'Honkballen met één hart. A Dutch heart'

Bondscoach Rod Delmonico bereidt zich met het Nederlands honkbalteam voor op de World Baseball Classic. „De finale in Los Angeles is ons doel.”

Rod Delmonico (50) aarzelt geen moment als hem wordt gevraagd tot waar hij het Nederlands honkbalteam tijdens de World Baseball Classic zal gaan leiden. „Tot Los Angeles waar op 24 maart de finale wordt gespeeld. Why not?”, zegt de bondscoach in de lobby van Novotel Rotterdam Brainpark, vlak voor zijn vertrek naar het trainingskamp in Florida. „Drie jaar geleden stonden Japan en Cuba tegenover elkaar. En ook dit keer zal er in de eindstrijd in ieder geval één team staan dat daar eigenlijk niet thuishoort. Waarom zouden wij dat niet kunnen zijn? LA, dat is ons doel.”

Het Nederlands honkbalteam behoort in maart tot één van de zestien deelnemers van de tweede World Baseball Classic. Aan dit officieuze wereldkampioenschap honkbal mogen ook de sterren uit de Amerikaanse Major League meedoen. De formatie van Delmonico strijdt met profs als Sidney Ponson, Rick van den Hurk, Yurendell de Caster en Gregory Halman in Groep D tegen Puerto Rico, de Dominicaanse Republiek en Panama om twee plekken in de kwartfinales. Op 7 maart speelt het Nederlandse team in het Hiram Bithorn Stadion van San Juan in Puerto Rico de eerste wedstrijd tegen de Dominicaanse Republiek, waarbij de in opspraak geraakte wereldster Alex Rodriguez hoogstwaarschijnlijk zijn opwachting maakt. „Die wedstrijd wordt direct een knaller”, voorspelt Delmonico.

De bondscoach probeert zich een voorstelling te maken van de ambiance waarin Nederland aantreedt tegen de Dominicanen. „Het Hiram Bithorn Stadium zal die dag helemaal vol zitten. Afgeladen met achttienduizend fans die allemaal voor de Dominicaanse Republiek zijn. Misschien dat er, inclusief de coaches en de spelers, honderd Nederlanders aanwezig zijn. Wij gaan daar spelen om te winnen. De kans is heel groot dat Ponson [Arubaanse pitcher van de New York Yankees] voor ons zal werpen. Hij heeft tegen al die jongens gespeeld en kent ze beter dan ik. Met hem op de heuvel kúnnen we winnen. ‘Come on, go get them’, zal ik vlak voor de wedstrijd roepen. Een betere reclame voor het Nederlandse honkbal is toch nauwelijks denkbaar?”

Het Nederlandse team bereidt zich op dit moment in het Amerikaanse Bradenton (Florida) voor op het landenkampioenschap. Naast Delmonico maken ook de Amerikanen Jim Stoeckel en Bert Blyleven deel uit van de technische staf van het Nederlands team. In aanloop naar de World Baseball Classic wordt de selectie dit weekeinde teruggebracht tot 28 spelers. Begin maart speelt Nederland nog drie oefenwedstrijden tegen formaties van de Major League clubs Pittsburgh Pirates, Cincinnati Reds en Minnesota Twins. „De selectie is eigenlijk verdeeld in drie groepen: de profs uit Amerika, de Antillianen en de spelers uit de Nederlandse competitie. Het is vooral zaak dat we in de voorbereiding een sterk team smeden met één hart. A Dutch heart. Misschien zal ik niet de 28 beste spelers selecteren, maar eerder kijken welke spelers samen het beste team vormen. De profhonkballers zijn nu allemaal bezig aan de Spring Training, de voorbereiding op het seizoen. Wij moeten zorgen dat we honderd procent fit zijn als we tegen de Dominicaanse Republiek aantreden. Dat hebben we in eigen hand. En als de tegenstanders slechts op tachtig procent zitten hebben we direct al een voordeel”, stelt de opvolger van Nederlander Robert Eenhoorn.

De voormalig honkballer van de New York Yankees en de huidige technisch directeur van de honkbalbond kwam in zijn zoektocht naar een nieuwe bondscoach in oktober vorig jaar met de hulp van de Major League bij Delmonico terecht, de geboren Amerikaan die zelf als speler nooit verder kwam dan universiteitshonkbal. „Ik ben opgegroeid in het plaatsje Wilmington in de staat North Carolina, in een gezin waar sport geen grote rol speelde”, legt Delmonico uit. „Ik ben zelf van jongs af aan met sport bezig geweest. Altijd was ik in de weer met voetballen, honkballen of iets anders. Maar uiteindelijk was de liefde voor baseball het grootste.”

Delmonico rondde in 1980 een studie lichamelijke oefening aan Liberty University in Virginia af. Specialiteit: honkbal. Een jaar later begon de Amerikaan met Italiaanse roots als assistent-coach bij het universiteitsteam van Gloucester County College. In de jaren die volgden kwam hij via Clemson University (1982-1983) en Florida State University (1984-1989) terecht als hoofdcoach bij het universiteitsteam Tennessee Volunteers. Bij The Vols groeide Delmonico in achttien jaar tijd uit tot een icoon.

Delmonico bereikte met Tennessee drie keer de College World Series (1995, 2001 en 2005). En in 1995 was hij de jongste coach in de geschiedenis die tot Baseball America National Coach of the Year werd uitgeroepen. In juni 2007 kwam er een einde aan zijn dienstverband met The Vols: Delmonico werd na een minder seizoen ontslagen. Hij ging aan het werk als één van de coaches bij Florida International University waar zijn oudste zoon Tony toen ook actief was. Daarnaast trad hij aan als instructeur bij Major League Baseball International.

