Alles draait om Chimerika

De economische crisis deelt behalve financiële ook steeds meer politieke klappen uit. Vorige week dinsdag stapte de Japanse minister van Financiën op. Afgelopen vrijdag viel de regering van Letland. Zoals op de beurzen geldt ook in het politieke theater: waar de een onderuit gaat, kan de ander winnen. Maar wie wint er?

De Europese Unie is deze weken, zoals gisteren op een selecte top in Berlijn, vooral met zichzelf bezig. Gezien de financiële instabiliteit in de oostelijke lidstaten, de onderlinge spanningen en de druk op de euro heel begrijpelijk

Naar buiten toe is het Europese antwoord op de crisis: mondiale financiële regulering. Deze zou op de G20-top van 2 april a.s. in Londen gestalte moeten krijgen in onder meer een grotere rol voor het IMF en beter toezicht op riskante financiële producten zoals hedgefondsen.

In aanloop naar die Londense top beloeren drie andere wereldspelers elkaar op heel andere fronten. Een dag voor bondskanselier Merkel haar Europese gasten ontving, spraken in Peking Amerikanen en Chinezen met elkaar, aan het slot van de Aziëreis van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton. Voor de wereldeconomie stond in Peking meer op het spel dan in Berlijn.

China en Amerika zitten in een ongekende financiële omstrengeling. De Britse economisch historicus Niall Ferguson noemde dit verbond ‘Chimerika’: de Chinezen spaarden, de Amerikanen consumeerden. Dit dubbelland staat voor een tiende van ’s werelds landmassa, een kwart van de bevolking, een derde van de economische productie en meer dan de helft van de economische groei sinds 2000.

Volgens Ferguson had deze symbiotische relatie de kredietcrisis tot gevolg: ‘Chimerika was de onderliggende oorzaak van de groei van bankleningen, aandelenuitgiftes en derivatenhandel na 2000. Het was de onderliggende oorzaak van de explosie in hedgefondsen. (...) En Chimerika was de onderliggende reden dat de Amerikaanse hypotheekmarkt zo zwom in het geld in 2006 dat je een volledige hypotheek kon krijgen zonder salaris, baan of aandelen’ (The ascent of money, 2008).

De Europeanen hopen dat de Amerikaanse president Obama hun reguleringsplannen voor de G20 zal steunen. Daar is weinig kans op. Ten eerste heeft Obama momenteel wel wat anders aan zijn hoofd (en 2 april is al snel). Ten tweede zit de hoofdzaak voor de Amerikanen elders.

Terwijl de Europeanen de gevolgen van de economische crisis willen oplossen met regulering van banken, financiële producten en belastingparadijzen, is men in zowel Amerika als China gehecht aan een oorzaak ervan. De Amerikanen zijn geenszins van plan minder staatsschulden te maken; integendeel, getuige Obama’s immense bestedingsplan. De Chinezen van hun kant hebben nog steeds de Amerikaanse afzetmarkt nodig als aanjager van hun groei en werkgelegenheid.

Terwijl de Britse premier Gordon Brown, gastheer van de komende G20, gisteren opriep tot een ‘mondiale New Deal’, ‘een grote ruil tussen de landen en continenten’ is de stemming in Washington: die G20 is aardig, maar wat we nodig hebben is een ‘G2’, van Amerika en China. Dat vindt niet alleen Ferguson, maar dat zei ook Carters oud-veiligheidsadviseur Brzezinski op 11 februari jl. in een Senaatsbijeenkomst (Financial Times, 13 januari jl.).

Na afloop van haar gesprekken met ambtgenoot Yang en premier Hu Jintao was Hillary Clintons belangrijkste boodschap: de Chinezen hebben nog vertrouwen in het Amerikaanse economische stelsel. Beide landen gaan samen werken aan herstel van de wereldeconomie. En er komt een opwaardering van de ‘strategische en economische dialoog’, een bilateraal topberaad waaraan aan Amerikaanse zijde voortaan Clinton en minister van Financiën Geithner zullen deelnemen. Obama en Hu Jintao zullen de details tijdens de Londense top uitwerken. Ook de Chinezen schenen erg tevreden met deze uitkomst.

Dat wordt in Londen dweilen met de Chimerikaanse geldkraan wijd open.

Op ander vlak ontwaart ook Rusland kansen in de instabiliteit van de kredietcrisis. Hoewel sommige commentatoren meenden dat Moskou vanwege de gekelderde olie- en gasprijzen spoedig een toontje lager zou zingen, blijkt daar niets van. Medvedev en Poetin, die ruim 400 miljard euro aan buitenlandse deviezen in de schatkist hebben, gebruiken de financiële nood in de voormalige sovjetrepublieken om er hun positie weer op te bouwen – waaronder die in de ruimte tussen Europa en Rusland.

Tot nu toe hapten twee landen toe. Wit-Rusland kreeg begin februari van het Kremlin een lening van 2 miljard dollar. President Loekasjenko kwam er speciaal voor naar Moskou. Opvallender was de deal met Kirgizië, een arme ex-sovjetrepubliek. Meteen na een Kremlinbezoek, op 4 februari jl., verklaarde de Kirgizische president Bakjev dat de Amerikaanse militaire basis in zijn land moest sluiten. Deze basis wordt door de Amerikanen sinds 2001 ingezet voor hun oorlog in Afghanistan. Het aangevoerde motief was dat de Amerikanen te weinig huur betalen. Hoewel de Kirgizische president de aankondiging zowat op de drempel van het Kremlin deed, beweerden de Russen dat zij nergens van wisten. Afgelopen donderdag ging het Kirgizische parlement akkoord (Le Monde, 22 februari). Zo werd een kleine zet gepleegd in een oud Russisch-Amerikaans schaakspel om invloed in Centraal-Azië.

Gesprekken tussen Rusland en Oekraïne over een lening van vier miljard euro zijn gaande. Tegen welke concessies? Dat weet niemand. Kort na de gasruzie tussen beide landen, die onder meer Bulgaarse bejaarden in de kou zette, zou het de greep van Rusland op de Europese energievoorziening verder vergroten.

Op 2 april komen al deze spelers bijeen in Londen. Er zijn voor Europa’s politieke leiders voldoende redenen de kredietcrisis in wijder licht te zetten dan het nut van het IMF of het kwaad van belastingparadijzen.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/middelaar(Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)