Bij de voorplaat

Dit MRI-beeld van een levend mens, in een vlak door achterhoofd, nek en schouders, is gemaakt van bijna een meter afstand. Dat is bijzonder, want tot nu toe moest de bron van de radiogolven die voor een MRI-beeld nodig is vlak bij het onderwerp liggen. En ook de detectoren moesten dichtbij liggen. Daardoor is er berucht weinig ruimte binnen een MRI-scanner. Claustrofobische en erg dikke mensen hebben daar last van. Er bestaan weliswaar al MRI-scanners met veel ruimte, maar die hebben een beperkte beeldresolutie. Bij een MRI-scan worden met radiogolven en een sterk magneetveld de concentraties waterstofkernen in weefsel gemeten. Dat levert doorsneden en driedimensionale reconstructies van het inwendige van het menselijk lichaam op. Onderzoekers van de ETH in Zürich ontwikkelden een methode om de radiogolven op afstand te detecteren. Dit is een van de eerste mensbeelden die ermee zijn gemaakt (Nature, 19 februari). Rob van den Berg