Kleine sterrenstelsels ontstaan ook zonder donkere materie

In het heelal verschuilen zich misschien nog talloze kleine en lichtzwakke sterrenstelsels die op een heel andere manier zijn ontstaan dan de tot nu toe bekende dwergstelsels. Dat blijkt uit onderzoek aan een reusachtige, vlokkerige ring van wolken waterstofgas die waarschijnlijk nog uit de oertijd van het heelal dateert (Nature, 19 februari).

Deze waterstofring heeft een massa van bijna twee miljard maal die van de zon en bevindt zich rond een drietal sterrenstelsels op ongeveer 35 miljoen lichtjaar van de aarde.

Sterrenstelsels ontstaan door samentrekking van kosmische wolken die uit waterstof en helium bestaan: de enige twee elementen die in het prille heelal aanwezig waren. Zo luidt de theorie tenminste, want sporen van zulke wolken blijken heel moeilijk te vinden. Daarom was het een grote verrassing toen in de jaren tachtig een hele ring van waterstofwolken in het sterrenbeeld Leeuw werd ontdekt die uit de oertijd van het heelal zou moeten dateren. Deze Leo-ring, die een diameter van 650.000 miljoen lichtjaar heeft, vertoonde zich tot nu toe alleen op radiogolflengten.

Nu hebben David Thilker en zijn collega’s ook ultravioletstraling en zichtbaar licht gedetecteerd, met name in gebiedjes met hoge waterstofconcentratie. Dit wijst er op dat er in deze gebiedjes sterren ontstaan. Deze stervormingsgebieden vertonen dezelfde kenmerken als dwergsterrenstelsels, maar die ontstaan normaliter in aanwezigheid van veel donkere materie en die ontbreekt hier. Zulke donkere materie – waarvan de ware aard overigens nog steeds een raadsel is – is nodig om voldoende zwaartekracht te creëren om wolken oergas te laten samentrekken.

Blijkbaar kunnen er in het oergas van de Leo-ring ook zonder deze hypothetische materie dwergsterrenstelsels ontstaan. De grote vraag is nu op welke manier dat dan gebeurt. Misschien wordt de ring, die op een tijdschaal van miljarden jaren ronddraait, onder invloed van naburige sterrenstelsels plaatselijk tot stervorming aangezet. Het zuidelijke deel van de ring wordt in ieder geval duidelijk door één zo’n stelsel beïnvloed. Onderzoek aan het noordelijke deel van de ring zal moeten uitmaken of ook daar – buiten de invloedssfeer van dit stelsel – tekenen van stervorming zijn te vinden. George Beekman

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties

Wetenschapsbijlage 22 02 -09

Redactie wetenschap

In het stuk `Kleine sterrenstelsels ontstaan ook zonder donkere materie` staat dat de zogeheten Leoring een diameter heeft van 650.000 miljoen lichtjaar. Dat moet zijn: 650.000 lichtjaar.