De man zonder naam, land en bestaan

Wie staat er voor de rechter en waarom? Ali G. mag niet in Nederland blijven, maar kan niet weg. Wie hij is? „Mijn naam is mijn vingerafdruk.”

Hij bestaat. Maar meer ook niet. Dit is de man zonder naam, zonder identiteit, zonder geboorteland. En zonder bestaan, want hij zit al zeventien maanden onafgebroken in vreemdelingendetentie in Alphen aan den Rijn. Heel even mocht hij er uit, elf dagen om precies te zijn. Toen mocht naar een ‘gewone gevangenis’. Een straf voor diefstal, gepleegd in een tijd dat hij nog winkels kon bezoeken.

Hij is geboren in 1962 en hij noemt zich Ali G. Over zijn uiterlijk valt niets opvallend op te merken. Een donkere baard, een kleurloos jack, een spijkerbroek en gympen van een onbekend merk. Die diefstal heeft hem wel wat opgeleverd, namelijk een advocaat. Normaal doet advocaat Stipdonk strafzaken, maar het viel hem op dat Ali wel heel lang in vreemdelingenbewaring zit, en dat het ministerie van Justitie er te lang over doet om zijn identiteit te achterhalen. De rechter moet nu beoordelen of zij dat ook vindt.

Een vertegenwoordiger van de staatssecretaris van Justitie zit een tafeltje verderop voor de rechter. En hij erkent dat er voorlopig niet veel zicht is op verwijdering van Ali naar welk land dan ook. Zonder naam en geboorteland krijgt hij geen papieren en zonder papieren kan hij niet worden uitgezet. Er zijn brieven gestuurd naar de regering van Albanië en naar Kosovo. Het vermoeden is dat Ali daar geboren is. De vraag is of Ali G. hun onderdaan is en zo ja, of ze dat dan schriftelijk willen bevestigen want dan kan Nederland hem naar huis sturen. Hier is Ali G. een ongewenst vreemdeling, omdat hij illegaal is én omdat hij is gepakt voor diefstal, een zedenzaak en drugs. Hij mag niet blijven, maar hij kan niet weg.

De tolk naast Ali G. vertaalt de woorden van de vertegenwoordiger. In het Duits. Want wie A niet zegt, gaat B natuurlijk ook niet prijsgeven. Vermoedelijk is Ali’s moedertaal Albanees. Of Servo-Kroatisch. Of allebei.

Wat Nederland concreet doet om de uitzetting van Ali te bespoedigen, vraagt de rechter aan de vertegenwoordiger. Er wordt, zegt die, regelmatig gerappelleerd bij de instanties in Albanië en Kosovo. Dat zijn brieven waarin staat: schiet op. En er worden vertrekgesprekken met Ali gevoerd. Maar meneer, zegt de vertegenwoordiger, werkt niet echt mee. Hij weigert een taalanalyse, en gebruikt allerlei aliassen. En met een beetje pech duikt er een naam op, die bekend is bij de internationale politiedienst Interpol en dan moet justitie weer in Zwitserland gaan vragen of de man met die naam soms deze Ali is. Maar hij heeft, zegt hij, goede hoop en ook wel concrete aanwijzingen dat het onderzoek in Kosovo vordert en dat Ali ooit nog eens uitgezet gaat worden.

De advocaat gelooft daar weinig van. Het houdt, zegt hij, een keer op. Ali wacht al sinds januari 2008. Of eigenlijk al sinds 2000, toen hij zijn eerste asielaanvraag indiende.

In gebrekkig Duits zegt Ali dat het spelletje hem niet meer bevalt. Dat al die namen hem niks zeggen en dat zijn registernummer trouwens ook niet klopt. Mijn naam, zegt hij, is mijn vingerafdruk. Hij is stateloos en heeft dus recht op een Nederlands paspoort.

Nu gaat het erom wiens belang groter is. Ali’s recht om niet langer vast te zitten dan de wettelijke termijn die staat voor uitzetting. Of het belang van het ministerie dat hem wil verwijderen.

De rechter vindt dat Ali actief het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit heeft gefrustreerd. Dat Ali al zo lang vastzit, is deels aan hemzelf te wijten. Daarom krijgt hij géén schadevergoeding voor het lange vastzitten. Maar hij moet wél worden vrijgelaten. Vandaag nog. Want zijn belang bij vrijlating is groter dan het belang van justitie hem uit te zetten, vindt de rechter. En het ministerie van Justitie moet de kosten van zijn rechtszaak betalen: 644 euro.

En nu? Nu gaat Ali zijn spullen halen in de gevangenis, zegt zijn advocaat Stipdonk. En waar gaat hij dan heen? Nou, zegt de advocaat, gewoon, de straat op. En dan? Dan is het wachten tot hij weer eens gepakt wordt met een biertje op een bankje op een plek waar dat niet mag. En dan? Dan gaat hij de vreemdelingenbewaring weer in.

De vertegenwoordiger van de staatssecretaris staat buiten de rechtzaal. Hij lijkt onaangedaan. Soms, zegt hij, moet er wel schadevergoeding worden betaald voor het te lang vast zitten. Loopt aardig in de papieren, stelt hij vast. Dan loopt hij de rechtszaal weer in. Hij heeft vandaag nog vijftien van dit soort zaken.