'Gemankeerd onderwijs maakt Chinese jeugd dom'

Het niveau van veel Chinese studenten is laag. ‘Elke authentieke gedachte wordt vertrapt’.

Ze heeft een fotografisch geheugen, leest drieduizend karakters per minuut en dacht als kind dieper na over levensvragen dan al haar leeftijdsgenoten. Op haar vijftiende besloot ze van school te gaan. „Ik dacht: wat doe ik hier. Ik verveelde me stierlijk en werd gepest omdat ik weigerde dingen zomaar aan te nemen maar steeds dingen ter discussie stelde. Op de hele school was ik de enige onafhankelijk denkende geest”.

Verlegen, ingetogen maar toch zelfbewust ontvangt de Chinese schrijfster Wang Xiaoping (24), auteur van onder meer drie bestsellers, haar gast in een grauw betonnen huis in een afgelegen villapark aan de voet van de Geurige Heuvels, de bergketen die Peking omringt. Aan de muur hangt een enorm langwerpig spandoek waarop Wang als Le Penseur van Rodin is afgebeeld: intelligente ogen kijken uitdagend over de rand van een klein zwart brilletje. Met haar 1.80 meter is Wang in China een opvallende verschijning. Wang, is afkomstig uit Chongqing in Zuid China, die met dertig miljoen inwoners geldt als een van de grootste steden ter wereld. Haar vader was hoogleraar aan de plaatselijke mijnbouwuniversiteit en haar moeder was arts.

Haar boek Capability Panic over de uitsluitend op kennisoverdracht gerichte onderwijsmethoden in China geldt als baanbrekend. Ze neemt een exemplaar uit het boekenrek, strijkt over de kaft: „Capability Panic is een slogan van Mao waarmee hij wilde zeggen dat we maar een vijand hebben namelijk onszelf. De Chinese jeugd heeft angst om zijn eigen talenten te benutten. Dat komt door het gemankeerde onderwijssysteem. Elke authentieke gedachte wordt kapot getrapt. Einstein zei ooit: ‘Je weet pas wat je op school hebt geleerd, als alle feitenkennis in de loop van de jaren is weggezakt’. De meeste studenten staan nu met lege handen en weten niet wat ze moeten doen. Het onderwijs in China heeft ervoor gezorgd dat er na Confucius geen nieuwe authentieke denker is opgestaan”.

In haar boek richt Wang zich direct tot de Chinese jeugd en behandelt zij onderwerpen als: Waarom moet je studeren? Wat moet je studeren en hoe doe je dat eigenlijk? Wat is zelfbewustzijn, het vermogen te creëren, te ontwerpen, te communiceren en samen te werken?

Bijna verontschuldigend zegt Wang: „Ja, voor jullie Westerlingen zijn dit vanzelfsprekende begrippen maar voor de Chinese jeugd is het volstrekt nieuw als ik schrijf dat zij zo maar eens een dansje moeten maken of gewoon eens met iemand mee moeten voelen”. Het verklaart de populariteit van haar boek. Onlangs signeerde ze haar boeken in een van de grootste boekhandels van Peking. Honderden lezers vroegen haar advies. Volgens Wang is dat succes logisch. Langzaam dringt het besef door dat China op de drempel staat van een cruciale overgang die alleen met vertrouwen tegemoet kan worden gezien wanneer het onderwijs rigoureus verandert. „Er kan genoeg werkgelegenheid worden geschapen, maar het probleem is het gebrek aan goed opgeleide, assertieve en initiatiefrijke mensen”. Volgens Wang zijn niet alleen arbeidsmigranten onbruikbaar bij de opbouw van een moderne duurzame industrie, zelfs het niveau van de meeste academici is daarvoor te laag.

„Alumni zijn op een dood spoor gezet. Ze struinen nog wel de banenbeurzen af maar in feite stellen ze zich nog altijd afhankelijk op. Omdat ze geen interesse hebben in de lage aanvangssalarissen van het bedrijfsleven blijven ze bij hun ouders wonen totdat er een oplossing komt”. Wang vertelt over haar buurman die op zijn dertigste nog thuis woont en zijn tijd verspilt met surfen over het internet. Hij heeft communicatie gestudeerd aan de universiteit maar heeft geen enkel idee wat hij met zijn kennis kan uitrichten.

„De tragiek van China is dat jongeren de veerkracht is ontnomen om eigenzinnige ideeën te ontwikkelen waarmee ze werkelijk iets voor hun land kunnen betekenen. In hun jeugd zijn ze als een sinaasappel uitgeknepen. Er zit geen druppeltje sap meer in. Op de universiteiten ontbreekt de intrinsieke motivatie om onderzoek te verrichten. De kansrijke studenten nemen de vlucht naar het buitenland en het spaarzame talent dat nog wel genoeg moed heeft in eigen land anders te denken, zijn zogenaamde uitslovers en staan alleen”.

Wang ziet het gebrek aan keuzemogelijkheden als de wortel van het probleem. „Hoe kun je verantwoordelijkheid dragen als je nooit hebt geleerd te staan voor je keuzes? Als je een tamme tijger in het wild loslaat, overleeft hij ook niet. Hij wil liefst zo snel mogelijk terug naar zijn kooi want alleen daar voelt hij zich veilig”. Wang wil een bijdrage leveren aan de omslag in het Chinese onderwijs. Ze heeft een dagtaak aan het beantwoorden van brieven, geeft lezingen en zelfs vooruitstrevende lokale overheden kloppen bij haar aan advies.

Ze realiseert zich dat velen haar ideeën bewonderen maar weet ook dat evenveel anderen haar vijandig gezind zijn en zelfs uitlachen. „De grootste taoïst Lao zei ooit: ‘Als een edelman de waarheid kent, zal hij hem volgen. Als een ambtenaar de waarheid kent, zal hij hem volgen als het hem uitkomt. Als een onwetende de waarheid hoort, zal hij heel hard lachen’. Elk wereldschokkend of baanbrekend nieuw idee zal eerst worden weggehoond. Maar ik ben er van overtuigd dat je de onwetendheid in China alleen kunt bestrijden met nieuw creatief onderwijs”.