Darwin

Met een oordeelkundige teelt zou je de mens binnen een paar generaties kunnen terugbrengen tot waar hij vandaan is gekomen: de bomen. Zo ongeveer heeft de essayist H. A. Gomperts ergens in het midden van de vorige eeuw zijn variant op Darwins evolutietheorie geformuleerd. Het staat in zijn essaybundel Jagen om te leven, verschenen in een periode die we langzamerhand tot de prehistori e rekenen. Er was niet of nauwelijks televisie en dan alleen zwart-wit. Geen mobieltjes. Geen internet. Geen alzijdige digitale beschaving. Wat een rust. Waarschijnlijk had Gomperts zich laten inspireren door zijn waarnemingen op straat.

Dit jaar is het 200 jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren en 150 jaar geleden is zijn On the Origin of Species verschenen, het revolutionaire boek dat tot op de dag van vandaag overal in de beschaafde wereld godsdiensttwisten veroorzaakt. Laatste slachtoffer: de bekende Nederlander Andries Knevel van de Evangelische Omroep. Zijn volgelingen zijn ervan overtuigd dat God de wereld in zes dagen heeft geschapen, zoals het in de Bijbel staat. Ik heb Genesis er nog eens op nagelezen. ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.’ Genesis 2 eindigt dramatisch. ‘Toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen.’ Prachtig proza. Maar Knevel liet in het openbaar weten dat hij twijfelde. Dit werd door de achterban niet geaccepteerd. Hij maakte zijn excuses, ook in het openbaar. Ja, wat moet je anders?

Nu gaat het in eerste aanleg over Darwin en zijn evolutietheorie. Een sleutelbegrip is the survival of the fittest. De mens is de kroon op de Schepping – vooruit maar – of op de evolutie. Dat komt doordat hij alle andere levende wezens de baas is. Hij is de enige die werktuigen kan maken, van de stenen bijl tot de kernbom. Sinds het jaar nul heeft hij rusteloos steeds meer kennis vergaard, nog vernuftiger werktuigen gebouwd, en zo is het nu eenmaal: naarmate je meer weet en je je bekwaamheden verder ontwikkelt, nemen je mogelijkheden toe, in steeds hoger tempo. Unternehmen ist das Schaffen neuer Kombinationen, zei de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter. Precies zo gaat het in de techniek en de wetenschap. Schumpeter is ook de bedenker van het begrip creatieve vernietiging.

Al uitvindend, bouwend, kennis vergarend heeft de mens door de eeuwen heen zijn leven steeds comfortabeler gemaakt. Alles kost minder moeite, gaat sneller. Om ons door het leven heen te slaan hebben we steeds meer knoppen en toetsen tot onze beschikking. Daar drukken we op en dan worden er machines in bedrijf gesteld die we niet kunnen zien en waarvan de werking de grote meerderheid ook boven de pet gaat. Al die digitaal werkende apparaten zijn machinale verlengstukken van onze hersenen. En nu komt mijn variant op Gomperts. Het complement van survival of the fittest is decline of the weakest. Daarbij moeten we in aanmerking nemen dat een spier, een orgaan sterker wordt naarmate je die meer gebruikt. Denk aan de bodybuilders. En mutatis mutandis raakt het in verval als je het niet meer nodig hebt, of althans die illusie hebt.

Nu zijn we langzamerhand in een fase van de beschaving aangeland waarin steeds meer mensen ervan overtuigd raken dat ze een deel van hun hersens kunnen missen, omdat het werk dat daar wordt verricht door de computer is overgenomen. Je hoeft niet meer te kunnen kaartlezen want je hebt een tomtom in je auto. Goed kunnen spellen is niet meer nodig want je laptop is uitgerust met een programma voor spellingcontrole. Telefoonnummers hoef je niet te onthouden. Alle nummers en adressen worden automatisch voor je op de harde schijf gezet. Voor moeilijke sommen heb je je rekenmachientje. Intussen komt op internet spelenderwijs een nieuw soort Nederlands tot ontwikkeling. De gebruikers specialiseren zich in het leuk uit de hoek komen en het elkaar of een minister of Bekende Nederlander zo hard mogelijk uitschelden. Uitroeptekens zijn onmisbaar. Het uitroepteken is de kalasjnikov van het nieuwe Nederlands.

Het centrum van de nieuwe beschaving is de computer. Maar wat te doen als dat ding kapot gaat. Dan wordt de nieuwe mens overvallen door computer rage. Dat weten we uit Amerika. Hij slaat het ding aan duizend stukken. Met andere woorden, hij heeft het verlengstuk van zijn hersenen, zijn brug naar de wereld, zijn contact met vriend en vijand vernietigd. En dat, denk ik de laatste tijd weleens, heeft Darwin in zijn evolutietheorie niet voorzien. Naderen we geleidelijk een nieuwe mutatie? Zal er over honderd jaar of desnoods een paar eeuwen een mens worden geboren met een kleinere schedelinhoud en twaalf vingers waarmee hij op nog meer toetsen kan drukken? Hopend dat er gebeurt wat hij wil. Goed beschouwd lijkt het wel een beetje op bidden.