Faalangst

Afredo di Stefano gaf Royston Drenthe de raad zijn haar te laten knippen en zijn oorbel uit te doen. Letterlijk zei de legende: „Een buitenlandse speler moet het publiek kunnen behagen. Publiek is de koning van het veld.”

Einde verhaal voor Royston Drenthe.

Oorbellen en lange haren in het voetbal: ik heb de indruk dat het in Nederland steeds minder wordt. De Twentelook rukt op. Meer Hollandse koppen, toch in de provincie. Links en rechts zie je nog een staartje en bakkebaarden lopen, maar clubs en spelers zijn steeds meer verschraald in hun ornamenten. Geen disco in de Zestien, eerder gure types. Je kan er zo de bouw mee in. Eigenlijk is Gertjan Verbeek een van de laatsten met een soixante huitardhoofd. We weten hoe dat afgelopen is.

Omdat hij zich niet langer in staat achtte tegen een fluitconcert van 80.000 Madrilenen op te voetballen, had Royston zijn coach dispensatie gevraagd. Hij wou liever niet meer worden opgesteld. Bijstand van een psycholoog zou welkom zijn. „Een psycholoog kan helpen faalangst te bezweren.”

Een voetballer die om een psycholoog vraagt: in de tijd van Rinus Israel en Willem van Hanegem zou hij niet heelhuids uit de kleedkamer zijn gekomen. Ook latere generaties zouden in verachting hebben omgekeken. Eigenlijk ken ik maar één voetballer die, samen met Royston, mee de diepte van de ziel in wil duiken: Clarence Seedorf. En dan meer als ritueel dan als behoefte. Clarence verkeert graag in hogere kringen. Hij vindt het lekker om Das Sein als biotoop mee te nemen in een doods moment van de wedstrijd. Heidegger op het middenveld.

Dat academische franje is zelfs geen pose bij Seedorf, het is eerder zijn mystieke aard. Het verlangen tot formulering te komen van zijn genialiteit. De aanvechting tot stichtelijke voorlichting van de medemens. Ouderling zijn. Gebed, bijna.

De ontboezeming van Royston Drenthe was vertederend. Bang zijn voor het eigen publiek in Bernabeu: ik kan mij er wel iets bij voorstellen, als je 21 bent. Helemaal na een jeugd van lof en jubel, met een schommelende grootmoeder als gezag. Te veel en te vroeg godenzoon, te weinig en te laat ijskoude introspectie. Maar zo hulpeloos als Drenthe in faalangst wens je niemand toe.

Tenslotte: in Madrid spelen nog vijf Nederlanders. Hadden zij dan geen weet van de psychische nood van hun landgenoot? Soms hebben kinderen genoeg aan een schouderklop van een broer. Nee, Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart zijn niet de meest fijnzinnige psychologen, maar je hebt bij Real Madrid ook nog Arjen Robben en Ruud van Nistelrooy. Mannen die gelouterd zijn in leed en weerzin. Zij hadden de geest van een gefolterde jongeling kunnen doorzien. Helaas: geen tijd.

De pers heeft het altijd over de Nederlandse kolonie in Madrid, maar is het wel een kolonie? Zijn Nederlandse voetballers in den vreemde überhaupt in staat tot kolonievorming? Destijds werden Gullit, Van Basten en Rijkaard bij AC Milan ook afgeschilderd als heilige drievuldigheid. Nou, insiders weten beter. Hoekiger kon een driehoeksverhouding niet zijn. Samen eten, was al een bezoeking. En de respectievelijke dames moesten vooral niet denken aan een gezamenlijk aperitiefje: sterven was ook leuk.

Wat moet Klaas Jan Huntelaar met de existentiële twijfel van Drenthe? De spits is zelf verwaarloosd in verlangen en belofte. Het zou mooi zijn als hij zijn gezinnetje overeind kan houden. En vader en moeder die zo mee dromen in de niet-ingeloste glorie van Real Madrid. Om van zaakwaarnemers te zwijgen.

Wat zijn ze toch intrigerend, zaakwaarnemers. Ik ken de goede meneer van Royston Drenthe niet. Maar wat ik zeker weet, is dat hij geen psycholoog is. Hoon is nooit over hem neergedaald. Wat zou hij weten van mentale eenzaamheid? Kassa, godverdomme.

Niet voetballers, zaakwaarnemers moeten aan de psycholoog. Aan een striptease van schuld en spijt. Gebroken in misplaatste gretigheid, vooral. Hekkensluiters van woekerwinst. Het zal Royston Drenthe niet helpen. Hij moet zichzelf terugschroeven van de Koninklijke naar, hooguit, FC Groningen. En ja, de haren moeten af, de oorbellen uit. Zoals Di Stefano dat in subtiele intuïtie als geen ander aanvoelt.

Zou Royston het ooit bevatten? Niet in de pontificale warmte van zijn oma, niet in het kille verlengde van zijn zaakwaarnemer. Wanneer word je tenslotte weer jezelf, in Madrid? Ik zou zeggen: godenzoon in Siberië zijn, is comfortabeler. Geluid van tribunes wordt ijs.

Bevroren zijn in het diepst van je gedachten.