Was een mens maar als een bij

Maap Groenendijk is imker. Ook hij is vorig jaar getroffen door de bijensterfte: 50 van zijn 52 volken ging verloren.

Hij kocht een nieuwe koningin in Denemarken en begon opnieuw.

Het woord bijensterfte kan hij niet meer horen. Het vorig jaar was een tragedie. Er stierven vijftig van zijn 52 bijenvolken. Dit jaar is het gelukkig beter, bijna al zijn bijen leven nog. Maap Groenendijk (69) is een imker met hart voor zijn vak. Of liever: hobby, want van het houden van bijen kun je niet leven. Hij is voorzitter van de imkervereniging Hollands Midden, de regio die vorig jaar het zwaarst werd getroffen door de bijensterfte. Volgende week woensdag worden de definitieve cijfers over de bijensterfte gepresenteerd.

Voor een imker begint het echte werk pas in april, als de bloemen beginnen te bloeien en de bijen actief worden. In de winterperiode rusten de bijen vooral.

In de bijenstal naast zijn huis in Boskoop staan tientallen kasten. Groenendijk wijst naar de stoeptegels onder de kasten. „Hier lagen vorig jaar duizenden bijen dood voor de kast. Ik dacht, wat is hier aan de hand? Het was een drama.” Nu zitten collega’s in andere delen van het land met de handen in het haar. Allemaal door de varroamijt, het lichtbruin teekachtige diertje met acht pootjes en zonder vleugels dat op bijenbroedsel en volwassen bijen parasiteert. „De plaag heeft zich verplaatst. In november hadden we een bijeenkomst voor bijenhouders in Houten en daar waren erbij met tranen in de ogen. Die hadden de hele stal al leeggehaald, geen levende kast meer over.” Groenendijk weet hoe het voelt. Vorig jaar moest hij zelf weer vanaf nul beginnen.

Met goede moed opnieuw begonnen?

„Het was niet leuk. Er waren geen bijen te koop, want die waren er niet genoeg. Maar gelukkig kende ik de imkerwereld goed en kreeg ik van een paar collega’s nieuwe volkeren. Stekerige bijen, niet de topbijen waar ik aan gewend was. Als ik de bijenkast open deed, kwam er zo’n agressieve wolk uitgestoven. Ik heb uiteindelijk van een teler uit Denemarken voor 120 euro een nieuwe koningin gekocht. Daarvan heb ik tachtig nieuwe koninginnetjes geteeld en die op Ameland raszuiver laten bevruchten. Vervolgens heb ik ze verdeeld over imkers uit de regio, zodat we er allemaal weer vol tegenaan konden gaan. In het najaar had ik weer volop volkeren. Maar ja, dan is het te laat voor de tuinbouw. De peren en pruimen hebben er zwaar onder geleden.”

U had ook kunnen stoppen?

„Nee, nooit. Ik ben een doener. Ik wil dat deze bijensterfte niet meer voorkomt en ik ga uitzoeken wat we eraan kunnen doen. Maar er zijn imkers die hun lidmaatschap opzeggen. Die hebben al drie winters achter elkaar al hun bijen dood. Zij zeggen: ik begin er niet meer aan. Je bent gebiologeerd door de bijen, maar het is ook een last. Als het mooi weer is moet je om de anderhalve week bij die bijen zijn. Vakanties kan je vergeten.”

Hoe wordt een mens imker?

„Ik heb mijn leven lang sierbessen geteeld. Die moesten bevrucht worden en daar huurde ik bijen voor. Dan loop je wel eens mee met die imker en dan word je er op een gegeven moment door gegrepen. Dat is een soort virus. Dan ben je besmet en daar is geen medicijn tegen.”

U was meteen verslaafd?

