Voorzichtig krijgt verzoening vat op Ulster

De bloedige strijd tussen katholieken en protestanten in Noord-Ierland mag dan voorbij zijn, de verwerking van het leed houdt velen nog dagelijks bezig.

Kalm maar vastbesloten vuurt Daniel Bradley, een kalende vijftiger, zijn vraag op de Noord-Ierse politiecommissaris Sir Hugh Orde af. Waarom is er, ruim 36 jaar nadat zijn broer door Britse agenten werd gedood, nog niemand in staat van beschuldiging gesteld?

Er zijn volgens Bradley genoeg bewijzen dat zijn broer al op de grond lag, toen hij werd doodgeschoten, en dat hij ongewapend was. „Ik wil dat er eindelijk een aanklacht in deze zaak komt.”, zegt hij. „Daarvan hangt mijn vertrouwen in de politie af.”

Het is voor het eerst dat de Noord-Ierse politie in een theater in Londonderry een openbare discussiebijeenkomst heeft belegd om de inwoners te overtuigen van haar goede wil. Teleurgesteld volgt het katholieke contingent in de zaal echter hoe Orde zich met een beleefde dooddoener uit Bradley’s vraag redt.

„Er moet iets aan worden gedaan”, erkent Orde. Maar hij wijst op allerlei praktische problemen bij de waarheidsvinding na zoveel jaren, die ook bij andere zaken opdoken. En waar vindt de politie het geld en de manschappen in deze tijden van recessie? „Ik begrijp uw frustratie”, zegt Orde. „Ik wil er later graag met u over doorpraten. U hebt in elk geval mijn woord dat we ons tot het uiterste zullen inspannen.”

Het onverwerkte verleden van de jaren van bloedige strijd tussen katholieken en protestanten, tussen degenen die zich bij de Ierse republiek wilden aansluiten en zij die bij Groot-Brittannië wilden blijven horen, achtervolgt de Noord-Ieren nog steeds. Dat speelt vooral op bij de nabestaanden van de circa 3.600 mensen, die het leven lieten tijdens de zogeheten Troubles tussen 1969 en 2007. „Bij de dood van 1.800 tot 2.000 mensen gaat het bovendien om gevallen waarvan de toedracht nooit is opgehelderd”, zegt Sydney Elliott, politicoloog aan Queens University in Belfast.

Juist vorige maand kwam een onafhankelijke commissie, de zogeheten Raadgevende Groep over het Verleden, met voorstellen om geleidelijk aan uit de schaduwen van vroeger te treden. Met kleine stapjes. Onder het motto dat de tranen van elke moeder even erg zijn, beval de commissie echter aan de nabestaanden 13.500 euro uit te keren – als blijk van erkenning van hun leed, niet als schadevergoeding.

Vooral aan protestantse zijde was de woede groot. Hoe durfde de commissie volkomen onschuldige burgerslachtoffers over één kam te scheren met de plegers van aanslagen, die in sommige gevallen zelf het leven verloren? „We gingen kennelijk wat te snel voor veel mensen”, erkent een ambtelijk medewerker van de commissie.

Een andere omstreden conclusie was dat het niet zinvol is steeds maar nieuwe onderzoeken en juridische processen te voeren. „De neiging bestaat het conflict via de rechtbanken nogmaals uit te vechten”, aldus de commissie. Volgens haar is de samenleving daarmee niet gediend.

Ook in Londonderry, of Derry zoals de Ieren liever zeggen, wemelt het nog van de littekens en ongeheelde wonden uit het recente verleden. De stad in het noordwesten van Ulster vormde min of meer de bakermat van de Troubles. In 1969 braken er hevige onlusten uit tussen katholieke bewoners en de politie, die naar elders oversloegen.

Op 30 januari 1972, een dag die als Bloedige Zondag de geschiedenis zou ingaan, werden dertien ongewapende demonstranten door Britse militairen doodgeschoten. Ook daarnaar loopt nog een onderzoek, waartoe premier Blair bijna elf jaar geleden opdracht gaf.

In Londonderry is het inmiddels – net als elders in Noord-Ierland – al jaren betrekkelijk rustig maar de oude tegenstellingen blijven scherp. „’s Avonds gaat deze deur nog altijd op slot”, zegt Dorothy Thompson, een bejaarde dame aan protestantse zijde. „Anders is het risico te groot dat jongeren van de andere kant hier de boel kapot komen maken.” De deur geeft toegang tot het ‘neutrale’ oude centrum maar ligt vlak bij een katholieke wijk.

Aan die ‘andere kant’ huizen achter metershoge metalen hekken katholieken. De enige honderden protestanten die nog in dit deel van de stad wonen, aanschurkend tegen de eeuwenoude vestingmuren van de stad, vormen een enclave in een zee van katholieken. Duizenden protestanten namen in de jaren van strijd de benen uit dit stadsdeel. Aan beide zijden zijn nog steeds de dramatische muurschilderingen te vinden, die wederzijds leed en heldendaden bezingen.

Toch erkennen vriend en vijand dat er in Londonderry veel ten goede is gekeerd. De economie is een beetje opgekrabbeld en de oude binnenstad vernieuwd. Ook doet de politie haar best het vertrouwen van beide gemeenschappen te winnen. Maar vooral bij veel katholieken, die de politie nog altijd als een instrument in handen van de onderdrukker beschouwen, blijft dat onbegonnen werk.

Bij de openbare discussie moeten de bezoekers zich een weg banen door een haag van vreedzame betogers, die borden omhoog houden met: ‘End British policing in Ireland’. En wanneer een vragensteller opmerkt dat hij uitziet naar de dag dat in Noord-Ierland de Garda (de Ierse politie) het voor het zeggen heeft, gaat er een gegniffel door een deel van de zaal.

De controle over de politie is al heel lang een omstreden kwestie. Vorig jaar nog lagen de (protestantse) Democratisch Unionistische Partij – van Ian Paisley – en het (katholieke) republikeinse Sinn Féin daarover met elkaar overhoop. Bijna een half jaar lag de regionale regering, waarvan beide partijen sinds mei 2007 deeluitmaken, stil. Vorig najaar werd er uiteindelijk een akkoord bereikt.

En tegen alle verwachtingen in houdt dat uitstekend stand. „Het is werkelijk verbazend”, aldus politicoloog Elliott in Belfast. „Beide partijen zeggen allebei hetzelfde: vooruitgang boeken. Als het zo doorgaat is de hele politiekwestie nog voor de zomer opgelost.”

Beetje bij beetje, soms nauwelijks opgemerkt door de buitenwereld, normaliseert de toestand in Noord-Ierland zich zo. Daaraan kunnen ook de wrange herinneringen niets afdoen.

Ook Daniel Bradley, die al zo lang voor gerechtigheid voor zijn doodgeschoten broer strijdt, erkent dat. „Ik wil dat de waarheid wordt vastgesteld over mijn broer. Maar het verleden is het verleden. We moeten op de een of andere manier verder.”