Zoeken naar de weg uit de wereldwijde recessie

Na de week waarin de minister-president aankondigde dat Nederland een „grote beproeving” te wachten staat en in de Tweede Kamer de verzuchting slaakte „laten we elkaar alsjeblieft vasthouden”, zijn er enkele politieke conclusies te trekken. Zij zijn van belang voor de verdere bestrijding van de economische crisis, waarvoor de prognoses deze week aan dramatiek wonnen.

Zo is er de bijna unanieme opvatting dat het kabinet niet meer hoeft vast te houden aan de regel die het zichzelf had opgelegd om het financieringstekort in principe de 2 procent niet te laten overschrijden. Steun voor deze versoepeling kwam er ook van de Europese Commissie die onder de huidige omstandigheden de lidstaten niet wil vastpinnen op een tekort van maximaal 3 procent.

Toch moet er gesproken worden van ‘bijna unaniem’. In de Tweede Kamer plaatste de VVD zich deze week bij monde van fractieleider Rutte in een isolement. Om niet te zeggen: buiten de werkelijkheid, door als enige partij aan de 2-procentsnorm vast te houden. Rutte laadt nu de plicht op zich om met een ‘tegenbegroting’ of een ander alternatief te komen. Daarin mag hij aantonen dat hij dit jaar én 34 miljard kan bezuinigen, het bedrag dat nodig is om op een tekort van niet meer dan 2 procent uit te komen, én economie en werkgelegenheid kan versterken. Hem zij succes gewenst.

En passant deed zich deze week nog een politiek feitje voor: praten over hypotheekrenteaftrek is niet langer taboe, ook al doet dat premier Balkenende geen plezier. Feit is dat moties van VVD en PVV, met als strekking: handen af van deze aftrekpost voor hypotheeknemers, door de rest van de Kamer werden verworpen.

Van meer belang is de politieke erkenning dat Nederland, alle grote woorden ten spijt, weinig méér aan crisisbestrijding kan doen dan het al heeft gedaan. Het kan pleisters plakken, maar de wond niet genezen. Bij alle aanvragen die bedrijven, vakbonden, zorgorganisaties en wie al niet doen of zullen doen om overheidsbijdragen, is dat besef van belang. Minister Bos (Financiën, PvdA) gebruikt steeds vaker de retorische list niet te spreken van overheidssteun, maar van „het geld van de belastingbetaler”. Dat is feitelijk hetzelfde, maar het klinkt toch anders en de boodschap zal trouwens niet in de laatste plaats voor Bos’ partijgenoten zijn bedoeld.

Onweersproken is intussen de stelling van het Centraal Planbureau dat de ingezakte wereldhandel de kern van het probleem is. De wereldwijde crisis vergt dus een mondiale aanpak. De vraag is welke rol Nederland in het internationale overleg kan spelen. Om te beginnen bij de voorbereidende bijeenkomst van Europese regeringsleiders dit weekeinde in Berlijn, in de aanloop naar de top van de G20, de meest invloedrijke economieën, op 2 april in Londen.

Door zijn grote financiële sector heeft Nederland van oudsher een belangrijke stem waar het de internationale financiële architectuur betreft. De sanering van dat stelsel en een vernieuwd toezichtsregime zijn essentieel voor het herstel van de wereldeconomie. Daarnaast zullen Balkenende en Bos erop moeten aandringen dreigend protectionisme tegen te gaan. Dit is niet alleen van belang voor de kleine, open economie van Nederland. De raderen van de wereldeconomie moeten blijven draaien. Dat is, alle stimuleringsplannen ten spijt, de enige zekere weg uit de mondiale recessie.