Twintig jaar na de fatwa over Rushdie doen veel mensen aan zelfcensuur

Nu de islam een grote religie wordt, mag vrijheid niet worden beknot

Respectievelijk voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer en lid van de VVD-Tweede Kamerfractie alsmede mede-oprichter van het Rushdie comité. Zij werken aan een wetsontwerp om de vrijheid van meningsuiting te vergroten.

Het is deze week precies twintig jaar geleden dat in Iran een fatwa werd uitgesproken met een doodsvonnis over de in Engeland levende schrijver Salman Rushdie. Door zijn roman De Duivelsverzen voelden veel moslims zich beledigd. Velen in het Westen beschouwden deze doodsbedreiging als een ernstige bedreiging van de vrijheid van meningsuiting. Ze stonden op om dat grondrecht, en Rushdie, te beschermen.

In de afgelopen twintig jaar is de islam als gevolg van immigratie in Nederland en andere Europese landen uitgegroeid tot een grote religie. Religieuze gevoeligheden ( het gevoel beledigd te worden) namen daardoor toe. Zeker bij mensen die vanuit hun achtergrond niet gewend waren aan de open en kritische wijze waarop de maatschappelijke discussie in een land als Nederland wordt gevoerd. Ook de radicale islam is in de vrije wereld steeds sterker aanwezig. Ging het in 1989 om één man, nu worden steeds vaker mensen bedreigd omwille van hun mening. Soms worden bedreigingen zelfs geëffectueerd, zoals de moord op Theo van Gogh leerde.

Toen Van Gogh werd vermoord, was de aanvankelijke reactie van toenmalige minister van Justitie Donner (CDA) niet om pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting. Integendeel: hij stelde juist voor om godslastering sneller strafbaar te stellen. Vorig jaar werd voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog een cartoonist, Gregorius Nekschot, met groot machtsvertoon van zijn bed gelicht vanwege zijn tekeningen. De huidige minister van Justitie, Hirsch Ballin (CDA), wil het verbod op belediging nota bene verder verbreden, zodat belediging van een geloof kan worden opgevat als belediging van de aanhangers van dit geloof. Het gerechtshof Amsterdam heeft onlangs in diezelfde lijn de vervolging van Geert Wilders bevolen. Het hof is van mening dat zijn harde uitlatingen een blokkade opwerpen voor gelovige moslims om zich in het maatschappelijk debat te roeren.

Enkele columnisten en wetenschappers volgden die redenering. Zo schreef Elsbeth Etty (Opiniepagina, 27 januari) dat „een gevaarlijke verstoring van het maatschappelijk leven en het publieke debat dient te worden afgewend”. En Bas van Stokkom betoogde op de internetsite van deze krant: „Niet iedere burger heeft de wil of kunde om zich in het debat te verweren.”

In de strijd met vrijwaring van belediging, lijkt het vrije woord het te verliezen. Blijkbaar wordt onderschat hoe reëel het sluipende gevaar van de beperking van het vrije woord is voor onze samenleving. Dat is om twee redenen gevaarlijk. Ten eerste, het fundament van onze samenleving wordt erdoor aangetast. Vrijheid van meningsuiting is de basis waarop, of beter, de methode waarmee we onze samenleving ontwikkelen. Om vooruit te komen, zullen ideeën voortdurend moeten worden getest en beproefd. Er zijn op dit moment al columnisten en cabaretiers die hebben aangegeven dat ze uit angst voor represailles niet alles zeggen wat ze zouden willen. Ongetwijfeld zijn er veel meer die het niet hardop zeggen, maar wel aan zelfcensuur doen, uit angst voor reële bedreigingen. En voor een overheid die je onvoldoende beschermt of je zelfs van je bed licht.

De tweede reden waarom dergelijke reacties verkeerd en averechts zijn: ze werken anti-emancipatoir. Wanneer we de ontwikkeling van inperking van het vrije woord laten doorwoekeren, dreigt een nieuwe akte van het ‘multiculturele drama’. In de laatste twee decennia van de vorige eeuw namen de spanningen in de samenleving toe. Immigratie zorgde voor een toename van de bevolkingsdiversiteit en voor meer onbegrip en tegenstellingen. Zaken werden niet bij hun naam genoemd en kwetsbare groepen werden niet gestimuleerd zich te weren. Ze werden ongevraagd verdedigd door naïeve moraalfundamentalisten die zich zo hoopten te profileren aan ‘de goede kant’ van de politiek correcte streep. Rond de eeuwwisseling werd eindelijk op grote schaal ingezien dat het ontkennen van de verschillen en de problemen eerder averechts werkte. We werden met onze neus op de feiten gedrukt toen opgekropte onvrede op onwenselijke manieren de kop opstaken.

Dit drama dreigt zich nu te herhalen. Door het begrip belediging in de wet op te rekken, wordt geprobeerd groepen die zich snel beledigd voelen te beschermen tegen hun onwelgevallige meningen. (vrijwaren van kwetsende meningen.) Zo wordt het vrije woord bedekt met een naïeve sluier van goede bedoelingen onder het motto: alles voor de lieve vrede. Deze toedekking vindt bovendien plaats in een explosiever decor dan het vorige multiculturele drama.

Daar komt bij: pogen mensen te beschermen tegen kritiek, maakt ze mínder weerbaar, niet meer. Door deze houding bevestig je het idee dat men slachtoffer is, en dat lichtgeraaktheid een deugd is. De Franse filosoof Pascal Bruckner stelde al dat door mensen in een rol van slachtofferschap te duwen, je slechts chronisch ontevredenen creëert. Of zoals de Amsterdamse stadsdeelvoorzitter in Slotervaart Ahmed Marcouch het onlangs in deze krant zei: „Niets is beter voor de islam dan de vrijheid van meningsuiting. Het geeft de godsdienst ademruimte en de mogelijkheid zich tot de moderniteit te verhouden – iets wat de islam veel te lang heeft uitgesteld.”

Je kunt van mening verschillen over de wijze waarop kritiek wordt geuit. Maar ook grove en provocerende uitlatingen kunnen een functie hebben. Dergelijke meningsverschillen moeten niet in de zittingszaal van de strafrechter, maar in het publieke debat worden beslecht. De strafrechter zou pas in beeld moeten komen wanneer sprake is van oproepen tot vijandigheid en discriminatie of geweld. Eigenlijk is, zoals de Amerikanen zeggen, de beste reactie op hate speech, more speech.

De slechtste reactie is een verdere wettelijke beperking van de vrijheid van meningsuiting, zoals dit kabinet wil. En de argumentatie daarbij dat een beperking samenhangt met het schrappen van de strafbaarheid van godslastering is bizar. Natúúrlijk moet het verbod op godslastering worden geschrapt. Dit geeft een onterecht privilege aan gelovigen. Maar juist voor religieuze minderheden is verruiming van de vrijheid van meningsuiting de beste garantie om hun geloof en hun opvattingen te kunnen blijven belijden en uit te dragen, hoe politiek incorrect die eventueel ook zijn.

Vrijheid van meningsuiting is geen bron van tegenstellingen maar een brug daartussen.