Ontnuchteren aan de Wolga

Alcoholisme is een groeiend probleem in Rusland. De wodka-consumptie neemt komend jaar naar schatting toe met 8 á 10 procent, naar gemiddeld vijftien liter per persoon.

„Kunt u rechtop staan, met uw voeten naast elkaar?”, vraagt verpleger Nikita Kirilov aan de man met de baard die zojuist door twee politieagenten het blauw geverfde wachtlokaal is binnengebracht. De man doet zijn best, maar valt meteen om. „Probeert u nu eens uw armen naar voren te strekken en met gesloten ogen drie tellen te blijven staan”, vervolgt Nikita. „Een…, twee…, drie…, en ja hoor, daar gaat-ie.” Hij knikt naar de politieagenten en bevestigt hun vermoeden. „Dronken!”

„Het is vandaag al de vijftiende, terwijl het nog geen zes uur is”, zegt politiekapitein Vadim Pastoechov, hoofd van het ontnuchteringcentrum aan de Vliegeniersboulevard, dat officieel ‘Post voor Bewaring van de Openbare Orde’ heet. „Tot nog toe hebben we er in februari al 174 opgepakt. We houden ze hier minimaal drie uur en maximaal een etmaal vast. Daarna mogen ze de straat weer op. Ze moeten dan wel een boete van tweehonderd roebel (vijf euro) betalen voor medisch onderzoek.”

„Waarde heer”, zegt de dronkaard nu tegen de politieofficier. „Ik ben abs…, absoluut niet dr…, dronken. En ik… moet… naar huis… om de hond… uit te laten.”

„Maakt u eerst uw zakken maar eens leeg”, zegt een politieagent. „En vertelt u alstublieft hoe u heet en hoe oud u bent.”

„Koezmitsj, Joeri Aleksandrovitsj, 61 jaar”, zegt de man.

Als het proces verbaal is opgemaakt en hij een pakje sigaretten en een paar kopeken uit zijn zakken heeft gehaald, wordt Joeri naar een van de twee ontnuchteringhokken aan weerzijden van de balie gebracht. Daar staan drie bedden, waarvan er een bezet is.

De agent van het proces verbaal brengt Joeri naar binnen, maakt zijn bed op en laat hem grinnikend achter. Als de deur is vergrendeld, roept Joeri: „Ik ben niet dronken. Ik heb helemaal niets gedronken. Er hangt alleen maar een dranklucht om me heen.”

Voor kapitein Pastoechov zijn het vertrouwde woorden. „Dat zeggen ze allemaal”, zegt hij met een brede grijns.

Jaroslavl, een voor de crisis welvarende stad aan de Wolga op 250 kilometer ten noordwesten van Moskou, telt drie ontnuchteringcentra. Je kunt er terechtkomen als je wegens openbare dronkenschap wordt opgepakt. Het is al zover als je op straat loopt te zwalken, want met zulk gedrag ben je een slecht voorbeeld voor de jeugd en dat is strafbaar.

Anders dan je zou verwachten veroorzaakt de economische crisis in Rusland geen topdrukte in het ontnuchteringcentrum. Al wordt ervan uitgegaan dat in 2009 de wodka-consumptie met 8 à 10 procent stijgt, naar vijftien liter per persoon. „Als mensen hun baan verliezen gaan ze heus niet meteen drinken, maar eerst ander werk zoeken”, zegt Pastoechov streng. „Maar natuurlijk belanden er hier ook normale mensen. Er is een eindje verderop in de straat tenslotte een restaurant.”

Volgens Pastoechovs statistieken ontving hij het vorig jaar 2.500 bezoekers op de elf bedden in zijn ontnuchteringhokken. In januari 2008 waren het er veel meer dan begin dit jaar. „Dat komt doordat deze winter veel strenger is en er daardoor meer thuis wordt gedronken dan op straat. Maar op vrijdag is het altijd topdrukte. Dan verwerken we er minstens vijfentwintig.”

De agenten van de dronkenschapspatrouille komen opnieuw met een arrestant binnen, een veertiger met een door het leven gekweld gezicht. Zodra hij op de houten bank in het voorportaal zit, valt hij voorover. De agenten raken in paniek. „Frisse lucht, frisse lucht”, roept een van hen. De dronkelap wordt naar buiten gebracht. De wachtcommandant belt een ambulance, die binnen enkele minuten ter plaatse is. „Een buikperforatie”, zegt de dokter na zijn inspectie. „Hij is net geopereerd en meteen weer gaan zuipen. Dan krijg je dit soort dingen. Naar het ziekenhuis ermee.”

Een bejaarde man kachelt nu naar binnen, aan de arm van een agent. „Waarom ben ik opgepakt?” vraagt hij. „Omdat u waggelend over straat liep”, zegt de agent. „Maar ik heb niet eens zoveel gedronken, slechts 700 gram (700 ml)”, zegt de man. „Zoveel drink ik dagelijks. Ik ben met pensioen, wat moet ik anders?” Aangezien hij nog redelijk op zijn benen kan staan hoeft hij alleen maar de boete te betalen, wat hij onder protest doet. Daarna mag hij gaan.

Als twee nieuwe klanten binnenkomen – „we hebben maar een liter wodka op, omdat we vandaag de aftocht uit Afghanistan hebben gevierd” – klinkt uit het ontnuchteringhok van Joeri schatergelach. Joeri vertelt moppen aan zijn ontwaakte lotgenoot. Daarna zingen ze samen volksliedjes. Uit het andere hok stijgt een angstaanjagend gebrul op. „Open de deur als-tublieft”, roept een schorre mannenstem. „Ik ben geen landloper, doe nou toch open. Ik ben helemaal niet dronken.” Even is het stil. Maar dan: „Een dokter, een dokter, hij gaat dood.”

Een agent opent de deur en snelt naar binnen. Het hok ruikt naar koeienstal. De schreeuwlelijk wijst op zijn kameraad, die op een van de bedden ligt te trillen met opgetrokken knieën en opengesperde ogen. „Epilepsie!” constateert kapitein Pastoechov. Een agent rent naar het keukentje om een lepel te halen. Als hij terugkomt, heeft verpleger Nikita zijn diagnose al gesteld.

„Het is geen epilepsie, maar het gevolg van een overdosis alcohol”, zegt hij. „Ze drinken ook van alles.” Uit een kastje haalt hij een flesje ontsmettingsmiddel van 95 procent alcohol. „In de apotheek betaal je er dertien roebel (dertig cent) voor, eenzesde van een goedkope fles wodka.”

Een half uur later wordt de schreeuwlelijk naar huis gestuurd. Hij heeft drie uur vastgezeten. „Ik ben nuchter”, zegt hij bij zijn vertrek. „Als altijd.”