'Bibi' heeft zijn partij handig naar de macht geleid

Als politicus is hij al vaak afgeschreven. Maar nu mag Benjamin Netanyahu toch weer een kabinet formeren, ook al kwam zijn partij bij de verkiezingen net niet als winnaar uit de bus.

Het zelfvertrouwen waarmee Benjamin Netanyahu vorige week voor zijn eigen aanhang het premierschap opeiste, lijkt geen grootspraak te zijn geweest. Hoewel zijn partij Likud de Israëlische parlementsverkiezingen op één zetel na verloor van concurrent Kadima, mag Netanyahu als eerste proberen een coalitie samen te stellen voor een nieuwe regering. Lukt hem dat, dan is Netanyahu net als een decennium geleden weer premier van Israël.

Benjamin ‘Bibi’ Netanyahu (59) heeft zijn partij handig naar het centrum van de macht teruggeleid. Tevens is de benoeming een terugkeer van een zo vaak afgeschreven politicus. Toen Netanyahu, die studeerde in de VS en later VN-ambassadeur was, premier was (1996-1999) beheersten schandalen het nieuws. Het vredesproces met de Palestijnen liep spaak.

De historici hadden het premierschap van Netanyahu als voetnoot in de Israëlische geschiedenis terzijde geschoven. Controversieel, een ruziemaker, een strategische onbenul – erg vriendelijk zijn de kwalificaties van bekende historici als Avi Shlaim of Idith Zertal niet.

In 2005 leek het helemaal afgelopen met de carrière van Netanyahu. Hij raakte in conflict met rivaal en toenmalig premier Ariel Sharon over de terugtrekking uit Gaza. Sharon richtte met afvalligen als Tzipi Livni en Ehud Olmert Kadima op. Netanyahu werd bij de verkiezingen van 2006 weggevaagd en veroordeeld tot een bestaan in de oppositie.

Veel kiezers beloonden Netanyahu op 10 februari toch met een daverende verkiezingszege. Zijn partij Likud verdubbelde het zetelaantal ruim en werd weer een factor van betekenis in de Israëlische politiek. Netanyahu had zich in een gelikte campagne via YouTube en Facebook gepresenteerd als een nieuwkomer en zei, in de stijl van Barack Obama, dat hij „verandering” zou gaan brengen.

Bovenal profiteerde Netanyahu van een veranderd politiek klimaat. De bevolking steunde de oorlog in de Gazastrook massaal. Toen resultaten uitbleven en het kabinet van scheidend premier Olmert de troepen terugtrok, zei Netanyahu dat hij het karwei zeker had afgemaakt. Als premier zou hij Hamas wegvagen, beloofde hij. En van ‘het ruilen van land voor vrede’ – een onvriendelijk bedoelde omschrijving van het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen – voelt Netanyahu niets. En Iran moet eventueel aangevallen worden om het land te dwingen het atoomprogramma stop te zetten. Het is harde taal, die de Israëlische kiezer graag hoort.

Zijn politieke vrienden weten dat in de VS bezorgd wordt gekeken naar de terugkeer van Netanyahu. Zij wijzen graag op Netanyahu’s pragmatische inslag. Hij is iemand, zeggen ze, die zijn boodschap handig aanpast aan de stemming in het land en de rest van de wereld. Het was immers Netanyahu die in 1998 na grote Amerikaanse druk het zogeheten Wye River Memorandum tekende met de Palestijnse president Arafat. Dat akkoord, dat later een stille dood stierf, voorzag in teruggave van bezet gebied aan de Palestijnen.

Hij mag dan pragmatisch zijn, zijn partij is in de oppositiejaren radicaler geworden. Steeds meer religieuze zionisten en kolonisten werden lid. De invloed van deze groep is toegenomen in de rechts-seculiere partij. Netanyahu moet toezien hoe groot Israël-ideoloog Benny Begin en de religieuze zionist Moshe Feiglin aan invloed winnen en het hem op partijcongressen moeilijk maken.

Veel hangt ook af van de coalitie die hij vormt. Hoewel Netanyahu een brede coalitie wil samenstellen, mét Kadima en de Arbeidspartij, is ook een rechts-religieuze regering mogelijk. Met het extreemrechtse Yisrael Beiteinu (Israël Ons Huis, voor het deporteren van Palestijnen van Israëlisch grondgebied), het religieuze Shas en wat kleinere partijen kan Netanyahu een rechtse meerderheid samenstellen.

Maar dat is niet zijn eerste voorkeur, omdat het zijn regering mogelijk isoleert in de internationale gemeenschap. Bovendien zal zo’n kabinet niet erg stabiel zijn, omdat Yisrael Beiteinu’s voorman Avigdor Lieberman een sterk anti-religieuze inslag heeft.