Bijleveld moet toekijken bij carnaval op Curaçao

Curaçao was gisteren het toneel van de Gran Marcha 2009, ofwel de grote Carnavalsoptocht. Staatssecretaris Ank Bijleveld (Koninkrijksrelaties, CDA) besloot op het laatste moment af te zien van deelname aan de stoet. In plaats daarvan zat ze, samen met premier Emily de Jongh-Elhage van de Antillen, tussen de toeschouwers langs de route.

Bijleveld was door de Curaçaose gedeputeerde Zita Jesus-Leito van Constitutionele Zaken, in functie vergelijkbaar met een wethouder, uitgenodigd om mee te lopen met een van de 33 carnavalsgroepen. Op zaterdag, voor vertrek naar de Antillen voor een vijfdaagse dienstreis, was Bijleveld nog vastbesloten „zo’n feest samen te vieren”, zo zei ze tegen de Wereldomroep. Maar bij aankomst op Curaçao bleek het verzet tegen haar participatie te groot.

Het nieuws dat Bijleveld zou meelopen in de Gran Marcha, dat vorige week uitlekte via de Papiamentstalige krant La Prensa, riep veel weerstand op. Carnaval is de culturele graadmeter van de Curaçaose samenleving die momenteel hevig wordt verdeeld door de staatkundige onderhandelingen met Nederland.

Met de opheffing van het Antilliaanse staatsverband, gepland voor 2010, wil Curaçao een autonoom land worden binnen het koninkrijk, een status die Aruba sinds 1986 heeft. Nederland wil daarbij 1,7 miljard euro van de Antilliaanse staatsschuld saneren in ruil voor toezicht op justitie en overheidsfinanciën.

Deze afspraken zijn inzet van een staatkundig referendum op 15 mei aanstaande. De regeringscoalitie is vóór, maar de oppositie is fel tegen de overeenkomst. Bijlevelds deelname aan carnaval, het volksfeest bij uitstek op het met haar identiteit worstelende Curaçao, werd gezien als een politieke boodschap om de „neokoloniale” ja-optie bij het referendum te propageren. „Een kwalijke zaak”, aldus Bijleveld.