Bij de keizer op zolder

Sint Helena, het laatste ballingsoord van Napoleon, is een kale rots. Maar op een acteur die in de huid van de keizer kruipt, oefent het eiland grote aantrekkingskracht uit. Je kunt er de eenzaamheid van Napoleon horen, ruiken, en proeven.

‘De boot heeft vertraging.’ Aan de telefoon spreekt een medewerkster van AWS, de rederij bij wie ik het ticket heb gekocht. „Er is een stabilisator afgebroken en dat moet eerst gerepareerd worden. Het duurt ongeveer een week.”

Een andere keuze dan wachten is er niet. Wie naar Sint Helena wil, moet inschepen op de ‘life line’ van het eiland. Er is vooralsnog geen vliegveld op de kale rots. Helikoptervluchten zijn evenmin mogelijk want daarvoor ligt het te ver in de oceaan. Buiten een enkel luxe cruiseschip is de RMS St. Helena het enige schip dat het eiland aandoet. Er zit niets anders op dan zes extra nachten in Kaapstad bij te boeken.

Waarom wil ik naar Sint Helena? Om te zien, te horen, te ruiken en te proeven waar Napoleon Bonaparte in relatieve eenzaamheid is gestorven. Ik maak een theaterstuk over Napoleons laatste levensfase en ik denk dat zintuiglijke waarnemingen op het eiland mijn acteren zullen verdiepen. Er is veel literatuur – kastenvol – te vinden over deze laatste jaren in het leven van de keizer. Maar boeken ruiken niet naar de oceaan en ook kun je je niet prikken aan de beschrijving van een cactus. Voor als er tijd over is, heb ik een keizerlijk uniform in mijn koffer.

De bootreis vanuit Kaapstad naar Sint Helena duurt vijf dagen. Maar je hoeft je aan boord niet te vervelen. Er worden dagelijks activiteiten georganiseerd. Op de derde dag spelen de passagiers op het achterdek bijvoorbeeld een partijtje cricket tegen de crew. En wie zich zo verveelt dat een meezeilende albatros of een groep voorbijtrekkende walvissen niet meer boeien, kan altijd nog twee keer per dag warm eten.

Voor het diner ben ik aan tafel ingedeeld bij een verliefd stel geologen. Ze bevaren de wereldzeeën op zoek naar hot spots. Hij vertelt dat Sint Helena – als je de voet diep in de oceaan meerekent – de hoogste vulkaan ter wereld is. Een belangrijk gespreksonderwerp aan boord – vooral onder de Saints zoals de eilanders zichzelf liefkozend noemen – is het toekomstige vliegveld op Sint Helena. Het vliegveld dat binnen vijf jaar af moet zijn zet tegenstellingen op scherp. Voorstanders vinden dat het goed is voor de economie van het eiland. Op het eiland teert zo’n 80 procent van de bevolking op de zak van de Britse belastingbetaler. Tegenstanders vrezen dat de natuur en de authenticiteit van het eiland ten onder zullen gaan. Sommige toeristen zijn tegen, omdat zij vrezen dat hun doel van de reis – het spotten van een endemisch, zwart-wit vogeltje, de ‘Wire bird’ – voorgoed voorbij is als het eiland wordt overspoeld met toeristen.

Het is half zeven in de ochtend als Sint Helena in zicht komt. Het begint langzaam te gloren en mijn eerste indruk van de contouren van deze puist in de oceaan, staat in schril contrast met die van Napoleon. Die schijnt bij de eerste aanblik van het eiland gezegd te hebben: „Dit is geen prettige dag. Ik had beter in Egypte kunnen blijven; ik zou er nu keizer van het gehele Oosten zijn geweest.” Op mij maakt het eiland een fantastische indruk. Rode grillige rotsen, spannende inhammen, hoge pieken, bedekt met groen. Maar een eerlijk vergelijking met Napoleon is natuurlijk niet te maken. Ik heb een ticket voor de terugtocht.

Het schip gaat voor anker en kleine bootjes varen tegelijkertijd met grote pontons af en aan. Het uitschepen van de passagiers gaat razendsnel en binnen de kortste keren staan we in hartje Jamestown. Het stadje beslaat niet meer dan een paar straten en twee pleintjes. Ik probeer te ruiken waar Sint Helena naar ruikt, maar mijn neus zit dicht van verkoudheid door de airco op het schip.

De afstanden op het eiland zijn groter dan ik had verwacht. Bij het plannen van mijn reis heb ik Terschelling als referentie genomen. De noord-zuidlijn op Sint Helena is ook ongeveer 10 kilometer en van oost naar west meet het eiland 17 kilometer. Maar ik heb geen rekening gehouden met de enorme hoogteverschillen op de oude vulkaan. De hoogste top van Sint Helena, Diana’s Peak, torent maar liefst 820 meter boven oceaanniveau uit. Ik zal een auto moeten huren.

