Paradoxale vrijspraak

Toen de journalist Anna Politkovskaja in 2006 in Moskou werd vermoord, koesterden haar collega’s geen illusies dat de echte daders zouden worden gestraft. Sinds Poetin in 2000 aan de macht kwam, regeert in Rusland namelijk van alles behalve de ‘dictatuur van de wet’ die de president het volk juist had beloofd. Na de dood van de journalist leek de angst dan ook gerechtvaardigd dat de man die de trekker had overgehaald, zou worden gestraft en dat de opdrachtgevers voor de moord vrijuit zouden gaan.

Maar dat het regime er een juridische bende van zou maken, durfde niemand twee jaar geleden te voorspellen. Toch is dat gebeurd. Het bewind heeft zelfs de zaak tegen een drietal kleine ‘vissen’ niet tot een einde weten te brengen. Drie mannen, verdacht van medeplichtigheid, zijn gisteren door de jury bij een militaire rechtbank vrijgesproken.

Dat is opmerkelijk. Want tijdens de zittingen was juist opvallend openhartig duidelijk geworden dat de almachtige geheime dienst FSB, die eind jaren negentig kortstondig door Poetin werd geleid, zich intensief met de procesvoering heeft bemoeid. De FSB zou volgens Novaja Gazeta, de krant waar Politkovskaja werkte, de daadwerkelijke schutter, die bij de moord door een videocamera is gefilmd, zelfs hebben voorzien van valse paspoorten en het land uitgeloodst.

De vrijspraak van gisteren roept paradoxale reacties op. Positief is dat drie mannen, die er mogelijk zijn ‘bijgelapt’ en van wie niet onomstotelijk vaststaat dat ze bij de moord hand-en-spandiensten hebben verricht, zijn vrijgelaten. Goed nieuws is dat een jury zich niet heeft laten intimideren door de FSB en daarmee indirect kenbaar heeft gemaakt dat het bewind zich niet alles kan permitteren.

Maar negatief is dat de kans nu zo goed als verkeken is dat de waarheid nog aan het licht zal komen. Het besluit van de procureur-generaal vandaag om de zaak voort te zetten, lijkt van weinig waarde. Als het justitiële apparaat al niet in staat is bijzaakjes af te handelen, is de hoofdzaak echt te hoog gegrepen. Vermoedelijk zal de ware toedracht pas helder worden als Poetin cum suis niet meer aan de macht is.

En dat kan nog wel even duren. De sociale spanningen in Rusland nemen snel toe. In Vladivostok hebben burgers, uit protest tegen importheffingen op met name Japanse auto’s, zelfs betoogd met de tekst ‘Poetler Kapoet’, een verwijzing naar de leuze ‘Hitler Kapoet’ uit de Tweede Wereldoorlog.

Maar het huidige regime zal zijn posities niet zonder slag of stoot opgeven. Integendeel. Nu de economische crisis in Rusland toeslaat – als gevolg van de dalende grondstoffenprijzen worden dit jaar een begrotingstekort en een werkloosheid van 8 procent verwacht – neemt de strijd alleen maar toe. Zelfs president Medvedev, die tot nu toe louter dienstbaar was aan Poetin, begint zich daarin te mengen. In de Siberische stad Irkoetsk heeft Medvedev vandaag de noodklok geluid en de regering laksheid verweten.

De juridische chaos die de zaak-Politkovskaja kenmerkte, zou wel eens een voorbode kunnen zijn voor heel Rusland.