Kans op kabinetscrisis kruipt naar fiftyfifty

Binnen een tijdbestek van vijf maanden heeft het Centraal Planbureau zijn vooruitzichten voor de Nederlandse economie grondig bijgesteld. Toen het kabinet de begroting voor 2009 presenteerde, prikten de CPB-economen de economische groei voor dit jaar nog op ruim 1 procent. Nu verwachten zij een krimp van 3,5 procent. Een ongekende ommezwaai. Fiasco voor de economische wetenschap? Afgelopen woensdag concludeerde Frits Abrahams in onze krant ‘dat het niet langer nodig is doodsaaie informatieve tv-programma’s als Buitenhof met al die economische deskundigen uit te zitten’. Zij zouden zich schuldig maken ‘aan nattevingerwerk met de geur van gebakken lucht.’

Ho, ho even. Het kan inderdaad geen kwaad dat deze kwakende klasse onder druk van de omstandigheden een toontje lager leert zingen. Maar je kunt de beroepsgroep moeilijk verwijten dat zij de toekomst niet accuraat weet te voorspellen. Net zoals andere stervelingen beschikken economen niet over een kristallen bol. Zij baseren hun uitspraken op berekeningen met een model. Zo’n model bestaat uit een set vergelijkingen, die bijvoorbeeld de samenhang beschrijven tussen de groei van de wereldhandel en de gevolgen daarvan voor de bedrijvigheid in Nederland. Bij de bouw van het model is het verband tussen deze grootheden zo goed mogelijk geschat, op basis van waarnemingen over een lange reeks van jaren.

De uitkomsten van exercities met het model kunnen door twee oorzaken veranderen, soms fors. Ten eerste, doordat het model in een later stadium moet worden gevoed met veranderde gegevens, bijvoorbeeld na een onverwachte daling van de wereldhandel of een loonexplosie. Het moment waarop zulke gebeurtenissen plaatsgrijpen is ook voor economen onvoorspelbaar. De cijferboeren op het planbureau beseffen dat dit hun projecties met onzekerheden besmet. Daarom publiceert het CPB onzekerheidsvarianten: als de wereldhandel 2 procent minder toeneemt dan in zijn centrale projectie is verondersteld, valt de economische groei in ons land een jaar later 0,6 procent lager uit. Het is ook denkbaar dat het model zélf niet deugt. Dan beschrijven de daarin opgenomen vergelijkingen de werkelijkheid niet goed. De samenhang tussen de variabelen in het model is geschat op basis van waarnemingen uit het verleden. Hoeveel waarde hebben die relaties wanneer de economie, zoals nu, een ongekende schok krijgt?

Het zou dus een pure toevalstreffer zijn, wanneer de Nederlandse economie dit jaar precies met 3,5 procent krimpt. Want het is bijna zeker dat sommige door het CPB voor 2009 gehanteerde uitgangspunten straks onjuist blijken te zijn. Misschien komen verborgen gebreken van het model zelf aan het licht. Toch lijkt de kans groot dat het niveau van de bedrijvigheid dit jaar ergens tussen de 2 en 5 procent lager zal uitvallen dan in 2008.

Het kabinet moet hierop reageren. Een krimp van 3,5 procent heeft dramatische gevolgen voor de overheidsfinanciën. Als gevolg van de malaise brengen de belastingen een stuk minder op, door de gekelderde olieprijs daalt de gaswinst voor de Staat en er is extra geld nodig voor sociale uitkeringen. Het voor dit jaar verwachte begrotingstekort loopt op tot 21 miljard euro. Het coalitieakkoord eist dat het kabinet maatregelen neemt om het tekort in elk geval beneden de 12 miljard euro te houden. Maar de bezuinigingen en belastingverhogingen van in totaal 9 miljard euro, die daarvoor nodig zijn, zouden de depressie nog aanzienlijk verergeren. Daarom leed het CDA geen politieke nederlaag, toen zijn fractieleider Van Geel de afgelopen week instemde met een tekort groter dan 12 miljard euro. In een economische noodsituatie star vasthouden aan afspraken die ooit in zonniger tijden zijn gemaakt, zou hebben getuigd van groot gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef.

In Den Haag ligt inmiddels een ongekende hoeveelheid conflictstof opgehoopt over hoe de gevolgen van de crisis het beste kunnen worden bestreden. Desondanks is de regeringspartijen er veel aan gelegen om een kabinetscrisis over deze zaak te voorkomen. Bij vervroegde verkiezingen kan een onzeker en labiel electoraat immers rare sprongen maken. Toch taxeer ik de kans dat CDA, PvdA en CU er onderling niet uitkomen langzamerhand op vijftig procent. De meningsverschillen zijn te groot. Overeenstemming lijkt hooguit mogelijk over maatregelen die het voorspelde tekort (van 21 miljard euro) met 3 à 4 miljard euro verminderen. Nog forsere ingrepen zijn voor de PvdA hoogstwaarschijnlijk onverteerbaar en bovendien in de loop van dit jaar technisch nauwelijks meer te realiseren. In dit geval blijft het tekort net beneden de bovengrens van 3 procent van het bruto binnenlands product (18 miljard), die het Stabiliteitspact van de EU-landen eist. Om dit hoge tekort aan te zuiveren, zal de overheid meer moeten lenen. In de toekomst drukken de rentelasten dus zwaarder op de begroting. Vooral het CDA heeft hier moeite mee.

De christen-democraten realiseren zich kennelijk onvoldoende, hoeveel schade de economie zou lijden door verdergaande bezuinigingen en belastingverhogingen. Die zouden het economisch draagvlak zo kunnen aantasten, dat toekomstige generaties gedurende lange tijd over minder inkomen beschikken. Hogere rentelasten zijn de prijs die moet worden betaald om te voorkomen dat dit schrikbeeld én een kabinetscrisis werkelijkheid worden.