The Briars was het tijdelijke verblijf van Napoleon toen hij op Sint Helena aankwam. Zijn definitieve onderkomen, Longwood House, moest nog worden verbouwd. De keizer trok daarom met een select gezelschap in bij de familie Balcombe. Betsy, de jongste dochter van de Balcombes, kon het erg goed vinden met haar illustere logé. Napoleon vond het levenlustige en brutale kind wel amusant. Rond The Briars, vernoemd naar de egelantieren die om het huis groeien, ligt een weelderige tropische tuin.

Hoe anders was Longwood House. Dat staat op een heuveltop aan de oostkant van het eiland. Eromheen staan nu bomen die de wind breken, maar toen was het een gure uithoek. Van de conservator van de Franse domeinen, de consul zelf, heb ik toestemming om in alle rust foto’s en geluidsopnamen te maken.

Iets vroeger dan afgesproken ben ik op Longwood en loop door de tuin. Aan de buitenmuur van het huis hangt een plaquette: „Quand je ne serai plus ici, les voyageurs Anglais feront le dessin de ce jardin fait par Napoléon. Il n’en est aucun qui ne veuille le visiter. (Napoléon, décembre 1819)”. („Als ik hier niet meer ben, zullen Engelse reizigers tekeningen maken van deze tuin gemaakt door Napoleon. Er is niemand die hem niet wil bezoeken.”) Het kan verkeren. De door de Napoleon aangelegde tuinen zijn aardig, maar de Engelsen komen beslist niet in groten getale naar Sint Helena om zijn tuinontwerp te bekijken.

De deuren van de biljartkamer gaan open en op het bordes nodigt een vrouw mij uit om binnen te komen. Vlug leidt ze me door het huis. Via de biljartkamer, de salon, de eetkamer, de slaapkamer, de badkamer komen we in de bibliotheek. Ze informeert hoe lang ik bezig ben en verdwijnt achter een deur.

Het huis is niet veel bijzonders. Het is letterlijk een omgebouwde schuur. De kamers staan vol prullaria waarvan de vraag is of ze er ten tijde van Napoleon ook stonden. In de slaapkamer hangt bijvoorbeeld een prentje waarop de keizer zijn biograaf dicteert. Met één hand half in zijn broek staart Napoleon in de eindeloze verte en de jonge dienaar kijkt smachtend tot hij de woorden van zijn keizer op mag pennen.

Napoleon Bonaparte stierf niet in zijn slaapkamer. Zijn sterfbed staat in de salon. Het is een klein veldbed waaronder een koperen plaatje op de vloer is bevestigd: „L’empereur NAPOLÉON I, est mort ici, le 5 de mai 1821, 17:49”.

Toen de bedienden weer eens meisjes hadden meegenomen vanuit Jamestown, beklaagde Napoleon zich bij zijn kamerheer over het dierlijk lawaai op zolder. Ze sliepen recht boven zijn hoofd. Achter een hekje in de gang van de badkamer naar de bibliotheek bevindt zich de zoldertrap. Bovengekomen zie ik ze voor me, de sinners die rollebollen met hun saintes. De zolder verandert weer snel in de opslagplaats van een willekeurig streekmuseum, als ik de vrouw achter mij de trap hoor opkomen. Vriendelijk vraagt ze: „Are you happy?”

Bijna ben ik volmaakt gelukkig. Maar toch wil ik één keer het kostuum van Napoleon gedragen hebben. En dat gaat gebeuren bij de beklimming van de ‘Jacobs Ladder’, een 699 treden tellende trap die van Jamestown naar het hoger gelegen Ladder Hill voert. Als attractie stelt de Jacobs Ladder niet veel voor, maar de Saints hebben de beklimming tot traditie verheven. Het record staat op 5 minuten en nog wat. Ik doe het een stuk langzamer, maar zet toch een behoorlijke 15 minuten neer. Met laarzen en in uniform. Bovenaan de ladder kijk ik uit over de oceaan. Plechtig beloof ik dat het publiek van mijn theatervoorstelling aan mij zal kunnen zien, horen, ruiken en proeven hoe Napoleon zijn laatste levensjaren beleefde. En er zal niemand zijn die dat niet wil meemaken.

Voor de media in Sint Helena blijft het niet onopgemerkt dat er een Nederlandse Napoleon de ladder heeft beklommen. In beide kranten die het eiland rijk is, is het nieuws. Op zich ook niet weer zo heel raar, want de overige berichten gaan over twee beboete wildplassers en de gestolen pompoenen uit de tuin van mevrouw Young.