Deze controverse tussen twee overheden heb ik, toen eenmaal besloten was tot de aanleg van de Oost-Westlijn, niet naar buiten gebracht. De actiegroepen verdachten mij er zelfs van met Samkalden en Lammers onder één hoedje te spelen. Zij hebben op een zondagochtend zelfs mijn hele huis in Ulvenhout onder gekalkt. Bij de officiële opening van de Oost-Westlijn – inmiddels was burgemeester Polak aan het bewind – heb ik echter namens het kabinet-Den Uyl in mijn toespraak uitdrukkelijk verklaard dat dit de enige en laatste keer was dat het Rijk zou bijdragen aan de aanleg van een metrolijn in Amsterdam. Hadden de latere kabinetten zich maar aan deze afspraak gehouden. Dan zou Amsterdam – met het technisch nog nooit in de wereld vertoonde kunststukje van een geboorde tunnel onder een stad op palen – een hoop ellende bespaard zijn gebleven.

Amsterdam probeert ongetwijfeld te bereiken dat de nationale schatkist opnieuw opengaat en dat het Rijk, dat wil zeggen de Nederlandse belastingbetaler, met honderden miljoenen extra over de brug komt. En dat ondanks de uitdrukkelijke overeenkomst tussen de gemeente Amsterdam en het Rijk, dat alle risico’s van overschrijding van het budget voor de aanleg van de Noord-Zuidlijn uitsluitend voor rekening van Amsterdam zouden komen. Ik hoop dat het kabinet-Balkenende (en minister Eurlings in het bijzonder) het been stijf zal houden. De Noord-Zuidlijn moet (voorlopig?) beperkt blijven tot de afbouw van het gedeelte Noord-Centraal Station.

Drs. T.E. Westerterp was minister van Verkeer en Waterstaat (KVP) van 1973 tot 1977.

Meer over de metrolijn op nrc.nl/binnenland/noord-zuidlijn/