Overlast door lachduiven en hangoren

Waar winden stedelingen zich over op? In Vlissingen geldt een verbod op het houden van meer dan tien konijnen. Maar moeten de hangoren ook echt weg?

De schrik zit er goed in. Trots, maar met angst in het hart, lopen Marc en Esther Westerdijk langs de hokken met dieren die ze de afgelopen dertien jaar hebben gefokt. In de achtertuin. Twintig Japanse kwartels, vier lachduiven, twee Engelse hangoren en zes Duitse hangoren. Ze hebben er vele prijzen mee gewonnen. In de huiskamer staat een zilveren bokaal die ze onlangs met een hangoor in de wacht hebben gesleept. Onder meer dankzij diens „mooie volle kop”, zegt Marc Westerdijk.

Reden voor de ongerustheid in Vlissingen is het besluit van de gemeente om het bezit van huisdieren binnen de bebouwde kom aan banden te leggen. „Regelmatig”, zo meldt een onlangs verschenen Nota hinderlijke of schadelijke dieren, krijgt de gemeente „klachten over het houden van minder gangbare dieren in de directe nabijheid van woningen”. Weliswaar is het houden van huisdieren „een privé-aangelegenheid voor de bezitters ervan” en betekent het inperken een „inbreuk op hun beschikkingsrecht”. Maar de bescherming van omwonenden telt zwaar. Dus is het afgelopen met het houden van varkens, runderen, paarden, ezels, schapen en geiten, alsmede pluimvee zoals kippen, eenden en fazanten, en pelsdieren zoals konijnen en fretten. Om te voorkomen „dat elk konijntje onder dit besluit komt te vallen”, blijven aantallen onder de vijf stuks pluimvee en tien pelsdieren buiten de regel. Wie de dieren toch wil houden, kan een ontheffing aanvragen. De huisdierbezitter moet dan wel „aannemelijk maken” dat geen overlast zal optreden, en maatregelen nemen die binnen de bebouwde kom lastig uitvoerbaar zijn, zoals het in acht nemen van een afstand van vijf meter tussen hok en erfgrens.

Dierenvrienden zijn verontwaardigd. Kleindier Liefhebbers Nederland, een grote belangenorganisatie, trekt ten strijde tegen „een beleid van discriminatie van hobbydierhouders dat is gebaseerd op vooringenomenheid” en eist intrekking van het besluit. „De gemeente ontzegt dierenliefhebbers hun hobby, waarmee ze geen vlieg kwaad doen, die bijdraagt aan het dierenwelzijn en aan het behoud van met uitsterven bedreigde soorten en rassen.” Volgens de club is uit onderzoek gebleken dat slechts vijf procent van alle overlastmeldingen voortkomt uit dierenhouderij. „Meestal gaat het om overlast door honden of katten en hoogst zelden gaat het om pluimvee of konijnen. Liefhebbers van kleine huisdieren krijgen met dit beleid het stempel opgedrukt dat ze overlast veroorzaken, terwijl andere overlastveroorzakers ongemoeid blijven. Dat is discriminatie van het zuiverste soort en ongehoord.”

Marc en Esther Westerdijk hebben nog nooit klachten gehad, terwijl hun achtertuin toch al vijf buurmannen heeft overleefd. Marc Westerdijk vertelt hoe gemoedelijk het er altijd aan toe gaat. Kijk maar eens naar die perenboom. „Wij plukken altijd peren van de buren. Krijgen zij van ons een doosje eieren.” Buurman Vincent van Veen is graag bereid het verhaal te bevestigen. „Wij hebben totaal geen last van deze dieren.” Dit in tegenstelling tot katten, die niet onder het besluit vallen, maar die vanuit de wijde omgeving uitgerekend op zijn gazonnetje komen poepen. Zeven drollen telt hij. „Laat die mensen op het stadhuis liever een plan verzinnen om de kredietcrisis te lijf te gaan.”

Burgemeester Wim Dijkstra is op zijn beurt verbaasd over de ophef. In zijn werkkamer vertelt hij hoe het zo ver heeft kunnen komen. „Er is hier ooit afgesproken dat er een nadere beleidsregel zou moeten komen om ernstige overlast te kunnen aanpakken. Je moet dit besluit zien als een kist met gereedschap dat je een enkele keer nodig hebt. Als hier ergens een paard in de gang staat, waar een hele straat last van heeft, dan kan ik daar nu eigenlijk niet tegen optreden. Voor dat soort kwesties is de regel bedoeld.”

De burgemeester wil uitstralen dat huisdierliefhebbers zich geen zorgen hoeven maken. Hij gaat een brief sturen om alles nog eens rustig uit te leggen. We moeten, aldus de burgemeester, niet denken dat het klachten regent. En ook niet dat een jacht wordt ontketend op dierenbezitters die geen ontheffing hebben aangevraagd, maar over wie niet wordt geklaagd. En in de praktijk zullen de ontheffingen „ruimhartig” worden verleend. Mag de conclusie zijn dat de soep niet zo heet wordt gegeten als zij wordt opgediend? Burgemeester Dijkstra: „Ik dacht dat het goede soep was. Als die te heet is opgediend, wordt ze zeker niet zo heet gegeten.”