Leidsters peuters Rotterdam op taalles

Bijna één op de drie peuterleidsters in de gemeente Rotterdam zal een taalcursus moeten volgen. Wethouder Leonard Geluk (jeugd, gezin en onderwijs, CDA) is voornemens in totaal ruim honderd van de circa 330 leidsters die werken in de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) op cursus te sturen.

De leidsters moeten zich zowel mondeling als schriftelijk beter leren uitdrukken in het Nederlands.

Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie, in april 2008 gepresenteerd, bleek dat 15 procent van alle leidsters de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Daarvoor waren 109 ‘voorscholen’ en 95 ‘vroegscholen’ in Rotterdam bezocht. De inspectie maakte zich zorgen dat sommige van de leidsters de Nederlandse taal „onvoldoende beheersten”.

Het gaat voornamelijk om vrouwen die via de voormalige gesubsidieerde Melkertbanen aan het werk kwamen. Dat gebeurde onder meer in de deelgemeenten Delfshaven en Feijenoord, waar de meerderheid van de bevolking allochtoon is. Een deel van de leidsters heeft een niet-Nederlandse achtergrond, volgens een woordvoerster van de gemeente.

In Rotterdam gaan ongeveer 2.600 peuters naar de voor- en vroegschoolse educatie (VVE), een samenwerking tussen peuterspeelzalen en de eerste twee groepen van de basisschool. Het doel hiervan is om kinderen beter Nederlands te leren spreken, vóórdat ze naar de basisschool gaan. Het accent ligt dan ook op taalontwikkeling en sociale vaardigheden.

De cursus bestaat uit zeven lessen van drie uur, bedoeld om de vrouwen bij te scholen in de Nederlandse taal. Later zal de gemeente bekijken wat het effect is.