Slobbersap

Er zijn vrienden die mij een oude zeur vinden. Ze begrijpen niet dat, als ik op een best wel gezellige avond een best aardige wijn in een totaal verkeerd glas krijg ingeschonken, ik het liefst onmiddellijk mijn jas pak en vertrek. Het overkomt me vaak: wijn uit zo’n knus dik Duralex-bistroglaasje, of zo’n feestelijk rheinwein-kelkje met een dikke poot van groen geribbeld glas, om maar te zwijgen van een gegraveerde gobelet of een bobbelig mondgeblazen roze gevalletje van een Franse rommelmarkt. Leuk voor in de glazenkast, om naar te kijken, maar drink er nooit wijn uit. Zo’n glas reduceert elke wijn tot slobbersap. In zo’n glas kun je de wijn niet ruiken en dus ook niet proeven.

Een goed wijnglas staat op een pootje, is dun, helder en ruim. Een pootje voorkomt dat uw vingers de wijn verwarmen, dun glas geeft een prettig mondgevoel en helder glas laat de kleur goed zien. Een glas moet groot zijn, omdat u de wijn dan lekker kunt laten rondwalsen en de aroma’s zo binnenboord blijven.

Dit laatste punt is belangrijker dan u denkt; zonder zijn veelzijdige aroma’s smaakt wijn als een licht alcoholisch, zurig drankje. Proef maar eens met uw neus dicht om te zien wat ik bedoel. Het vermogen om kersen, kerosine, motorjack of vanille in een wijn te ontdekken ligt in de neusholtes, die zijn verbonden met de mond. Als het op smaak aankomt spelen de smaakpapillen in de mond slechts een ondersteunende rol aan de neus.

Om wijn beter te proeven, kiest u dus een glas dat de aroma’s vasthoudt. Spiegelau, Schott Zwiesel, Eisch Glaskultur, Riedel, dit zijn zomaar wat merken die fantastische glazen maken in uiteenlopende prijsklassen. Van handgemaakt tot mondgeblazen en afwasmachinebestendig. Voor elk type wijn is wel een apart glas te vinden. Je kunt fortuinen aan glaswerk uitgeven, maar voor vijf à tien euro heeft u al een heel behoorlijk kristallen glas. Het maakt niet uit of u het glas voor wit of voor rood gebruikt, als het maar groot is. In die Duralex-kommetjes stopt u voortaan maar waxinelichtjes, dat is ook knus.

mennosimon@nrc.nl