Delmonico verbleef in landen als China, Tsjechië, Duitsland, Oostenrijk, Italië en Nederland om namens de Major League het honkbalvirus over de hele wereld te verspreiden. „Van al die landen die ik heb bezocht was het honkbal in Nederland verreweg het beste ontwikkeld”, zegt Delmonico. „Ik was in 1994 voor het eerst in Nederland, maar sindsdien heeft de sport hier een enorme voortuitgang geboekt. En dan heb ik het vooral over het gebied van coaching en opleiding. Volgens mij is dat voor een groot deel de verdienste van Robert Eenhoorn. Hij is in mijn ogen het gezicht van het Nederlandse honkbal. Hij heeft het honkbal naar een ander, professioneel niveau getild.”

Delmonico, die een tweejarige verbintenis heeft getekend als bondscoach, wil allereerst proberen om de huidige status van het Nederlandse honkbal te consolideren. „We staan nu vierde of vijfde op de wereldranglijst. Het zou heel mooi zijn als we dat kunnen vasthouden de komende jaren. In de verdere toekomst moeten we proberen om nog beter te worden. Het opzetten van een European Baseball League zou honkbal naar een nog hoger plan kunnen tillen. Maar dat plan valt of staat wel met de hulp van de Amerikaanse Major League. Sponsorship en marketing zijn daarbij heel belangrijk. Wedstrijden moeten op de televisie te zien zijn. Amsterdam tegen Milaan. Rotterdam versus Praag. Dat zou toch prachtig zijn?”

De Amerikanen moeten volgens Delmonico afscheid nemen van het idee dat honkbal hún sport is. „Als de honkbalclubs in de Verenigde Staten om het kampioenschap spelen dan hebben we het over de World Series. Dat is zo ontstaan omdat er in het verleden vrijwel nergens anders werd gehonkbald. Maar de tijden zijn veranderd. Honkbal is een wereldsport geworden. Japan won in 2006 de laatste World Baseball Classic. Zuid-Korea is olympisch kampioen geworden in Peking. Waarom zou de World Baseball Classic niet uit kunnen groeien tot de World Series?”

De Verenigde Staten zullen er volgens Delmonico alles aan doen om tijdens de World Baseball Classic in maart de hegemonie te herstellen. „Ze hebben het toernooi drie jaar geleden onderschat. De Amerikanen dachten dat ze met een soort All Star Team wel even zouden winnen. Beetje honkballen, beetje gein maken. Ze waren niet goed voorbereid en werden verrast door andere landen. Vooraf hadden de Amerikanen het nooit voor mogelijk gehouden dat Japan en Cuba de eindstrijd zouden spelen. Het niveau zal dit keer nog beter zijn. De hele wereld zal nu meekijken als de Classic wordt gespeeld.”

Het Amerikaanse honkbal heeft de voorbije jaren ook imagoschade opgelopen door het dopegebruik van tal van topspelers. Onlangs is bekend geworden dat Alex Rodriguez tussen 2001 en 2003 steroïden heeft gebruikt. De beste honkballer ter wereld zal op 7 maart waarschijnlijk namens de Dominicaanse Republiek tegenover Nederland staan. Delmonico: „Ja, ik ga er wel vanuit dat A Rod tegen ons zal spelen. Het is wel triest dat dit nieuws naar buiten is gekomen. Misschien heeft hij volgens de regels geen fraude gepleegd, maar honkbalfans voelen zich toch belazerd. Het gebruik van steroïden is toch een vorm van valsspelen. Het is te hopen dat de sport zo snel mogelijk clean wordt.”

Delmonico heeft met eigen ogen gezien hoe de doping in de jaren negentig zijn intrede deed in het Amerikaanse honkbal. „Honkbal is gebouwd op records. Iedereen verwacht dat er steeds nieuwe mijlpalen worden bereikt. Onder druk van de fans en de commercie zijn de sporters naar hun grenzen gaan zoeken. Het gebruik van doping was eigenlijk nooit een issue in het honkbal, maar opeens werd het een groot probleem. De jongeren op colleges en high schools gingen ook gebruiken. Want die kopiëren het gedrag van sportsterren.”

Als coach van Tennessee heeft hij zich weleens verbaasd over jongens die in een paar maanden tijd een enorme spiermassa hadden gekweekt. „Dan heb je al snel je vermoedens. Probleem is dat je niets kunt bewijzen. De jongeren gebruikten die spullen niet op doktersrecept wat het nog eens extra gevaarlijk maakte. Maar in het veld maakte gebruik soms wel net even het verschil. De ballen verdwenen dan over de hekken in plaats van dat ze nog net gevangen konden worden. Dopegebruik moet helemaal uitgebannen worden.”

Begin maart zullen niet alleen de ogen gericht zijn op Alex Rodriguez, maar ook op Sidney Ponson. De Arubaanse werper, die een alcoholverslaving overwon, is net als 65 andere free agents op zoek naar een profcontract. „Wat dat betreft is de World Baseball Classic een prachtige try out voor Ponson”, stelt Delmonico. „Daar kan hij laten zien wat hij waard is. We benaderen de wedstrijden op onze eigen manier. Pitch by pitch. Inning by inning. Game by game. Day by day. En dan zien we wel of we in Los Angeles uitkomen.”