Bestuur en integriteit

Met de integriteit van het openbaar bestuur op lokaal niveau is het zorgwekkend gesteld. Dat moet de conclusie zijn na de alarmerende woorden die minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) vorige week uitsprak.

Dit is wat ze in de Tweede Kamer zei: „Ik spreek met alle burgemeesters die bij mij komen als zij burgemeester worden en die vaak al in een andere gemeente burgemeester zijn geweest. Ik vraag aan al die burgemeesters of zij op de een of andere manier te maken hebben met integriteitsproblemen van gemeenteraadsleden, van wethouders of van ambtenaren. Bijna altijd is het antwoord: ja.”

Minister en Kamer spraken met elkaar over de ‘Sinterklaasaffaire’ in de Echt-Susteren. In deze Limburgse gemeente zijn twee wethouders terecht afgetreden nadat zij allerlei verenigingen en organisaties illegaal subsidie hadden verleend. In hun kielzog sneuvelde ook een gedeputeerde die bij de kwestie was betrokken en bovendien was beschuldigd van een dubieuze transactie met zijn huis.

De constatering van Ter Horst stemt des te treuriger voor wie zich de vermaarde toespraak herinnert van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Dales (PvdA). Zij sprak in 1992 op een congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vermanende woorden: „Een overheid kan niet én rechtsstaat zijn én niet integer. [..] De overheid is óf wel óf niet integer. Een beetje integer kan niet. [..] Wie de integriteit laat aantasten, tast het vertrouwen van de burger is het bestuur, en daarmee de democratie in haar wortels aan.”

Zeventien jaar later is de stand van zaken dat overheidswerkgevers wettelijk verplicht zijn een integriteitsbeleid te voeren en daarvoor een beroep kunnen doen op de expertise van het Bureau Integriteitsbevordering voor de Openbare Sector (BIOS), en dat de Universiteit van Amsterdam de Ien Dales Leerstoel erop nahoudt. Maar veel heeft dit allemaal niet geholpen, gelet op de uitlatingen van de huidige minister. Zij zint op maatregelen en heeft haar hoop gevestigd op de burgemeesters als bewakers van de integriteit. In die rol staan zij volgens haar soms „buitengewoon alleen”.

De vraag is of alle burgemeesters dit vertrouwen van de minister mogen genieten. Ze geven soms niet het goede voorbeeld. De burgemeester van Den Helder bijvoorbeeld kon woensdag weleens aan zijn laatste raadsvergadering beginnen. Onder meer financiële tegenvallers in de privésfeer hebben hem tot een greep in de gemeentekas verleid. De wethouders vertrouwen hem niet meer.

Integriteit van landelijk, regionaal en lokaal bestuur verdient permanente aandacht en onderhoud. Het is goed dat minister Ter Horst openlijk haar zorgen ventileert. Maar een volgende stap is denkbaar. In 2002 is de hoofdelijke aansprakelijkheid van wethouders afgeschaft. Ervaringen als in Echt-Susteren leren echter dat een hardere aanpak van bestuurders en ambtenaren ter voorkoming van corruptie, vriendjespolitiek en nepotisme niet overbodig is.