Bijltjesdag valt laat voor voetbalcoach

Als een voetbalclub slecht presteert, is het meestal de trainer die er als eerste uitvliegt. Dit seizoen houden coaches het relatief lang vol.

José Mourinho, de Portugese coach die dit seizoen waarschijnlijk Inter Milaan naar de Italiaanse titel leidt, kon het als weinig anderen verwoorden. „Het leven van een coach is boeiend. Ik ken alle hoogte- en dieptepunten. Ik weet dat ik op een dag wordt ontslagen. Dan is het een tijdje stil en dan gaat de telefoon en ben je weer coach. Zo gaat het altijd door.”

Mourinho vertrok in september 2007 na 1177 dagen als coach van Chelsea als gevolg van een meningverschil met clubeigenaar Roman Abramovitsj over de speelwijze. De recalcitrante coach had geen zin in ruzie met de Rus en kreeg 13 miljoen euro mee. Onder één voorwaarde: dat hij de komende twee jaar geen club in de Premier League zou trainen. In juni 2008 werd Mourinho coach van de Italiaanse kampioen Inter.

Zo voorspoedig als Mourinho vergaat het niet alle coaches die opstappen of worden gedwongen op te stappen. Maar het ontslag op 9 februari van zijn opvolgers de Israëlier Avram Grant en de Braziliaan Luiz Felipe Scolari, zal Abramovitsj niet veel minder schadevergoeding hebben gekost. De uitdrukking coaches are hired to be fired brandt veel Engelse trainers op de lippen – hoewel het dit seizoen opvallend meevalt. Na Scolari bij Chelsea werd alleen Tony Adams bij Portsmouth na 108 dagen ontslagen. Onder zijn leiding gaf de ploeg in het thuisduel tegen Liverpool een 2-1 voorsprong uit handen en verloor met 3-2. Oud-international Adams en zijn Nederlandse assistent John Metgod moesten opstappen. Adams was de achtste dit seizoen in de Engelse hoogste divisie.

De hoogste divisies in Spanje (zeven), Italië en Nederland (zes), en Duitsland (twee) bleven zelfs achter bij de Premier League. Afgelopen dinsdag trad in Nederland Andries Jonker terug als trainer/coach van Willem II. „In het belang van de club”, zo verklaarde hij, maakte Jonker plaats voor zijn assistent-trainer Alfons Groenendijk. Jonker beperkt zich nu tot zijn functie technisch-directeur.

Huub Stevens (PSV, 28 januari), Gertjan Verbeek (Feyenoord, 14 januari), Hans Westerhof (Vitesse, 30 december), Wim van Hanegem (FC Utrecht, 23 december) en Raymond Atteveld (Roda JC, 7 oktober) werden dit seizoen ontslagen of stapten op. In Spanje werden zeven trainers ontslagen: Manolo Zambrano (Recreativo Huelva, 7 oktober), José Angel Ziganda (Osasuna, 13 oktober), Tintin Marguez (Espanyol, 1 december), Bernd Schuster (Real Madrid, 9 december), Gonzales Arconada (Almeria, 22 december), José Aguirre (Atletico Madrid, 2 februari) en Sergio Kresic (Numancia, 17 februari).

In Italië werden slechts twee trainers ontslagen. Dat was vorig seizoen wel anders. In totaal moesten toen 17 trainers de laan uit, onder wie Hector Cuper van Parma en Roberto Mancini bij Inter Milaan, nota bene de kampioen. Bekende trainers dus. Zou het verwachtingspatroon bij een trainer met een staat van dienst soms eerder tot ontslag leiden?

In de Bundesliga is het de laatste twee seizoen opvallend rustig. Vorig seizoen twee, dit seizoen vooralsnog ook twee: Jos Luhukay (Borussia Mönchengladbach, 5 oktober) en Armin Veh (VfB Stuttgart, 23 november). Vergeleken met de vier vorige seizoenen zijn dit seizoen in de besproken landen weinig trainers ontslagen. Vorig seizoen waren dat er in totaal 48, daarvoor 43, 47 en 43. Dit seizoen staat de teller in de vijf landen op 29, al moet daarbij worden aangetekend dat trainers meestal pas in het voorjaar worden weggestuurd. In Italië werden in 2007-2008 tien van de 17 ontslagen trainers tussen maart en mei ontslagen. Het blijft spannend.