Zakenbank gaat saneringen doen

Bankiers die zich voorheen met het organiseren van bedrijfskredieten bezighielden, leggen zich steeds meer toe op het begeleiden van herstructureringsinitiatieven. Op zichzelf is de overgang van het opbouwen van bedrijven tijdens de bloeiperiode van de markten naar het saneren ervan tijdens een inzinking niet vreemd. Maar zij die deze overstap maken, hoeven zich geen illusies te maken over de daaruit voortvloeiende vergoedingen. Ze zullen er snel achterkomen dat een herstructurering zowel arbeidsintensiever als minder lonend is dan het regelen van deals in tijden van bloei.

De rol van een zakenbank bij het saneren van een in moeilijkheden verkerend bedrijf kan heel gevarieerd zijn – uiteenlopend van het eenvoudig heronderhandelen over kredietvoorwaarden tot het binnenhalen van aandeelhouderskapitaal en het begeleiden van bedrijfsverkopen. De aanstaande herstructureringsgolf zal ook complexer zijn dankzij de aanwezigheid van obligatiehouders in de kapitaalstructuur van veel bedrijven. Het bemiddelen in geschillen tussen crediteuren en het faciliteren van constructies waarbij obligaties worden omgezet in aandelen zullen een vruchtbare bodem voor opdrachten blijken.

Herstructureringen zijn niet alleen ingewikkelder en intensiever, ze vergen over het algemeen ook meer tijd dan de gemiddelde fusie of overname tijdens de hoogtijdagen van de markten. Het kostte de crediteuren achttien maanden om in te stemmen met een reddingsplan voor Eurotunnel, de Franse beheerder van de tunnel onder Het Kanaal. De sanering van het Amerikaans-Nederlandse chemieconcern LyondellBasell, dat vorige maand uitstel van betaling heeft aangevraagd, zal waarschijnlijk ook een langdurige geschiedenis worden.

Het probleem is dat de extra tijd en inspanningen niet per se zullen leiden tot hogere vergoedingen – althans, niet op de korte termijn. Een fusie- of overnametransactie levert doorgaans een vast percentage van de totale waarde van de overeenkomst op. In de oligopolistische wereld van de zakenbanken is dat soort vergoedingen over het algemeen nogal stug en immuun voor neerwaartse druk gebleken.

Maar er bestaat geen stramien voor herstructureringsvergoedingen. Het is moeilijk een kwakkelend bedrijf tot grote betalingen te verleiden. De vergoeding is een kwestie van onderhandelen, en de uiteindelijke hoogte zal vaak afhangen van de complexiteit van het werk en de keuze van de adviseur. Dikwijls is het aantal klanten doorslaggevend. De ondoorzichtigheid van de beloningsstructuur wordt duidelijk bevorderd door het feit dat adviseurs niet graag de indruk wekken te profiteren van de problemen van hun cliënten.

De winstgevendheid van deze activiteiten kan pas op de langere termijn worden beoordeeld. Een adviseur die een succesvolle sanering tot stand helpt komen, zal hopen dezelfde cliënt te mogen bijstaan bij het doen van overnames als de situatie op de markten is verbeterd. Dat is het argument dat grote zakenbanken hanteren, die hun herstructureringsinspanningen richten op het adviseren van bedrijven in plaats van op het winstgevender, maar potentieel controversiëlere bijstaan van ontevreden obligatiehouders. Als de zinsnede niet zo’n ongelukkige connotatie zou hebben, zou dit ‘betaling in natura’ genoemd kunnen worden.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com