In Fictie

Kunst weerspiegelt de werkelijkheid. In de Pietje Bell-reeks staat opmerkelijk veel waaraan twee jongens in Weesp een voorbeeld kunnen hebben genomen.

Het Armageddon dat dreigde te Weesp lijkt dankzij het kordate optreden van burgemeester Horseling voorlopig te zijn afgewend. De verdachten van de bedreiging van de plaatselijke Jozefschool zijn onder huisarrest geplaatst, nadat hun voorarrest aanvankelijk wegens de ‘geschokte rechtsorde’ met twee weken was verlengd. ‘Nu is het weer wat rustiger in Weesp’, rechtvaardigde de rechtbank hun vrijlating.

Dat is een goed moment om verder door te dringen in de geest van de jonge ‘terroristen’, hun methoden en hun ideologieën. . En dat kan met behulp van een boek van iets minder dan een eeuw geleden – of eigenlijk een reeks van acht boeken – gewijd aan een Rotterdamse voorloper van de Weesper jongeren: de jonge recidivist P. (Pietje) Bell. Waarbij dadelijk iets in het oog springt: zoals een van de moeders in Weesp benadrukte dat haar zoon ‘van binnen een lieve jongen’ zou zijn, schrijft auteur Chr. van Abkoude keer op keer dat P. Bell ‘een hart van goud’ zou bezitten.

Dat laatste weerhoudt hem er niet van om tijdens zijn ‘avonturen’ de openbare orde te verstoren. Men denke aan de wijze waarop hij in Pietje Bell gaat vliegen valselijk een brand meldt: ‘Zo hard hij lopen kon en dat was heel erg hard, rende Piet naar de brandmelder, nam een steen, sloeg het ruitje in en merkte tot zijn verbazing, dat er een deurtje opensprong.’ Net als in Weesp bleven slachtoffers uit. Van vuur bleek geen sprake.

Vader Bell meende, naïef, dat de zaak zonder tussenkomst van justitie opgelost kon worden: ‘Hij nam zijn zoontje dadelijk over van de chauffeur en gaf hem een pak voor de broek, dat Pietje ervan lustte.’ De risico’s van die milde huiselijke bestraffing blijken even later, wanneer de jonge Bell de rechtsorde opnieuw schokt. Ditmaal door de beveiliging van vliegveld Schiphol te omzeilen en tussen de vliegtuigen te belanden. Een aanslag wordt voorkomen: de jonge provocateur raakt afgeleid door een manspersoon, die zich ontpopt als juwelensmokkelaar en uiteindelijk zal worden ingerekend.

Nauwkeurige lezing van Pietje Bell gaat vliegen brengt ook een nieuwe hypothese naar voren: dat de verdachten uit Weesp zich door de Rotterdamse romanfiguur lieten inspireren. Immers, een van de weinigen die in de boeken van Pietje Bell het gevaar van deze zwartharige jongen onderkennen, is de drogist Geelman. En deze Geelman heeft een zoon, die een aanmerkelijk sterker ontwikkeld normbesef heeft dan Bell. De naam van deze prudente jongeman: Jozef. En zijn beroep: onderwijzer.

De overeenkomst met de bedreigde Jozefschool kan geen toeval zijn.

Het verbieden van boeken is in een rechtsstaat natuurlijk niet aan de orde, maar misschien moet burgemeester Horseling overwegen dergelijke opruiende werken (zie ook het kader hiernaast) tijdelijk niet beschikbaar te stellen in de openbare bibliotheek van zijn gemeente. Tot het weer rustig is in Weesp.