Advies: milieu mag politiek niet hinderen

Lokale politici moeten kunnen afwijken van Europese milieunormen voor geluid, luchtkwaliteit en stank. Doel daarvan is dat bouwplannen doorgaan én de crisis in de bouw wordt bestreden.

Dat is de strekking van een advies dat binnenkort wordt aangeboden aan minister Cramer (VROM, PvdA). Het advies is opgesteld door hoogleraar gebiedsontwikkeling Friso de Zeeuw, in overleg met een informeel ‘platform milieu en gebiedsontwikkeling’.

Het strikt vasthouden aan gedetailleerde normen is lang niet altijd in het belang van de kwaliteit van een gebied, aldus het advies van de deskundigen,getiteld Doorbreek de impasse. „Gebiedskwaliteiten moeten worden gevonden en benoemd in het maatschappelijke en politieke debat en laten zich niet vatten in normen.”

Het advies roept het kabinet op een wet te maken en voor het experimenteren daarmee steun te zoeken in Brussel. Voor „meer afwegingsruimte” bestaat binnen de Europese Unie begrip. „De ontvankelijkheid voor zo’n aanpak is in Brussel groter dan ooit”, stelt het advies op gezag van Co Verdaas. Deze gedeputeerde van de provincie Gelderland is lid van het informele platform en heeft daarover „verkennende gesprekken” gevoerd met Europarlementariërs en hoge Brusselse ambtenaren.

Negen gemeenten in de Gelderse Achterhoek willen graag meedoen met een proef om „snellere bouw” mogelijk te maken in tijden van crisis, aldus wethouder Peter Drenth (CDA) van Doetinchem. De gemeenten willen het kabinet toestemming vragen om het belang van milieunormen „af te wegen” tegen andere „maatschappelijke belangen” zodat die normen de bouw niet kunnen tegenhouden of ernstig vertragen. Drenth: „Ik heb het gevoel dat dit ook is wat mensen van de overheid vragen.”

De nieuw te maken wet kan de huidige tijdelijke Wet stad en milieu vervangen, die in 2011 afloopt. Deze maakt het al mogelijk af te wijken van milieunormen als daar compensatie tegenover staat. De nieuwe wet moet dat begrip compensatie veel ruimer opvatten, meent Friso de Zeeuw. „Gemeenteraden, gecontroleerd door de provincies en in laatste instantie het Rijk, kunnen de milieunormen afwegen tegen andere prioriteiten. Een school kan langs een drukke weg komen te liggen, maar daar staan misschien een betere groenvoorziening en rustige binnenhoven tegenover. Je kunt ook denken aan een combinatie van wonen en werken in een havengebied. Door zo’n combinatie hoeft een bedrijf niet te worden uitgeplaatst. Ook verhogen de bewoners in zo’n gebied de sociale veiligheid.”