Clinton wil druk op Peking, maar met mate

Pragmatisme is de constante factor in de relatie tussen China en de VS. Verkoop van obligaties is voor Clinton belangrijker dan mensenrechten.

Nog voor de nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, afgelopen vrijdag landde op het vliegveld van Peking, was duidelijk dat de Amerikaans-Chinese relaties ook onder een nieuwe president in het Witte Huis gekenmerkt zouden worden door pragmatisme en realisme.

Amerikaanse presidenten en ministers van Buitenlandse Zaken komen en gaan, het Chinabeleid is al jaren zeer constant sinds president Clinton in mei 1994 de koppeling tussen economische samenwerking en mensenrechten verbrak. Een koerswending die door Bush werd voortgezet en nu onder president Obama en minister Clinton wordt voorzien van een nieuw etiket, de zogeheten „brede dialoog’’.

Feit is dat vanuit Chinees perspectief de verschillen tussen Democratische en Republikeinse regeringen in Washington nauwelijks waarneembaar zijn. Alleen de argumentatie verandert met de jaren enigszins.

„We zullen druk blijven uitoefenen op het gebied van mensenrechten, maar die kwesties mogen geen belemmering vormen voor de gesprekken over de economische crisis, de klimaatcrisis en de veiligheidscrisis”, zo formuleerde de nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken de prioriteiten in de belangrijkste bilaterale relatie van de VS.

Het is uiteindelijk een simpele zaak, redeneerde minister Clinton openhartig. De VS kan allerlei schendingen aan de orde stellen, maar kennen bij voorbaat de Chinese antwoorden al. Los van het feit dat zij aan dat soort vertoningen geen tijd wil spenderen, speelt vooral een rol dat de twee wereldmachten elkaar nodig hebben.

De VS hopen dat China blijft doorgaan met het kopen van Amerikaanse staatsobligaties. Washington volgt met stijgende onrust het oplaaiende Chinese debat over de vraag of deze miljarden niet in de Chinese economie gestoken moeten worden. Een internationaal klimaatakkoord is ondenkbaar zonder Chinese (en Amerikaanse) steun en tot slot willen de VS dat China actiever wordt bij beteugelen van de Iraanse en Noord-Koreaanse nucleaire ambities.

In feite is het een simpele zaak: China om hulp vragen bij het bestrijden van economische, klimatologische en veiligheidscrises (Noord-Korea en Iran) en tegelijkertijd China scherp en openlijk bekritiseren als het om Tibet, Taiwan of de behandeling van de dissidenten van ‘Charter 08’ gaat, is geen werkbare optie. Dat betekent niet dat zij in haar besloten gesprekken met president Hu Jintao en Wen Jiabao gevoelige kwesties helemaal vermeed, maar elke vorm van scherpslijperij werd vermeden.

Typerend voor haar eerste bezoek als lid van de Amerikaanse uitvoerende macht was de ontvangst door viceminister van Buitenlandse Zaken Dai Binggou, een van de topdiplomaten van de Chinese Communistische Partij.

„Mevrouw, u ziet er jonger en mooier uit dan op televisie”, complimenteerde Dai Bingguo zoetgevooisd. De Amerikaanse reageerde stralend op het zeer Chinese charmeoffensief en antwoordde: „Nou, wij zullen het goed met elkaar kunnen vinden”.

Zo goed zelfs dat de Chinese media in haar prioriteitstelling en haar toon een voorbeeld zien voor ministers en leiders van andere landen. Het realisme van Hillary Clinton is in de Chinese media al verheven tot criterium, tot de goede gedragscode. Niet onverwacht reageerden mensenrechtenorganisaties teleurgesteld. De mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch en Amnesty International spraken over een drastische koerswending van Clinton.

Een derde mensenrechtenorganisatie, Free Tibet in Londen, liet zelfs weten „woedend en geschokt” te zijn. Zij wees erop dat Clinton als Democratische kandidaat vorig voorjaar na de Chinees-Tibetaanse botsingen in Tibet nog had gepleit voor een boycot van de Olympische Spelen. Er is geen verschil met de regering van Bush, zo constateerde de organisatie.

Deze verwijten liet Clinton schouderophalend aan zich voorbij gaan. Zij is net als president Obama in Azië te populair om zich veel gelegen te laten liggen aan dergelijke kritiek. Zij deed de verwijten af als oude politiek. Juist door openheid te betrachten over haar beperkingen en prioriteiten, denkt zij druk te kunnen uitoefenen. Bovendien ontliep zij in Peking mensenrechten- en aidsactivisten beslist niet.

Onder hen bevonden zich de 82-jarige mevrouw Gao Yaojie, die aan Clinton vertelde hoe zij voortdurend wordt gevolgd en lastig wordt gevallen door de staatsveiligheidsdiensten. De beroemde activiste vertelde de Amerikaanse minister ook over het nieuwe bewustzijn in China dat aids een aanzienlijk groter probleem is dan tot voor kort werd onderkend.

„Ik zal heus mijn mond niet houden”, verzekerde Clinton haar en 23 andere vrouwen die zich inzetten voor tal van sociale kwesties. Maar dat deed zij in de ontmoetingen die ertoe deden natuurlijk wel. Er is nu eenmaal een verschil tussen campagnevoeren en executieve verantwoordelijkheid dragen.