„Nou, verslaafd niet, maar het gaat wel bruisen. Als je ziet hoe dat volk leeft in complete harmonie, met één koningin, honderd mannenbijen en 50.000 vrouwenbijen en iedereen heeft zijn eigen taak. Het is een volk vol geheimen, maar die kan je helemaal ontrafelen. En bijen hebben karakter. Mijn bijen zijn zachtaardige, hardwerkende bijen. Ik kan die bijenkast openmaken, zonder dat ik één steek krijg. Daarom werk ik ook altijd met mijn blote handen. Je hebt mensen die een heel pak aantrekken, maar dat doe ik niet.”

En u wordt niet gestoken?

„Het blijft een bij. Soms komt er eentje tussen je vingers en ja, die steekt je dan. Maar als je het mij vraagt is bijengif gezond. Ik heb mijn leven lang bijen en ik ben nog nooit ziek geweest. Op de bijenmarkt zie je allemaal oude mannen lopen die nog heel vitaal lopen te sjouwen. Die hebben ook hun hele leven bijen gehad. Maar een bij is niet agressief. Als je in een veld wordt gestoken is het altijd een wesp. Al zitten er tien bijen op een bloem, pluk hem maar want ze zullen gewoon wegvliegen. Eigenlijk zou hoe bijen met elkaar omgaan, overgebracht moeten worden op de mens. Want er is in een bijenvolk nooit oorlog. Ik heb bijen onderling nog nooit zien vechten. Als een bij een verkeerde kast invliegt, wordt hij meteen geaccepteerd en opgenomen in dat nieuwe volk. Het is één en al harmonie. En de leider is een vrouw! Aristoteles had de anatomie van de bij helemaal mis. Hij dacht dat het bijenvolk geregeerd werd door een koning met 50.000 mannelijke soldaten en een paar honderd vrouwtjes.”

Gaat u zich aan uw bijen hechten?

„Als je twee bijenvolkeren met elkaar mengt moet je één van de twee koninginnen doodmaken. Bedanken onder de voet, zo noemen wij dat. Dat vind ik het minst prettige van het imker zijn. Het doet toch pijn, want zo’n koningin heeft een jaar voor je gewerkt. Het is bij mij denk ik een beetje zoals bij een boer. Een boer zorgt goed voor zijn vee, en die vindt het heel erg als een van zijn koeien weg moet. Zo kweek ik ook bijen en wanneer ik zeker weet dat mijn bijen naar een imker gaan die goed voor ze zorgt, heb ik er geen problemen mee. Maar je hebt ook wel eens gemakkelijke imkers en dan heb je er een hekel aan.”

Gemakkelijke imkers?

„Ik vind dat het bij een imker in zijn hart en nieren moet zitten. Maar er zijn imkers die bijen houden voor het gewin, puur voor de honing. Dat zijn nooit goede imkers. En de bijen hebben het door als er niet goed voor ze wordt gezorgd, want het zijn altijd dezelfde imkers die verrot gestoken worden. Als bijen in een goede kast zitten en netjes worden verzorgd zie je dat ze ook vriendelijker zijn. Dat klinkt misschien gek, maar toch is het zo. ”

Wat maakt het werk van een imker zinvol?

„Dat je een bijdrage levert aan het voortbestaan van de natuur. Je weet dat de planten en de bomen weer bevrucht zijn, dat er weer fruit komt en de wildflora in stand blijft. Veel mensen weten het niet maar bijen zijn absoluut de basis voor alles: 85 procent van wat je om je heen ziet aan groen, heeft bijen nodig voor de bestuiving. Daar lever ik een bijdrage aan. Dat idee had ik niet toen ik dertig jaar was, hoor. Toen was het gewoon business: ik moest bijen hebben voor mijn bedrijf. Dan dacht je alleen aan geld. Langzaam ontdek je toch dat er meer is. Hoe belangrijk die bij is. Want als de bij echt zou uitsterven, wordt er niets meer bestoven. Dan kunnen mensen binnen vijf tot zes jaar hun doodskisten bestellen. Wetenschappers zoals Einstein hebben dat gezegd. Of het echt zo erg is weet ik niet, maar wie een discussie los wil maken, moet het soms hard stellen.”