Parijs toont begrip voor koloniale frustratie

Al drie weken wordt het Frans-Antilliaanse eiland Guadeloupe verlamd door een staking. Gisteren rea-geerde de Franse president Sarkozy voor het eerst.

Toen hij vorige week een verrassingsbezoek aan Bagdad bracht, kreeg de Franse president Sarkozy kritiek. Waarom ging hij niet naar crisisgebied in eigen land? Op het Frans-Antilliaanse eiland Guadeloupe was het leven al drie weken lang verlamd door een algemene staking tegen ‘het dure leven’. Moest hij niet antwoord geven op de beschuldigingen over het ‘koloniale Frankrijk” dat de overzeese gebiedsdelen negeerde?

Gisteren, tientallen betogingen, barricades, brandstichtingen en één dode op het eiland van 451.000 inwoners verder, kwam het antwoord. Vanuit het presidentiële paleis in Parijs, nadat Sarkozy daar had overlegd met de volksvertegenwoordigers van de Franse overzeese gebiedsdelen. Hij gaat pas naar Guadeloupe wanneer „de rust is teruggekeerd”, zei hij.

Maar dan pakt hij het wel meteen bij de wortel aan. Er komt een ‘staten-generaal’ – breed overleg – over de verhoudingen tussen de eilanden en het moederland. Want volgens Sarkozy brengt de economische crisis oude problemen aan het licht „die men nooit echt geprobeerd heeft op te lossen”. De problemen zijn „een gevoel van onrecht, ongelijkheid, discriminatie” en „vormen van uitbuiting die in de 21ste eeuw niet meer zouden mogen voorkomen.”

In Frankrijk weet na een maand onrust iedereen wat hij bedoelde. In de overzeese gebiedsdelen, behalve de Antilliaanse eilanden Guadeloupe en Martinique ook onder meer La Réunion, samen 1,5 miljoen inwoners, is het leven twee tot drie keer duurder. De inkomens liggen er aanzienlijk lager; ruim een derde van de bevolking leeft van een uitkering uit Parijs.

Maar de pijn zit dieper. Op Guadeloupe is de economie, zestig jaar naar de afschaffing van het koloniale bestuur, nog altijd grotendeels in handen van de nakomelingen van de kolonisten, 1 procent van de bevolking. Als de sociale partners overleggen, zit wit tegenover zwart. De herinnering aan de slavernij bepaalt de identiteit van de creoolse bevolking met Afrikaanse en Indische wortels voor een belangrijk deel.

Sarkozy bewaarde zijn begrip voor de frustratie op de Franse Antillen tot de dag nadat hij de lagere inkomens in héél Frankrijk via een tv-toespraak 2,6 miljard hulp had beloofd om de gevolgen van de recessie op te vangen. De vakbonden in Parijs hadden geprobeerd hem te dwingen de sociale crisis op de Antillen – ook op Martinique is nu een algemene staking uitgebroken – ook meteen te behandelen. Net die nacht was een 51-jarig lid van het leidende stakingscomité LKP op Guadeloupe doodgeschoten door relschoppers.

Maar Sarkozy keek wel uit. De regering kwam gisteren met een serie maatregelen, zoals de belofte de laagste inkomens 200 euro extra te geven. Ze wil dat de sociale partners afspraken maken over een prijsverlaging voor 100 producten, van zeep tot benzine.

Sarkozy wil voorkomen dat Guadeloupe beschouwd gaat worden als model voor sociale onrust die op het Europese vasteland kan ontstaan. Dat is de afgelopen weken wel voorspeld. Zo herinnerde Lilian Thuram, voormalig Frans topvoetballer uit Guadeloupe en door Sarkozy vergeefs gevraagd als minister voor Diversiteit, eraan dat het eiland, met een rijke geschiedenis aan sociale opstanden, al vaak voorliep op het moederland. ‘1968’ had er ook een jaar eerder plaats.

Martine Aubry, leider van de socialistische oppositiepartij PS, waarschuwde voor besmetting van de sociale onrust, voorzitter Patrick Lozès van de zwartenbeweging CRAN voor een etnische dynamiek die kan overslaan naar Parijse voorsteden.

Antiglobalist José Bové kwam gisteren op het eiland aan om mee te demonstreren, de trotskist Olivier Besancenot, de populaire aanvoerder van de Nouveau Parti Anticapitaliste arriveert vandaag. Hij noemde de onrust in Guadeloupe „het model om te volgen”.

Actieleider Elie Domota beloofde vanmorgen terug te keren naar de onderhandelingstafel. Maar de algemene staking gaat door.