De geldautomaat spreekt hier dertig talen

We hóéven immigranten niet te beledigen omdat we vrije meningsuiting kennen.

New York kan tot voorbeeld strekken: daar is goede smaak veel vanzelfsprekender.

De commotie rond Geert Wilders heeft zijn partij geen windeieren gelegd. Volgens opiniepeiler Maurice de Hond kan de Partij voor de Vrijheid (PVV), als er nu verkiezingen worden gehouden, op 25 Kamerzetels rekenen. De partij van Geert is daarmee virtueel de tweede partij van het land en heeft slechts twee zetels minder dan het CDA.

Haagse politici buitelden over elkaar heen om de vrijheid van meningsuiting te verdedigen voor de man die anderen dat recht wil ontnemen. In een interview met De Telegraaf zei VVD-leider Mark Rutte dat de VVD de vrijheid van meningsuiting voor eenieder fors groter wil maken. Hij verwees daarbij naar Amerika, waar „de vrijheid van meningsuiting zwaarder weegt dan de inhoudelijke waardering voor de uitgesproken boodschap”.

Het is alsof een Amerikaanse anti-abortusactivist de Nederlandse abortuswetgeving ten voorbeeld stelt. Abortus provocatus is volgens artikel 296 van het Wetboek van strafrecht strafbaar als zijnde een misdrijf tegen het leven gericht. De wet geeft de aborterende arts alleen een strafuitsluitingsgrond als de vrouw zich in een ‘noodsituatie’ bevindt. Maar in de praktijk kan elke vrouw in Nederland om iedere willekeurige reden een abortus krijgen op kosten van de staat.

Het in de Amerikaanse grondwet verankerde recht op vrije meningsuiting zegt al net zo weinig over de praktijk in de Verenigde Staten. Amerikaanse kranten, talkshowpresentatoren en politici kunnen inderdaad zeggen wat ze willen over minderheden en religies – zelfs leugenachtige, provocerende of hatelijke dingen – zonder dat ze juridische vervolging hoeven te vrezen. Maar uitgerekend de Amerikaanse media zagen ervan af om de Deense cartoons, die drie jaar geleden voor zoveel ophef zorgden, te publiceren. Ze vonden de spotprenten ‘te beledigend’. Volgens de hoofdredacteur van The Washington Post hanteert de krant eigen normen voor taal, religieuze en raciale gevoeligheid en meer in het algemeen goede smaak.

De conservatieve talkshowpresentator Don Imus werd in 2007 van de radio gebannen, nadat hij de (overwegend zwarte) basketbalspeelsters van Rutgers University had uitgemaakt voor nappy headed hoes (hoeren met warrig kapsel). Bekende Amerikaanse televisiepresentatoren, zoals Brian Williams, Andrea Mitchell en de vorig jaar overleden Tim Russert, weigerden eenvoudig nog langer te gast te zijn bij Imus in the Morning.

Ian Buruma schreef in Murder in Amsterdam (2006) over de moord op Theo van Gogh dat de manier waarop de meest grove beledigingen worden opgevat als een teken van eerlijkheid of morele oprechtheid, typisch Nederlands is. Buruma merkte daarbij fijnzinnig op dat de algemeen geaccepteerde vulgariteit iets samenzweerderigs en frauduleus heeft: het is een wel erg gemakkelijke manier voor insiders om nieuwkomers buiten te sluiten.

De dominante cultuur heeft de morele plicht om voorzichtig te zijn, zei Avishai Margalit, die samen met Buruma het prachtige boekje Occidentalism – The West in the Eyes of its Enemies (2004) schreef, drie jaar geleden in een interview met deze krant. Dat men de vrijheid van meningsuiting altijd moet verdedigen, betekent niet dat men haar ook altijd ten volle hoeft te gebruiken.

Het is jammer dat mainstream politici in Nederland zoals Wouter Bos en Mark Rutte niet inzien dat wat moreel juist is, ook electoraal het meest vruchtbaar zou zijn. De schreeuwpartij kunnen ze toch niet winnen van Geert Wilders. De verruwing van het publieke debat doet ook niets om de sociale spanningen in de Nederlandse samenleving te verminderen. Integendeel.

Nergens wordt zoveel gescholden en worden zoveel bedreigingen geuit op internet als in Nederland, zo blijkt uit onderzoek uitgevoerd door het dagblad Trouw. Zonder spoor van ironie wordt op nieuwssites en weblogs geschreven dat het leger ‘met kanonnen, tanks en granaatwerpers op het Marokkaanse straattuig moet worden afgestuurd’. Niet toevallig was dat net nadat Hero Brinkman van de PVV had geopperd om de problemen in Gouda te lijf te gaan met tanks uit Afghanistan.

De toename van Marokkaanse jeugdcriminaliteit bewijst het ongelijk van Pim Fortuyn en zijn erfopvolgers. Het demoniseren van bepaalde bevolkingsgroepen draagt nou eenmaal niet bij aan de integratie van die groepen.

Vergeleken met Nederland is New York een tempel van wellevendheid en alomvattendheid. Bij overheidsinstellingen worden gratis tolk/vertalers aangeboden in een keur aan talen, van Hindi en Chinees tot Pools en Portugees. Wie in New York pint bij een geldautomaat van Citibank, kan uit dertig verschillende talen kiezen. Ayaan Hirsi Ali zal inmiddels ook doorhebben dat niet alle migranten in Amerika vloeiend Engels spreken. Waarom geven de pinautomaten in Nederland wel instructies in Duits, Frans en Engels, maar niet in het Turks of Marokkaans?

Toen burgemeester Mike Bloomberg in 2002 door een journalist van The New York Times werd gevraagd waarom zwarten en latino’s in de stad zijn plannen voor hervorming van het schoolsysteem niet steunden, antwoordde hij: „Ze begrijpen niet hoe slecht de scholen worden gemanaged en dat hun kinderen daardoor niet de kans krijgen om de Amerikaanse droom te leven.” Dagenlang stonden de kranten vol met artikelen of de ogenschijnlijk onschuldige opmerking van de burgemeester racistisch of neerbuigend was.

Bloomberg heeft geleerd zijn tong in toom te houden en hij wordt alom geprezen omdat New York onder zijn leiding een periode van ongekende etnische harmonie beleeft. Zoals Bloomberg het zelf ooit zei in een interview voor de lokale televisiezender NY1: „New York is verre van perfect, maar we doen het een heel stuk beter dan op de meeste andere plaatsen in de wereld.”

Heleen Mees is columniste van NRC Handelsblad en woont in New York