Privacy in de verlengde huiskamer

Meer behoefte aan privacy zorgt voor telkens hogere schuttingen rond de Nederlandse tuinen. „Mensen trekken zich steeds meer terug op hun eigen plekje”, aldus socioloog Peper.

Sien Morees heeft een hoekhuis in Amsterdam-Noord. Rond haar tuin staat een hoge zwarte schutting. „Anders vraagt iedereen die langsloopt ‘Smaakt het?’ als je in de tuin zit te eten”, zegt Sien. En daar heeft ze niet altijd zin in. Zo gezellig is het in de buurt toch al niet meer, vindt ze. „Mensen zijn vooral met zichzelf bezig.”

Buren van Sien vertellen dat er ook veel overlast is in de laantjes die langs de achtertuinen lopen. Je mag er niet fietsen of met een brommer rijden, maar dat gebeurt wel. Er ligt vaak troep, omdat niemand zich echt verantwoordelijk voelt voor de paadjes. Bewoners bouwen schuttingen omdat ze de troep niet willen zien.

Schuttingen rond tuinen worden hoger en dichter, zeggen verkopers en bouwers van schuttingen. De reden daarvoor is dat mensen langer worden – een Nederlandse man was gemiddeld 180,8 cm lang in 2007 – maar er is ook meer behoefte aan privacy. De tuin is een verlengstuk van de huiskamer, zegt Pim Hoffs, hoofd inkoop van doe-het-zelfketen Praxis, en daar willen mensen privacy.

De trend is onomkeerbaar, denkt socioloog Bram Peper (Erasmus Universiteit Rotterdam – niet te verwarren met de oud-burgemeester). Hij onderzocht in het verleden burenruzies. „Mensen trekken zich steeds meer terug op hun eigen plekje. Nederland wordt voller en drukker en daardoor ontstaat de behoefte je af te schermen.” Daarbij zijn mensen ook sneller dan voorheen op hun teentjes getrapt, zegt hij. Het gedrag van buren wordt al snel niet meer gepikt. En als je eenmaal aan de schutting begonnen bent, zegt Peper, kan een ‘wapenwedloop’ ontstaan tussen buren: de schutting moet steeds hoger.

VVD-raadslid Wyb Feddema uit Leeuwarden ergert zich al jaren aan de wildgroei aan schuttingen. Volgens hem worden sommige buurten er een „rommeltje” door. Hij ziet dat niet alleen in nieuwbouwwijken met kleine tuintjes, maar ook in de oudere stadswijken waar corporaties hun huurhuizen verkopen. Regels van de corporatie, bijvoorbeeld dat er een heg moet staan tussen tuinen en geen schutting, verdwijnen met de komst van huizenbezitters. Na acties van buurtbewoners heeft een corporatie in Friesland een beding opgenomen in het verkoopcontract. Een schutting plaatsen mag, als de bewoners die laten begroeien met klimop.

De mensen die voor dit artikel zijn ondervraagd, zeggen allemaal dat het steeds ongezelliger werd in de buurt en dat ze daarom een schutting hebben geplaatst. Het is, vinden zij, niet andersom, dat de buurt ongezellig wordt doordat zij de boel dichttimmeren. Maar een 69-jarige vrouw met een hoge schutting in Amsterdam-Noord zegt wel: „Ik hoef niet meer terug naar vroeger, de mensen die hier nu komen wonen, interesseren me niet zo.” De schutting aan de zijgevel van haar huis heeft ze ook om een andere reden laten plaatsen. Ze had „oorlog” met de buren aan die kant.

Sinds 2003 mag een schutting tot twee meter hoog vergunningsvrij worden geplaatst. Daarboven moet wel een vergunning worden aangevraagd. Elke gemeente kan daar zijn eigen regels voor bepalen. In de gemeente Amersfoort kunnen inwoners in de regel geen vergunning krijgen voor een hogere schutting, behalve als mensen bijvoorbeeld veel geluidsoverlast ondervinden van een weg.

De Amersfoortse bouwinspecteur Fred Stroomberg ziet op zijn ronde door Amersfoort „geregeld” schuttingen die hoger zijn dan wat is toegestaan. Mensen willen niet meer „open en bloot” in de tuin zitten, zegt hij. Vooral bewoners van hoekwoningen ervaren volgens hem een gebrek aan privacy. Als de zijkant van een huis grenst aan een straat, stoep, perk of park geldt die kant als voorzijde. Een schutting mag er dan niet hoger zijn dan een meter. Soms schijnen koplampen van passerende auto's daardoor recht de huiskamer in, vertelt Stroomberg, die best snapt dat mensen dat vervelend vinden.

Mensen bouwen ook hoge schuttingen om zich veiliger te voelen, maar in een wijk die dichtgetimmerd is, voelen mensen zich uiteindelijk juist minder veilig, want „de ogen op straat verdwijnen erdoor”, zegt planoloog Martijn Ubink van onderzoeks- en adviesbureau Middelkoop. Zijn bureau deed onderzoek naar zogenoemde bloemkoolwijken uit de jaren zeventig. Daar is de grens tussen privé- en publieke ruimte soms bewust vaag gehouden, met het idee dat mensen elkaar zo op een natuurlijke manier zouden tegenkomen. Maar zo werkt het niet, zegt Ubink, „Mensen willen blijkbaar toch in hun blote kont in de tuin kunnen zitten” en dus bouwen ze een schutting op de grens tussen hun achtertuin en een parkje. Vanuit het parkje ziet dat er minder mooi uit, en de sociale controle is er weg.

In Amersfoort doen inspecteur Fred Stroomberg en zijn collega’s er alles aan „de boel zo open mogelijk te houden”. Maar zijn ervaring leert dat als mensen hun tuin per se dicht willen, ze daarvoor altijd een manier vinden. Bijvoorbeeld door snelgroeiende coniferen als afscheiding te planten, daarvoor heb je geen vergunning nodig. Een gemeente kan daar alleen tegen optreden als de verkeersveiligheid in het geding komt – bijvoorbeeld doordat automobilisten elkaar te laat zien. Buren kunnen elkaar wel aanspreken als er bij hen te veel licht wordt weggenomen of er overhangende takken zijn. De Rijdende Rechter grossiert in dat soort zaken.

In vinexwijk Vathorst worden de regels op een soortgelijke manier omzeild, zegt Stroomberg. Bewoners bouwen er vergunningsvrij een stenen muurtje van een meter hoog en zetten daar een bouwraster op dat ze laten dichtgroeien met klimop. Dat mag, maar het effect is wel dat het na een paar jaar volledig dicht zit, zegt Stroomberg. „En daar kunnen we niets tegen doen.”