De zon breekt door

Voor het Chinese milieu is de financiële malaise een onverwachte zegen. Grootvervuiler China heeft sinds de Aziatische crisis van de jaren negentig enkel groei gekend. Maar daar is abrupt een einde aan gekomen. Met alle gevolgen van dien. Pakweg dertig miljoen boeren en migrantenarbeiders zijn opeens zonder werk komen te zitten, de export heeft een neerwaartse vlucht genomen, buitenlandse investeerders blijven weg, de pakhuizen zitten met een zorgelijk overschot, lijnvluchten van en naar China zijn halfleeg, noem maar op. Dat het milieu er wel bij vaart, is een ongedachte bijkomstigheid.

Op onderzoek in de NoordChinese provincie Ningxia, ter voorbereiding van een film over de staat van het Chinese milieu, is dat een gekke gewaarwording. De industriebelt daar staat bekend als een van de smerigste plekken op aarde. Er hangt een dikke laag smog, het roet van de tientallen kolencentrales die er in het laatste decennium zijn verrezen, bedekt het hele landschap, en de kaalslag die daar weer het gevolg van is, doet buitenaards aan. Dit is geen plek om te wonen.

Tot enkele weken geleden. Want sinds de jaarlijkse trek van de boerenarbeiders naar huis, om Chinees Nieuwjaar te vieren, zijn tal van fabrieken en centrales in de regio stilgelegd. Bij gebrek aan afnemers tijdelijk gesloten. De migranten hoeven voorlopig niet meer terug te komen.

En plots kleurt de lucht boven Ningxia voor het eerst in twaalf jaar al dagen achtereen strak blauw. In de provincie is de zon doorgebroken. De lokale milieubeweging spreekt van een wonder.

Maar de gevoelens zijn tegenstrijdig. De migrantenarbeiders malen niet om het milieu, die willen gewoon werk. Zo is de meeste Chinezen het milieu een zorg.

Jammer is dat wel. Maar in het Derde Wereldland dat China nog altijd is, moet er eerst en vooral brood op de plank. Met schone lucht vul je geen magen.

Hoe het land er in de toekomst bij zal liggen, is de zorg van mensen die zich dat kunnen veroorloven. In China zijn dat er niet veel.