Endesa in Italiaans bezit

Endesa, Spanje’s grootste elektriciteitsbedrijf, komt in handen van het Italiaanse staatsenergiebedrijf Enel. Gisteren kwam Enel met het Spaanse Acciona overeen dat zij 25 procent van de aandelen Endesa, die in handen van Acciona zijn, overneemt. Enel heeft daarmee 92 procent van de aandelen van het voormalige Spaanse staatsbedrijf in handen gekregen.

De transactie sluit een hoofdstuk af in het jarenlange overnamedrama rond Endesa en geldt als een gevoelig gezichtsverlies voor de regering van premier José Luis Zapatero. In een eerder stadium blokkeerde de regering de overname van Endesa door het Duitse E.On, omdat zij de vorming van en groot Spaanse energiebedrijf voorstond. Dit tot grote ergernis van EU-commissaris Kroes, die juist het groene licht voor de overname door E.On had gegeven.

Spanje is voor zijn energievoorziening vrijwel volledig afhankelijk van gas-, olie en kolenimport. De vorming van een nationaal energiebedrijf zou nog enige greep op de sector kunnen vormen. Maar met de overname door Enel lijkt de deur definitief dicht geslagen. In een eerste reactie liet vice-premier De la Vega echter weten dat de regering zich ‘scrupuleus neutraal’ opstelt, zo lang de garanties voor energievoorziening gerespecteerd worden.

Nadat E.On zich in 2007 terug trok uit het overnemingsgevecht, dat drieënhalf jaar geleden begon, bleven Enel en Acciona over als nieuwe eigenaren. De relatie tussen beide aandeelhouders was van meet af slecht. Acciona, groot geworden in onroerend goed en met belangen in de distributie en energiesector, zuchtte onder een schuldenlast die mede door de aankoop van Endesa was opgelopen tot 17,50 miljard euro. De verkoop van het aandelenpakket Endesa levert met 11 miljard euro een aanzienlijke lastenverlichting voor Acciona op. Volgens de overeenkomst uit 2007 werd daarbij 41 euro per aandeel Endesa uitbetaald, terwijl de huidige koers rond de 24 euro per aandeel ligt.