Een Amerikaanse Higgs?

De reparatie van de reusachtige LHC-versneller van het CERN bij Genève kost misschien meer dan euro’s en Zwitserse franken. Het zou zomaar kunnen dat de onderzoekers op CERN een Nobelprijs mislopen. Dat denken tenminste Amerikaanse fysici. Hoe meer tijd de reparatie van de LHC-versneller kost, des te groter de kans dat het Higgs-deeltje in de Verenigde Staten opduikt, bij de grote Tevatronversneller van Fermilab. Dat Higgs-deeltje geldt als de kroon op het Standaard Model, dat alle elementaire deeltjes beschrijft. Maar het gaat nóg langer duren dan gedacht eer de LHC-versneller jacht op de Higgs kan maken. Volgens de laatste berichten start de versneller pas eind september weer voorzichtig op. En intussen draait het Tevatron buiten verwachting goed. De Amerikanen geven zichzelf nu 50 procent kans. CERN moet vooral hopen op een lichtgewicht Higgs: hoe lichter het deeltje, hoe groter de kansen op een ontdekking in Europa. Er is ook een groep fysici die hun kansen hebben gespreid en bij de experimenten in Fermilab én op CERN werken. Overigens had CERN in 2007 ook al ‘last’ van Fermilab. Toen waren er problemen met magneten die Fermi-lab aan LHC leverde. Het gaf maanden vertraging.