De kleine prins van het Astridpark

Mbark Boussoufa nam gisteren twee treffers voor zijn rekening in de topper tegen Standard Luik. De Nederlandse Marokkaan verovert België.

‘De kleine prins van het Astridpark’, zo wordt Mbark Boussoufa genoemd. Waarom? Omdat hij klein is, omdat hij scoort en omdat hij prinsheerlijk voetbalt. Zoals hij beweegt en de bal beroert, daar kunnen ze in België – vooral de supporters van Anderlecht – niet genoeg van krijgen. En omdat hij zo’n mooie naam heeft.

Als Boussoufa – geboren in Amsterdam-Oost, opgeleid en verstoten door Ajax – kort voor de rust van de Belgische topper Anderlecht tegen Standard Luik de bal uit een vrije trap met een haarzuivere curve in het doel heeft gelegd, scandeert de Brusselse aanhang nog minuten lang zijn naam: „Boussoufa, Bou-ou-ou-sou-ou-fa.” Het is 1-1. Een kwartier na rust scoort hij weer, opnieuw de gelijkmaker, en tegen het einde van de wedstrijd legt hij de bal nog maar eens achteloos klaar voor ploeggenoot Tom De Sutter, die de stand op 4-2 voor Anderlecht brengt.

Niet alleen de doelpunten en de acties van het 24-jarige Marokkaans-Nederlandse mannetje zorgen voor een uitgelaten sfeer in het Constant Vanden Stockstadion, in de volksmond het Astridpark. De strijd tussen de chique Brusselse club en de vurige Luikse rivaal is onafgebroken opwindend. Aanvallend voetbal, in een hoog tempo, agressief, met technische hoogstandjes. Is dit het Belgische topvoetbal? Is dit waarover in Nederland lacherig wordt gedaan?

Het was de strijd tussen de oude roem en de nieuwe roem. Anderlecht, de club van de meeste titels en bekers, de club met van oudsher het meeste geld en de meeste status. Standard, de club waarover men in België de laatste jaren opgewonden en met bewondering spreekt. Iedereen wil tegenwoordig bij Standard horen. Mensen die zich belangrijk vinden gaan naar Sclessin, het stadion te midden van de zware industrieën. Voormalig premier Yves Leterme mag dan half Vlaming, half Waals zijn, hij is net als velen dezer dagen supporter van Les Rouches.

Standard is de club van het temperament, vroeger al, toen een tijdje niet, maar sinds een paar jaar weer wel. Vorig jaar werd de club na 25 jaar eindelijk weer kampioen. Als gevolg van nieuw geld en van een herstructurering van de jeugdopleiding. En dankzij aantrekkelijk, vurig voetbal, zoals ze dat op Sclessin willen. Temperamentvol zijn de spelers van Afrikaanse, Oost-Europese, Zuid-Europese en Zuid-Amerikaanse afkomst. Uiterst temperamentvol is de Roemeense trainer Laszlo Böloni, 108-voudig international én tandarts. Alles aan Standard ademt temperament. Tot op de tribunes, waar de meest luidruchtigen van België zich te buiten gaan aan beledigende zangpartijen. Te veel temperament soms, ook wat voetbal betreft, zoals gisteren in het uitverkochte stadion. Waar de Luikse ploeg zich voorbijliep, zich verslikte in de snelle aanvalsacties en nota bene tweemaal een voorsprong (1-0 en 2-1) verspeelde.

Te midden van deze opwinding acteerde een kleine man uit Amsterdam, Mbarak (voluit Moebarak) Boussoufa. Snel, wendbaar, brutaal, balvaardig en trefzeker als geen ander deze avond in Brussel. Een voetballer uit de Ajaxlichting met Wesley Sneijder, Nigel de Jong, Hedwiges Maduro. Zijn trainer in de A2 was destijds Danny Blind, nu manager technische zaken bij Ajax. Boussoufa zou zich niet handhaven bij Ajax. Blind vond hem te lastig, hij zou zich niet willen aanpassen. De 17-jarige Marokkaan werd weggestuurd en vond onderdak bij Chelsea. Daar werd hij aanvoerder van het tweede elftal. Toen eigenaar Roman Abramovitsj besloot grote spelers te kopen, was er geen plaats meer voor Boussoufa.

In België, bij AA Gent, werd hij met open armen ontvangen. Hij blonk wekelijks uit, scoorde en werd de lieveling van het publiek. In 2006 werd hij Belgisch voetballer van het jaar. Intussen had hij al besloten voor Marokko te willen spelen, een uitnodiging voor het Nederlands elftal van bondscoach Marco van Basten negerend.

Sinds 2006 is Boussoufa de ster van Anderlecht. Althans zo voelt de middenvelder zich. „Iets te gauw laat hij zich verleiden tot gemakzucht”, weet voormalig Anderlechtaanvaller Marc Degryse. „Hij kan veel, hij kan nog meer dan hij nu laat zien. Die vrije trap waaruit hij scoort is het resultaat van veel oefenen. Ik heb hem dat gezegd: oefenen, en je wordt beter. In grote wedstrijden moet je er zijn. Dat verwachten ze van je.”

Misschien is het de weelde die hij niet kan dragen. Boussoufa verdient 1,5 miljoen euro per jaar, hij is de best betaalde voetballer van België. De kleine man kijkt na afloop alsof hij wordt getroffen door bliksem. „Weelde? Te veel verdienen?” Dan is er weer de lach. „Ik heb vanavond laten zien wat ik kan. Iedereen heeft genoten. Dat doet me het meeste plezier.”

Medespelers, bestuurders, functionarissen, supporters en journalisten staan na afloop om hem heen en slaan hem op de schouders. Die trefzekere vrije trap, hoe ging dat toch? Boussoufa legt nog eens uit. Hij kan maar niet ophouden met uitleggen.

Dan komt Standardcoach Bölöni voorbij. Nors, teleurgesteld over de nederlaag. Hij legt even zijn hand op het hoofd van Mbark Boussoufa en lacht, als een vader.