Alleen het leger bezuinigt niet

Pakistan verkeert in grote problemen. Bedrijven kunnen niet meer aan hun betalingsverplichtingen aan de banken voldoen en vragen de overheid in te grijpen.

Directeur Babar Mehmood Sherazi (53) van Kims biscuit- en snoepjesfabriek in Taxila heeft een goede manier gevonden om van de torenhoge rentelast op bankleningen af te komen. De rente in Pakistan schommelt momenteel rond 17, 18 procent. Maar ondernemer Sherazi betaalt 0,0 procent. Zijn geheim? Drie jaar geleden wist hij zijn compagnons ervan te overtuigen voortaan geen geld meer te lenen van de bank.

Sherazi handelde uit religieuze overwegingen. Hij zegt dat Pakistan alleen maar vooruitgang kan boeken als er ware rechtvaardigheid in de samenleving heerst. In zo’n samenleving past volgens de islam geen commerciële rente. En nu profiteert Kims (bijna 600 werknemers) er ook zakelijk van.

„In goede tijden verdelen mijn partners en ik de winst, in slechte tijden springen we gezamenlijk bij”, zegt Sherazi. „We betalen onze investeringen uit de lopende geldstroom in ons bedrijf. Het dwingt je om zorgvuldig te handelen. We kopen nu een tweedehands machine in Duitsland of elders in Europa. Die passen we aan, zodat we dezelfde kwaliteit kunnen blijven produceren.”

Pakistan (170 miljoen inwoners) is formeel een islamitische republiek. Maar er zijn niet zo heel veel ondernemers die net als Sherazi en zijn compagnons de banden met de kapitalistische banken hebben verbroken. De textielsector bijvoorbeeld, verreweg de belangrijkste industriële werkgever van Pakistan en de belangrijkste exporteur, verkeert in grote problemen. Door de mondiale malaise is de buitenlandse vraag sterk verminderd. En nu kunnen de bedrijven niet langer voldoen aan hun rente- en aflossingsverplichtingen, zeggen ze. Ze eisen dat de overheid te hulp schiet.

Maar de regering in Islamabad heeft nauwelijks speelruimte. Vorig jaar stevende Pakistan, met sterk slinkende buitenlandse reserves af op een bankroet. Toen kwam het Internationaal Monetair Fonds (IMF) eind november over de brug met een bijstandspakket van in totaal 7,6 miljard dollar voor bijna twee jaar. Dat is bijna evenveel geld als de Pakistaanse gastarbeiders in de Golfstaten jaarlijks naar huis sturen. Het IMF maakte ongeveer 1,3 miljard dollar van het noodpakket onmiddellijk over, waardoor Pakistan weer wat lucht heeft gekregen. Maar dat is niet voldoende om de klagende ondernemers in het land tevreden te stellen.

Renteverlagingen, die de centrale banken en de regeringen in de meeste landen thans doorvoeren om de economie te stimuleren, zijn in Pakistan voorlopig uitgesloten. Daarvoor is de huidige inflatie van tegen de 25 procent veel te hoog. Juist het omgekeerde, een strakker monetair beleid, ligt volgens het IMF meer voor de hand om de overheidsfinanciën op orde te brengen, het vertrouwen in de Pakistaanse rupee te herstellen en de buitenlandse reserves te helpen vergroten.

Voor Pakistan betekent dat voorlopig alleen maar pijnlijke keuzes. Alleen leger en grootgrondbezitters – volgens sommigen de belangrijkste pijlers onder de Pakistaanse samenleving – worden gespaard. Bezuinigingen bij het leger zijn taboe, met een verwijzing naar de strijd tegen de Talibaan en Al-Qaeda. En de landheren krijgen, anders dan eerder werd gesuggereerd, geen nieuwe agrarische belasting opgelegd.

Maar de textielondernemers blijven voorlopig een torenhoge rente betalen. Als ze daarmee stoppen, zoals ze hebben gedreigd, of als de overheid hun aflossingsverplichtingen bevriest, zoals ze hebben geëist, komen de banken in de problemen. Zo dient zich een nog groter debacle aan.

Directeur Sherazi kijkt op van zijn laptop. Hij vertelt over het succes van Kims en over zijn foute beslissing van een paar jaar geleden om ook goedkope biscuits en snoepjes te gaan produceren. „Dat hadden we niet moeten doen. We gingen verlies lijden. Twee jaar geleden hebben we onze plannen weer bijgesteld en nu draaien we weer goed”, zegt hij.

De impliciete boodschap daarvan is: de hand in eigen boezem steken en je aanpassen aan veranderende marktomstandigheden. En: vooral niet zeuren. „De textielondernemers klagen alleen maar. Ze geven iedereen de schuld van hun problemen, maar wij moeten hier in Pakistan eens leren onze eigen verantwoordelijkheid te nemen”, zegt Sherazi.

„Als het geld van het IMF goed wordt besteed, zal Pakistan daar natuurlijk van profiteren. Maar dat is het grote probleem in ons land: er is geen transparantie. Er is veel mis ons land, er wordt gesjoemeld, oneerlijk gehandeld, maar we geven liever anderen de schuld dan dat we de hand in eigen boezem steken.”

Sherazi heeft het over slaafse onderwerping aan door het Westen gedicteerde kapitalistische structuren. En hij heeft het ook over slaafse onderwerping aan de door de Amerikanen gedicteerde strijd tegen internationaal terrorisme. Daardoor is Pakistan een slagveld geworden dat wordt gemeden door buitenlandse investeerders. Het wordt tijd dat Pakistan zich daaraan ontworstelt, zegt hij. „Zolang we zelf niet aan het werk gaan, zal Pakistan ook geen vooruitgang zien.”