Regeren in crisistijd bekomt premier Taro Aso slecht

De positie van de Japanse premier Taro Aso wankelt. Niet alleen door zijn onvermogen de gevolgen van de crisis op te vangen. Ook door blunders van hemzelf of zijn ministers.

Zijn blunders in eigen land stapelen zich nu zo hoog op dat zelfs een buitenlands succesje de Japanse premier niet meer kan helpen. Terwijl Taro Aso’s bezoek, eerder deze week, aan het Russische Sachalin toch echt bijzonder was. Hij is de eerste Japanse regeringsleider die sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog het eiland bezocht. Met de Russische president Medvedev sprak Aso over de zuidelijke Koerillen. De twee hebben gezegd dat ze een eind willen aan het slepende territoriale conflict over de vier eilanden ten noorden van Japan.

Bovendien wordt Aso volgende week ook de eerste buitenlandse regeringsleider die door president Obama zal worden ontvangen in het Witte Huis.

Maar deze diplomatieke succesjes van Aso op Sachalin en in de relaties met de Verenigde Staten, zijn geheel overschaduwd door het genante mediaoptreden van de inmiddels afgetreden minister van Financiën Shoichi Nakagawa. Het gezichtsverlies voor Japan kan nauwelijks groter. Nakagawa worstelde zich een week geleden stamelend, geeuwend en met half gesloten ogen door een persconferentie op een G7-top in Rome.

Aso, wiens populariteit inmiddels onder de 10 procent is gezakt, zag zich gisteren genoodzaakt zijn excuses aan te bieden in het parlement. Critici meenden dat Aso had moeten weten dat Nakagawa een zware drinker is en dat hij hem nooit had moeten benoemen. Aso kreeg ook kritiek op zijn reactie; eerst mocht de minister van hem gewoon blijven zitten, niet veel later accepteerde hij toch zijn ontslag.

De oppositie in het parlement dringt aan op het vertrek van Aso, die nu vijf maanden premier is. Hij lijkt niets meer goed te kunnen doen. „Aso is in een vicieuze cirkel terechtgekomen waarbij hij bij elke poging om het tij te keren nog grotere blunders maakt”, schrijft de krant Yomiuri Shimbun. Leden van Taro Aso’s conservatieve regeringspartij, de Liberaal Democratische Partij, die vrezen voor de toekomst van hun LPD, spuien openlijk kritiek. Een groep jonge parlementariërs heeft geklaagd dat de kabinetsleden niet weten hoe ze moeten handelen in tijden van crisis. Parlementslid Masaaki Taira: „De minister-president is niet serieus bezig, dat moet hij eens beseffen.”

Aso is een flapuit, zo wordt gezegd, die met zijn onverwachte opmerkingen te pas en te onpas groepen in de samenleving beledigt. Ook heeft hij onder vuur gelegen omdat hij ’s avonds vaak in bars van dure hotels ging drinken waarbij gesprekken volgen aanwezigen ‘nergens over gingen’. Zijn aanpak van de economische crisis haalt tot nu toe weinig uit. De export van auto’s en consumentenelektronica daalt dramatisch, de werkloosheid loopt op en burgers geven geen geld uit waardoor ze de economie niet vlot trekken. Al maanden is er gedoe over een extraatje voor alle Japanners, van ongeveer 100 euro per persoon, bedoeld om de consumentenbestedingen op te vijzelen. Maar de gemiddelde Japanner ziet dat als weggooien van belastinggeld.

De post Financiën is nu overgenomen door minister van Economische Zaken Kaoru Yosano. Hij is een zwaargewicht en geniet respect in het bedrijfsleven, maar hij begint aan zijn dubbele taak net nu bekend is dat de Japanse economie er nog veel slechter voor staat dan gedacht. Een krimp van 3,3 procent in het laatste kwartaal van 2008 betekent een zware recessie.

Een extra klap voor Aso is de aanval van de populaire oud-premier Junichiro Koizumi die nu in het parlement zit. „Als het op een tweede stemming aankomt voor het extraatje voor de burger, dan boycot ik die”, zei Koizumi. „Er zijn betere manieren om twee biljoen yen te besteden.” Koizumi doelt op de uitzonderlijke procedure waartoe de regeringscoalitie soms haar toevlucht neemt. Door de meerderheid van de oppositie in het Hogerhuis stranden regeringsvoorstellen daar nogal eens. De LDP-coalitie maakt dan gebruik van de mogelijkheid van een tweede stemming in het machtiger Lagerhuis om zo met een tweederde meerderheid wetsvoorstellen toch door te drukken.

Japanse kiezers moeten uiterlijk in september naar de stembus, maar discussies over vervroegde verkiezingen woeden al maanden. Verkiezingen uitschrijven terwijl er geen nieuwe aansprekende leider is, zien veel LDP’ers niet zitten. Aso heeft bovendien laten weten niet te willen opstappen voordat hij iets heeft kunnen doen aan de economische crisis.

Nu zijn positie zo dramatisch is, klinken er geluiden dat hij het parlement moet ontbinden na de vaststelling van de begroting voor 2009. De sociaal-liberale oppositiepartij DPJ maakt grote kans de volgende verkiezingen te winnen. Zo kan er een einde komen aan de lange hegemonie van de LDP. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton had tijdens haar bezoek aan Japan afgelopen week voor de zekerheid al een uitgebreid gesprek met DPJ-leider Ichiro Ozawa.