EVOLUTIEBIOLOOG GEWOGEN

Stephen Jay Gould Reflections on His View of Life. (Ed.) Warren Allmon, Patricia Kelley en Robert Ross, Oxford University Press, ISBN 978-0-19-537320-2, 400 pagina’s, £ 19.00

XMaar weinig moderne wetenschappers kunnen zich wat algemene ontwikkeling en belangstelling betreft meten met de Amerikaanse evolutiebioloog en paleontoloog Stephen Jay Gould: hij schreef net zo makkelijk over honkbal als over wetenschapsgeschiedenis of Middeleeuwse architectuur, zong Bach in een koor, verzamelde oude boeken, correspondeerde met Jimmy Carter over God en sprak met de paus over de dreiging van een kernoorlog. In zijn artikelen in Natural History behandelde hij achtentwintig jaar lang een enorme diversiteit aan onderwerpen en groeide zo uit tot een van de bekendste en meest zichtbare evolutiebiologen van de vorige eeuw.

Maar waar zijn boeken en artikelen bij een breed publiek een enorme populariteit genoten, kon hij bij veel vakgenoten weinig goeds doen. Zijn theorie van het ‘onderbroken evenwicht’ – de evolutie vertoont een afwisseling van perioden van stabiliteit en snelle veranderingen – de grote nadruk die hij legde op de rol van het toeval of zijn bewering dat de evolutie ook op het niveau van de soorten plaatsvindt, het stuitte tal van collega’s, onder wie Richard Dawkins, tegen de borst. De Engelse evolutiebioloog John Maynard Smith schreef ooit dat Goulds ideeën zo warrig waren dat het nauwelijks waard was er aandacht aan te besteden, maar dat hij niet bekritiseerd moest worden, omdat hij tenminste aan de goede kant stond in de strijd tegen de creationisten. Maar even goed gaf hij ooit toe dat ‘Goulds essays hem telkens weer iets vertelden wat hij had moeten weten, maar niet wist.’

Na Goulds vroegtijdige dood in mei 2002 ontstond het idee bij een aantal voormalige studenten om zijn leven en werk kritisch tegen het licht te houden. De bundel Reflections on his View of Life is daar het goudeerlijke, maar ook harde resultaat van. Vanaf de eerste pagina’s is het duidelijk dat het geen hagiografie zal worden. Gould was geen warm, of zelfs maar vriendelijk man, had zijn voorkeuren en was vaak onverschillig en lastig; en dan zijn we nog maar nauwelijks door de inleiding heen. Ook zijn exuberante schrijfstijl –‘pathologische woorddiarree’ – is veelvuldig mikput van kritiek met name waar het zijn magnum opus The Structure of Evolutionary Theory betreft. Toch ontbreken er in geen van de veertien stukken lovende woorden, wordt duidelijk dat hij door zijn tegenstanders soms opzettelijk verkeerd werd geïnterpreteerd en getuigen veel stukken van een grote waardering voor zijn intellectuele prestaties en zijn onmiskenbare invloed. En zo maakt dit gedenkboek alleen maar méér nieuwsgierig naar een eerste serieuze biografie, waar volgens de auteurs aan gewerkt wordt. Rob van den Berg