Rutte laat de nuance vallen

VVD-leider Mark Rutte viel deze week op met stevige standpunten. „Waanzin”, meenden zijn tegenstanders. Maar zijn fractieleden vonden dat dat wel eens mocht.

Hij ging in de aanval en belandde in het defensief. In twee opeenvolgende debatten, wist VVD-leider Mark Rutte afgelopen week opvallend veel aandacht op zich te vestigen, zeker voor een leider van de tweede oppositiepartij van het land.

In het debat over de economische crisis weigerde hij tot 25 keer toe de vraag te beantwoorden hoe de VVD 40 miljard euro in anderhalf jaar tijd denkt te bezuinigen. Die opstelling leverde kwalificaties op als „idioot” (Pechtold, D66), „waanzin” (Van Geel, CDA) en „onzinnig” (minister Bos, PvdA). Arie Slob (ChristenUnie) verklaarde „moeite” te hebben Rutte „nog langer serieus te nemen”.

En er was deze week nog een moment in de Kamer waarin Rutte verwarring zaaide. In een debat over de weigering van de Britse regering PVV-leider Geert Wilders tot het land toe te laten, creëerde Rutte onduidelijkheid over het standpunt van de liberalen over de vrijheid van meningsuiting. Al was de gehele Kamer eensgezind in haar afwijzing van de Britse opstelling, Rutte werd onverwacht geconfronteerd met een kritische houding van zijn collega-Kamerleden, waarbij hij venijnig reageerde.

Hoe kijkt Rutte zelf terug op zijn optreden in de Kamer? Zelf lijkt hij er, aan het eind van de week, niet zo mee te zitten. Ontspannen kijkt hij terug, het pak ingeruild voor een rode trui en een vale spijkerbroek. „Ik wil niet altijd de nuance zoeken. In het debat om de crisis ging het mij erom dat het CDA een draai heeft gemaakt. De VVD is de laatste hoeder van solide overheidsfinanciën.” Maar 40 miljard euro in anderhalf jaar bezuinigen, is dat wel realistisch? „Het is misschien technisch niet mogelijk, maar ik heb er heel bewust voor gekozen om de boodschap over te brengen dat wij aan een maximaal tekort van 2 procent vasthouden. Daar ging het om.”

Het ging Rutte dus even niet om de techniek, maar om de politiek. Het CDA moet volgens hem de druk op de PvdA houden om een herhaling van de jaren zeventig te voorkomen: „Laat je de PvdA haar eigen gang gaan, dan wordt het een catastrofe waar nog generaties voor zullen moeten opdraaien. Herinner je maar hoe lang we met die shit uit de jaren zeventig hebben gezeten.”

Neemt niet weg dat Rutte op de inhoud in de hoek werd gedreven door een groot deel van de Kamer. Waarom ontweek hij bijvoorbeeld zo vaak de 40 miljard-vraag? „Ik heb dat bedrag niet genoemd. Bovendien, ik zit niet in de regering. Die moet met de voorstellen komen.”

Maar het debat over de economie lijkt niet op zichzelf te staan. Al eerder kwam Rutte in aanvaring met andere partijen. Twee weken geleden kondigde hij aan de vrijheid van meningsuiting wettelijk te willen verruimen: „We hanteren een helder uitgangspunt over de grenzen van wat je wel en wat je niet kunt zeggen. Van andermans opvattingen mag je alles zeggen, maar niet van eigenschappen die je bij de geboorte hebt meegekregen”. Dat riep een tegenreactie op. Femke Halsema, partijleider van GroenLinks, wilde graag weten hoe Ruttes hartstochtelijke pleidooi voor het vrije woord zich verhoudt tot zijn standpunt over haatzaaiende imams: de VVD wil hen toch aan de grens weigeren? Rutte beet Halsema toe dat ze zich „zou moeten schamen”, omdat haar partij in dit „belangrijke debat over de vrijheid van meningsuiting werkelijk volledig afwezig” zou zijn. Waarop zij zich verbaasd afvroeg waarom Rutte zo „over zijn theewater” was.

Dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet zo zwart-wit liggen als hij in de Kamer naar voren bracht, erkent Rutte. „Je hebt niet de tijd om in een half uur op het onderwerp in te gaan. In zo’n snel debat wil ik tegenstellingen aanscherpen, dan bedrijf ik politiek in blokletters.”

Maar loopt hij met deze stevige stijl van debatteren niet het gevaar dat hij verkeerd begrepen wordt? Of dat tegenstanders ten onrechte tegenstrijdigheden in zijn denkbeelden ontwaren? „Rutte schiet door in zijn concurrentiestrijd met Wilders”, zegt een kabinetslid. En D66-leider Pechtold: „Dit keer was Rutte niet alleen aan het bumperkleven bij Wilders, maar reed hij er vol overheen.” Toch heeft Ruttes optreden binnen zijn eigen fractie niet tot gemor geleid. Niet voor niets benadrukte de VVD onlangs nog dat ze minder als bestuurderspartij en meer als „een echte politieke partij” wil opereren. En daarin past het optreden van de VVD-leider goed. Of, zoals kersvers Kamerlid Ton Elias het verwoordt: „Het mocht best wel eens, zo gepassioneerd erin gaan.”