Op weg naar Tongren

  We gaan op weg naar Tongren een klein stadje in het zuidoosten van Qinghai op de grens met de provincie Gansu. De wegen zijn  geasfalteerd maar er zijn geen vangrails in de haarspeldbochten; we kunnen permanent honderden meters naar beneden kijken  waar de Gele Rivier meandert. Omdat het hard waait krijgen we te maken met

 

We gaan op weg naar Tongren een klein stadje in het zuidoosten van Qinghai op de grens met de provincie Gansu. De wegen zijn  geasfalteerd maar er zijn geen vangrails in de haarspeldbochten; we kunnen permanent honderden meters naar beneden kijken  waar de Gele Rivier meandert. Omdat het hard waait krijgen we te maken met steenslag en hier en daar moet ons busje opzij voor  grote brokken lijsteen die midden op de weg liggen.

Onderweg passeren we Hui-moslimdorpjes. Niet ver van Tongren zien  we een enorme Tibetaanse muurschildering op de rotsen van wel vijftig meter hoog; het teken dat we in Tibetaans gebied zijn  aangekomen.

De kloosters in de bergen van Tongren (Longwusi en Wutunsi), waar vorig jaar maart meer dan tweehonderd monikken werden opgepakt, zijn betoverend.Op de top van  een heuvel ligt het Longwusi, acht kloostertempels met daken die als gouden tongen  schitteren in de winterzon. Aan de punten van de daken hangen vergulde bellen die  zachtjes wiegen op de wind en waarvan het geluid van de bergen kaatst. Het geeft me een gevoel van rust zoals ik verwacht van een bezoek aan Tibet.

 Ook hier geen toerist, politie of soldaat te bekennen. Wel een paar  onberispelijk  in pak  en stropdas geklede Chinezen die leunen op de open portieren  van hun zwarte VW’s  voor de poort van het klooster en ergens op lijken te wachten.

 Later verneem ik uit verschillende bronnen dat er al enige tijd soldaten zijn gelegerd in de bergen rond Tongren. Vanuit mijn hotelkamer in het centrum van het stadje heb ik uitzicht op een klein atletiekstadion. s’Ochtends vroeg zie ik een colonne soldaten met schilden de baan op marcheren.

Ze krijgen commando’s die ze naschreeuwen en voeren  kungfu-oefeningen uit. “Dat doen ze hier iedere dag. We zijn er al aan gewend,” lacht de eigenaar van het China Telecom hotel.

Afgaand op de persbureau’s zou  Xiahe, een dorp op anderhalfuur rijden van Tongren,  voor buitenlanders  verboden gebied zijn. In het voor Tibet zo belangrijke Labrangklooster  werden vorig jaar eveneens  rond de tweehonderd monniken  opgepakt. Daarom stuur ik mijn Chinese assistent vooruit. Hij komt op weg naar Xiahe een wegversperring  tegen maar kan als Chinees ongehinderd passeren.

In Tongren ontmoet ik een Australische toerist maar in Xiahe is volgens mijn assistent geen westerling  te bekennen; alle reisbureau’s hebben de opdracht gekregen  geen excursies met buitenlandse toeristen naar Xiahe  te maken.

 

  Een monnik in Wutunsi op zes kilometer afstand van Tongren, een klooster dat vooral bekend     is om zijn mandala en thangkaschilders, verwacht dat de stille respressie in verband met de       gevoelige data in maart voorlopig nog  zal aanhouden. “We kunnen geen kant op.”